Authentiek

Een aantal jaren terug ontstond op televisie een discussie tussen columnisten over wat het belangrijkste bestanddeel was in een column. Betrof het de stijl of de ideeën?

Mijn eerste reactie destijds was dat de stijl de voornaamste component van een column moest zijn. In de loop der jaren heb ik mijn mening bijgesteld. Hoe aangenaam ook de pen en hoe origineel de gedachten van de scribent, niets is crucialer dan de authenticiteit van zijn woorden. Een opinie die al naar gelang de conjunctuur kunstmatig wordt gefabriceerd om een originele positionering op een te drukke markt af te dwingen, is een doodgeboren kind. Echtheid van de gedachte moet de richtlijn zijn ongeacht de schoonheid van de stijl waarin het verpakt is.
Ervan uitgaande dat een stukje schrijven niets anders is dan een raam openzetten naar buiten, zie ik geen wezenlijk verschil met dit laatste in het bijzonder en de houding die men in het algemeen in het leven dient aan te nemen. Noem dit wat mij betreft een staaltje van rigide orthodoxie, maar het is wel de basis van geloofwaardigheid.
Laatst was ik in een studio waar een panel ‘opiniemakers’ en journalisten over uiteenlopende actuele onderwerpen met elkaar zaten te debatteren. Halverwege het programma, terwijl een plaat werd gedraaid, zei een van de deelnemers dat hij bij het volgende onderwerp een harde positie zou innemen die hem misschien niet helemaal aan het hart lag, maar die ongetwijfeld voor vuurwerk zou zorgen mits iemand hem even hard van repliek wou dienen. Kennelijk vond hij de discussie in het eerste deel van het programma maar wat slapjes en weinig spectaculair. De authenticiteit van de meningen moest dan maar even terzijde worden geschoven om spraakmakende botsingen te arrangeren.
Iets anders is wanneer men in bepaalde omstandigheden geweld aan de echtheid van zijn opinie moet doen om een hoger belang te dienen. Bijvoorbeeld die van de groep waartoe men behoort en waarvan de samenhang in gevaar zou kunnen komen als leden van die groep met authentieke meningen naar buiten zouden komen. Dit geldt des te sterker wanneer de groep - een bedrijf, een politieke partij, een elftal of een krant - met crisis of conflicten wordt geconfronteerd. In dat soort gevallen wordt er meestal van de leden niet echt verwacht dat ze de waarheid geweld aandoen door buitenstaanders - concurrenten, media of publiek - voor te liegen. Men beperkt zich tot het verlangen van terughoudendheid van de betrokkenen. De gradatie hierin gaat van licht gedoseerde zwijgzaamheid tot gedwongen stilte, zeg maar spreekverbod al dan niet met sancties gepaard in geval van overtreding. Denk aan Edgar Davids tijdens het EK-voetbal in Engeland.
Soms bij bepaalde omstandigheden kan ik wel enig begrip opbrengen voor deze vorm van zelfkastijding. Toen ik nog redacteur-correspondent van het Franse dagblad Libération was, dreigde de krant door toedoen van de directie in een ware afgrond te tuimelen. Een nieuwe, zeer geldverslindende formule werd gelanceerd die binnen luttele maanden in een ongekend fiasco uitmondde. De krant was bijna failliet en zocht wanhopig naar een reddende financier.
Je kon op dat moment moeilijk met een authentieke en op de redactie wijd verspreide opinie naar buiten komen. Te weten: dat het blinde geloof in eigen kunnen en megalomane trekken van de directeur tientallen banen en de onafhankelijkheid van de krant ging kosten. Het ging in de eerste plaats om overleven.
Naar aanleiding van het vertrek van de hoofdredacteur van dit blad hoor ik links en rechts roepen dat Groene-redacteuren en -medewerkers die openheid toch zo hoog op hun verlanglijstje hebben staan, zich nu als apparatsjik gedragen door te zwijgen.
Zijn ze dan nog wel authentiek? Ik begrijp natuurlijk heel goed dat collega’s van andere media hopen wat sappige verhalen getrokken uit een bouillon van modder en ruzie op te kunnen dissen. Dan maar liever zwijgen, dunkt me.
Maar als het ook gaat om een debat over verschillende visies betreffende de onafhankelijkheid van het blad, is er geen enkele reden tot gedwongen stilte. En mocht het waar zijn dat het vertrek van de hoofdredacteur na nog geen jaar in functie te zijn geweest met een bedrag afgekocht moet worden dat drie keer hoger is dan de bijdrage van het Bedrijfsfonds voor de Pers dit jaar, dan is er geen reden om authentieke opinies en echte verbijstering langer te verbergen. Wie zoiets van dit blad verlangt, laat zien dat het van begin af aan een kwestie was van een mariage contre nature.