Australiërs geloven in het la Niña-fenomeen

Canberra - Uw krant deed begin dit jaar misschien anders vermoeden, maar la Niña heeft Australië niet weggevaagd. Minder dan een procent van de bevolking is direct of zijdelings getroffen door de overstromingen of de orkaan Yasi. Maar dat betekent niet dat er landelijk niet over te klagen viel, of dat er geen politiek mee werd bedreven.

Even leek het mooi. In de januaridagen na de overstromingen in Queensland sprongen overal inzamelingsacties op. Bij de morning tea verschenen dezelfde jampotten op de kantoren als na de verwoestende bosbranden bij Melbourne in 2008, bij sportwedstrijden ging de pet rond. Bedrijven zetten programma’s op om spaarpunten, airmiles of kleingeld te doneren voor Queensland. Totdat premier Julia Gillard die solidariteit zo nodig moest verstoren door een eenmalige belastingmaatregel te opperen voor reconstructie van het rampgebied. Toen bleek: saamhorigheid is leuk, maar het moet wel een hobby blijven.

Vooral de Liberale oppositie steigerde. De solidariteitsbelasting werd ideologisch gekraakt en verzandde al snel in een economisch welles-nietes met een herhaling van (zeer) oude thema’s. Cynisch, in het licht van de tientallen doden en vermisten, de tienduizenden verwoeste huizen, de verdronken dieren en de kapotte wegen? Ach, het was bepaald niet het enige stokpaardje dat al snel weer werd bereden. Boeren in de droogste delen van Australië, duizenden kilometers weg, grepen de gelegenheid van de overstromingen aan om hun irrigatiequota ter discussie te stellen, hoewel hun gebieden geen druppel water meer zullen zien dit jaar. De Murdoch-media melkten het dagenlang vakkundig uit.

Het rumoer smoorde een veel voor de hand liggender discussie over de oorzaken van het natuurgeweld. Maar tegenstanders van klimaatmaatregelen, zoals de hier al eens spectaculair gesneuvelde CO2-belasting, wezen simpelweg naar het cyclische la Niña-fenomeen. Verdere discussie was dus niet nodig. De Liberale Partij veroordeelde elke poging om de klimaatdiscussie op ‘Queensland’ te betrekken als politiek opportunisme. De aankondiging van premier Gillard kwam vorige week dan ook als een volslagen verrassing: vanaf juli zal er eindelijk een belasting worden geheven op de uitstoot van koolstofdioxide, CO2. De pavlovreacties in het parlement waren voorspelbaar, zeker omdat de overstromingen al zijn vergeten in Australië’s zeven staten die niet waren getroffen.

Toch heeft Gillard op het juiste moment toegeslagen: het is de eerste reactie op Australië’s toenemende klimaatproblemen die uit meer bestaat dan het herkauwen van oude standpunten.