Australië fietst niet

Derby – ‘Waar denk jij dat het aan ligt?’ vraagt Albert. Ik sta met hem en een groep andere Aboriginals rond een terreinwagen in het uiterste noordwesten van Australië. Er is geen beweging in de auto te krijgen. Albert luistert beleefd naar mijn suggesties, maar ik weet dat ieder van de anderen het ding fluitend zou kunnen onttakelen en weer in elkaar zetten. In deze afgelegen streken begint iedereen zo ongeveer met rijden voor men kan lopen. Ik breng hier sinds 2008 elk jaar een paar maanden door, maar ben pas sinds kort in het bezit van een auto. Zijn ze vergeten hoe vaak ze me hebben uitgelachen als ik weer door de subtropische hitte kwam aangestapt of, nog belachelijker, kwam aangefietst? Fietsen is iets voor kinderen.

Niet dat fietsers in Australische steden beter opgaan in het straatbeeld. De Tour-overwinning van Cadel Evans in 2011 heeft ervoor gezorgd dat in de vroege ochtend massa’s mensen in wielertenue door de stadsparken zoeven, maar voor bestemmingsfietsen moet je wel buitenlander zijn. Of zo’n maf ecotype. Ruim genoeg aanleiding voor de autojeugd om het zijraampje naar beneden te draaien en wat innovatieve verwensingen te spuien. Eens per jaar organiseren fietsers in heel Australië massale protestfietstochten om medefietsers te herdenken die dat jaar in agressief of roekeloos verkeer verongelukten.

Ik geef Albert een lift. In de eerste jaren dat ik hier kwam wees ik af en toe nog hoopvol op fietsende Aboriginals, hengelend naar begrip, maar daarop kwam altijd hetzelfde antwoord. ‘Ja, ze hebben hem z’n rijbewijs afgepakt, de schoften.’ Na een tijdje zag ik het patroon wel als er weer een onverwachte alcoholcontrole was geweest. Ongetwijfeld ligt de oorsprong van Australië’s auto-obsessie in deze gebieden. Vrijwel alle Australiërs wonen fysiek dan wel in steden, maar het ideaal blijft toch de bush waar je minstens vierwielaandrijving nodig hebt. Racefietsen kunnen nog, mountainbikes desnoods, maar op een stadsfiets rijden is on-Australisch.

We halen een groep fietsers in, drie van de tientallen toeristen die hier dagelijks fietsen naar het volgende dorp dat minstens tweehonderd kilometer verderop ligt, vaak over ongeasfalteerde wegen, onder een verlammende zon. ‘Die worden gesponsord, toch?’ vraagt Albert in alle ernst. ‘Of doen ze het soms niet voor Afrika?’