Douglas Coupland, JPod

Autisten op drift

Douglas Coupland
JPod
Bloomsbury (Imp. Van Ditmar), 449 blz., e 17,99

Autisme wordt hipper en hipper nu we in het communicatietijdperk leven. Twee keer zo veel kinderen als gedacht lijden aan deze en aanverwante stoornissen, zo melden onderzoekers in de laatste aflevering van The Lancet. Ze komen uit op veel meer dan één procent van de Engelse kinderen en dan hebben ze het nog maar over een fractie van het percentage autisten onder de romanfiguren van Douglas Coupland. Hij gebruikt autisme in zijn nieuwe roman JPod zelfs om de condition humaine weer te geven. Op dat idee valt, net zoals op de rest van deze roman, veel aan te merken, maar desondanks is JPod geen geheel waardeloze afscheiding.

Bij aanvang lijkt het er verdacht veel op alsof Douglas Coupland zijn coolness heeft verloren. JPod begint met de zin: «Oh God, I feel like a refugee from a Douglas Coupland novel.» Een lollig bedoeld binnenkomertje – ai! En die titel, dat is dus een woordspeling op IPod, en woordspelingen op IPod zijn inmiddels wel heel erg flauw. Hoeveel zouden er al niet zijn gemaakt in de populaire cultuur die Coupland juist probeert voor te blijven?

Ethan Jarlewski werkt samen met collega-nerds op JPod, afdeling van een bedrijf dat computerspelletjes maakt. Zijn wereldvreemde moeder is tuttig maar beheert een hennepplantage en pleegt al in de eerste pagina’s en passant een moord. Zijn vader is een would-be-acteur die van ballroomdansen houdt. Zijn broer houdt zich bezig met duistere zaakjes: Ethan kan zomaar thuiskomen en zijn woning vol illegale Chinezen vinden omdat even een bevriende mensensmokkelaar moest worden geholpen.

Personages en gebeurtenissen vormen een potpourri die in een dun verhaaltje wordt gegoten. Het verhaaltje is zo plotloos dat alleen de karakters belangrijk worden, maar die karakters worden weer totaal niet uitgediept en Coupland doet ook geen enkele poging daartoe. Als Ethan verliefd raakt, heeft hij een paar bladzijden verderop een vriendin. Aan de totstandkoming en het vervolg van de relatie wordt geen woord verspild.

De tekst wordt constant onderbroken door pagina’s waarop alleen maar heel vaak een dollarteken staat, of «ramen noodles», of lijstjes woorden, of spam, of merknamen, of zomaar een zinnetje. Gemakkelijk ruimt Coupland twintig pagina’s in voor de eerste honderdduizend cijfers van het getal pi. Gewoon geciteerd, zonder dat er iets mee wordt gedaan. Het is niet nieuw en het is niet zoals Paul van Ostaijen deed in Bezette stad, waarin de citaten ook betekenis krijgen door de manier waarop ze tegenover elkaar geplaatst staan. Het is gewoon, tja, ruis.

Het moge duidelijk zijn: Douglas Coupland doet dit expres. Hij schreef een antiroman.

Dat is wel raar, want met zijn laatste boeken (Eleanor Rigby, Hey Nostradamus!, All Families Are Psychotic, Miss Wyoming) liet Coupland juist zien dat hij een echte romanschrijver is en meer dan de hipperdehippe tijdgeestverslaggever van Generation X en Microserfs. Misschien heeft het er iets mee te maken dat die laatste twee romans heel veel meer aandacht kregen en erg goed verkochten? Misschien staat daarom ook op de achterflap dat het hier gaat om een update van Microserfs in the age of Google? Net als in Microserfs draait het om een clubje computernerds, heeft de hoofdpersoon een vriendin (hier Kaitlin, daar Karla) die een theorie over autisme heeft («My point here is that autistic mini-traits exist within the general population, and that microautism seems to favour people in tech and computer industries»). Beide keren gaat het om lijders aan een hoog IQ zonder veel begrip van normen, waarden en sociale vaardigheden. Autisten op drift in de nabije toekomst. Zonder kompas maar met de nieuwste technologische mogelijkheden.

Medium copeland 1

En toch is het ook vaak genieten. Douglas Coupland blijft een meester in het spelen met nieuwe vormen en stijlen. Hij laat zijn personages interviews afnemen, liefdesbrieven schrijven aan Ronald McDonald of zichzelf te koop aanbieden op Ebay. Vaak is het geestig en vermakelijk. Ook zijn observaties over moderne cultuur zijn vaak de moeite waard. Een van de nerds van JPod wordt door een ander gekenschetst als «a depressing assemblage of pop-culture influences and cancelled emotions, driven by the sputtering engine of only the most banal form of capitalism.»

Naar het einde neemt het aantal bladzijden met cijfers en citaten toe, alsof Coupland te weinig tekst had, maar wel een contract voor een boek van vierhonderd pagina’s. De indruk dat hij expres loopt te klooien neemt toe. Zoals wanneer er staat dat iemand voor de EU in Antwerpen werkt. Coupland, of zijn redacteur, weet heus wel dat je dan in Brussel werkt. Wanneer hij als een deus ex machina in zijn eigen boek verschijnt om de losse eindjes aan elkaar te knopen, wordt het duidelijk: Douglas Coupland speelt met zichzelf en met ons. De vraag is dan alleen: who cares?