Australië en zijn gebakken kooldioxide

Canberra – Het Australische parlement combineert al jaren Amerikaans-Republikeinse feitenvrije politiek met Brits-parlementaire schreeuwdebatten. En er is geen onderwerp waarbij dat het afgelopen jaar meer het geval was dan het klimaatbeleid.

Vorig jaar kondigde Labor-premier Julia Gillard een belasting aan op co2-uitstoot die vanaf 2015 zou overgaan in een handel in emissierechten zoals die in Europa al enige tijd bestaat. Zowel conservatieve als linkse voorgangers van Gillard hadden dat geprobeerd, maar de huidige uiterst rechtse oppositieleider Tony Abbott begon een luidruchtige tegencampagne. Boodschappen, energie en woon-werkverkeer zouden onbetaalbaar worden. Buitenlandse mijn­bouwers en andere energie-intensieve bedrijven zouden al bezig zijn duizenden banen in hun koffer te stoppen op weg naar het vliegveld.

Afgelopen juli trad de wet in werking en wat bleek? Dankzij uitgebreide compensatieregelingen merkte eigenlijk niemand iets van de invoering. Buitenlandse investeringen in Australië’s vuile industrieën waren groter dan ooit. In het parlement kon de regering het Abbott lekker inpeperen. ‘Niemand gelooft je meer, Tony’, sneerden Gillard en haar ministers. Sommige sprekers herinnerden Abbott eraan dat ondanks zijn ketelmuziek de uitstootdoelen van de Liberalen precies hetzelfde zijn als die van Labor. Toen mijnbouwbedrijf bhp een paar dagen later een groot project afblies, probeerde Abbott zijn gelijk te halen hoewel bhp expliciet stelde dat de co2-belasting geen factor was. ‘Hebt u de persverklaring van bhp wel gelezen?’ vroeg de presentatrice van een actualiteitenprogramma aan Abbott. Het filmpje waarop hij strak naar beneden kijkt en ‘nee’ mompelt werd een YouTube-hit.

Overigens is en blijft de Australische co2-uitstoot meer dan tweemaal zo groot als die van Nederland bij een ongeveer even grote bevolking. Maar zoals een milieuadvocaat al in een opiniestuk schreef: net als je denkt dat het Australische klimaatdebat niet nog kluchtiger kan worden, gebeurt dat toch. Vorige week kondigde de milieuminister aan dat Australië zijn prijs op emissierechten koppelt aan die van Europa, in plaats van een bodemprijs te hanteren van vijftien dollar per ton (zo’n twaalf euro). Dat zoiets op termijn zou gebeuren was aangekondigd, maar in dit vroege stadium is het absurd. De Europese emissieprijs in 2015 zal zeker lager uitvallen. De Australische minimumprijs gaat dus geen duurzame alternatieven stimuleren of de al uitgekeerde ‘huishoudcompensatie’ dekken. De bewering van Labor dat niemand ook maar iets zal merken van de co2-belasting wordt helemaal waargemaakt. Maar wat is dan nog het nut van de maatregel?