De frustratiemaatschappij Woede op de weg

Auto is emotie

Het verkeer is bij uitstek de plek waar de frustratiemaatschappij zich manifesteert. De ontzuiling maakte het allemaal erger, maar cabrioletjes kunnen juist dempend werken.

Medium suzukigrayscale

ONLANGS, vroeg op een zonnige zondagochtend, mocht ik er weer een keer getuige van zijn, van road rage zoals dat in het Engels zo mooi heet. Woede op de weg.
Aan het eind van de Utrechtse Baan in Den Haag stond een auto als eerste in de rij te wachten voor het stoplicht om linksaf te kunnen slaan. Drie motoren kwamen rechts naast hem staan. Toen het licht op groen sprong, leek het alsof het startsein was gegeven voor zowel een Formule 1-wedstrijd als de TT van Assen. Motoren en auto schoten ronkend uit de startblokken. Een van de motorrijders zwabberde een beetje en dreigde tegen de rechtervoorkant van de auto aan te komen. Het ging net goed, maar de auto besloot daarop nog eens een extra dot gas te geven. Inhalen lukte net niet meer. Ik keek ademloos toe en dacht: weer zo’n wedstrijdje wie-heeft-de-langste?
Want natuurlijk doe ik dit soort dingen zelf niet. U toch ook niet? Zoals u en ik natuurlijk ook niet bumperkleven, met het grote licht knipperen, de middelvinger opsteken of de auto voor ons snijden. Nee, u en ik zijn er alleen het slachtoffer van. De ander, die is de hufter op de weg.
In de Verenigde Staten hebben ze daar eens onderzoek naar gedaan. Een grote groep verkeersdeelnemers werd gevraagd van welke vormen van road rage ze in de voorgaande twaalf maanden last hadden gehad. Bumperkleven scoorde het hoogst, gevolgd door met de lichten knipperen en als goede derde het maken van obscene gebaren. Op de vraag of ze zich er zelf schuldig aan hadden gemaakt, waren de antwoorden veel bescheidener. Als de eerste cijfers echter klopten, konden de tweede niet waar zijn.
Waarom ontaardde op die zonnige zondagochtend, toen het nog heel stil was, het optrekken bij een heel gewoon stoplicht in een woeste wedstrijd? Er waren nog genoeg lege parkeerplekken bij het strand, genoeg lege ligstoelen, dus daar kon het niet aan gelegen hebben. De auto had ook niet urenlang in een file voor het stoplicht hoeven wachten, want er was nog bijna niemand op de weg. Waarom dan toch die woedende reactie nadat die motorrijders rechts langszij waren komen staan en net ietsje sneller weg waren? Waarom reageren wij in het verkeer zo vaak gefrustreerd?
Daar bestaan fantastische theorieën over en in elk daarvan lijkt wel een kern van waarheid te zitten. Een heel mooie is te lezen op de website van de American Automobile Association (AAA) in een artikel met de toepasselijke titel Driver Agression. Die theorie komt er kortweg op neer dat je in een auto in fysieke zin je agressie niet kwijt kunt, terwijl je dat als je wandelt wél kunt. Je loopt er dan je woede als het ware gewoon uit.
Daar komt nog bij dat je al autorijdend meer stress en spanning opbouwt in je lijf, omdat je op veel meer zaken moet letten dan wanneer je loopt. En alsof dat nog niet genoeg is, komt daar nog bovenop dat een groot deel van die stress veroorzaakt wordt doordat je constant moet opletten wat anderen doen, je draagt de zware last de stommiteiten van anderen niet te laten ontaarden in een ongeluk. Als je loopt moet dat ook, maar de gevolgen van al lopend opbotsen tegen de man of vrouw voor je die plots stopt zijn veel kleiner dan wanneer de auto voor je op de snelweg ineens op de rem gaat staan. Van dit alles bij elkaar word je behoorlijk agressief.
De theorie van de territoriumdrift, inhakend op de evolutieleer en het idee dat wij mensen van de dieren afstammen, is ook een mooie, zeker in dit Darwinjaar. Overigens ook te vinden op de AAA foundation-website. Een mens hecht aan zijn eigen territorium. Ga op een feestje maar eens heel dicht bij een redelijk onbekend iemand staan. Geheid dat die een stap achteruit zet. De auto is de ‘uitbouw’ van ons territorium. Als daar iemand te dichtbij komt met zijn auto pikken we dat niet. Blijkbaar vinden we bumperkleven of snijden dus niet alleen hinderlijk omdat het gevaarlijk is. Nee, iemand komt ons territorium binnen, ophoepelen dan, we zullen eens even laten zien wie hier de baas is. Dus beginnen we te toeteren, steken onze vinger op of vinden dat we die binnendringer eens een lesje moeten leren en schieten erachteraan. Dat laatste doen veel dieren ook.
Wat blijkt nu: als de binnendringer en de gepikeerde dan vanwege de drukte op de weg noodzakelijkerwijs in elkaars buurt moeten blijven, gaat het fout. Dan wordt kwaad woedend en woedend woest. Dus ja, drukte op de weg kan op een heel andere manier dan u misschien tot nu toe dacht tot road rage leiden.

OOK DE TILBURGSE hoogleraar Gabriël van den Brink heeft in zijn boek Geweld als uitdaging aandacht besteed aan agressie en de auto. De passages daarover zijn ingebed in zijn uiteenzetting waarom we ons sowieso agressiever zijn gaan gedragen in de loop van de tijd. Dat heeft te maken met ons gevoel van eigenwaarde en onze assertiviteit. Die zijn in de laatste decennia als gevolg van de ontzuiling en de hogere onderwijsparticipatie flink gestegen. Bescheidenheid is geen deugd meer. ‘Agressie komt bijna altijd voort uit gevoelens van superioriteit tegenover het slachtoffer’, schrijft Van den Brink.
Assertiviteit, zo betoogt hij, is een levensstijl geworden en autorijden illustreert dat volgens hem. De auto geeft ons de mogelijkheid zelf te gaan en staan waar we willen. Dat is fijn voor ons gevoel van eigenwaarde en macht. Het blik om ons heen voelt bovendien als een pantser tegen invloeden van buiten, of het nu om het slechte weer gaat of een slechte ander. Maar de assertieve mens is ook snel beledigd, waardoor het minste krasje, zo schrijft Van den Brink, op zijn spiegelende buitenkant woede oproept.
De opwinding die met autorijden gepaard gaat, heeft er volgens hem niet alleen mee te maken dat we het heerlijk vinden om hard te gaan en in beweging te zijn, maar ook met de intense wisselwerking met anderen. Elkaar dwarszitten op de weg windt op. Als dat vervolgens leidt tot road rage en mogelijk zelfs tot echt geweld is dat volgens Van den Brink ‘een uiting van een assertieve levensstijl waarbij alle burgers zoveel ruimte voor zichzelf opeisen’. Botsingen, hier niet bedoeld als blik tegen blik, zijn dan volgens hem onontkoombaar.

OOK TOM VANDERBILT, de Amerikaanse auteur van het in het Nederlands vertaalde boek Traffic, zoomt in op het narcisme van de hedendaagse mens. Hij haalt een psychologisch onderzoek aan waaruit blijkt dat in 2006 veel meer mensen dan een kleine kwart eeuw daarvoor instemden met de stelling: als ik de baas was over de wereld zou de wereld beter af zijn. Daarom is volgens Vanderbilt de weg zo’n vervelende plek geworden: ‘Aan het verkeer, een systeem dat het best functioneert als iedereen zich conformeert en samenwerkt, namen steeds meer mensen deel die dachten: als ik de baas was over de weg zou het daar beter aan toe gaan.’
Vanderbilt haalt in zijn boek een hoogleraar sociologie van de Universiteit van Californië aan, Jack Katz, die de agressie verklaart uit de onmogelijkheid om in de auto met de andere verkeersdeelnemers te communiceren zoals we dat gewoon zijn: met praten, blikken en subtiele handgebaren. Omdat we opgesloten zitten in dat stuk blik moeten we stommetje spelen. Volgens Katz worden we daar gek van. Vanuit die frustratie leveren we ons volgens hem over aan wat hij noemt ‘autotheater’ en maken er een heel moreel drama van als een andere auto ons snijdt, voordringt of iets anders doet wat ons niet zint.
Dan is er nog de theorie, ook erbij gehaald door Vanderbilt, die zegt dat wij ons in een auto agressief gedragen omdat we denken anoniem te zijn. En daar waar we ons niet gekend wanen, durven we agressief te zijn. Kijk maar naar de scheldpartijen op het wereldwijde web. Donkere autoruiten vergroten de agressie, zowel van de kant van de bestuurder die zich niet gezien weet als die van de ander, want die kan dan helemaal niet meer communiceren. Andersom, zo blijkt uit onderzoek, toeteren bestuurders van een cabriolet veel minder dan die van een gesloten auto. Omdat ze zichtbaarder zijn. Bij deze gedachtegang sluit het idee aan dat we ons in de auto thuis wanen en dus privé. En thuis durven we agressiever te zijn dan op het werk.

AUTORIJDEN kan tot frustratie leiden, stellen al deze theorieën, maar andersom werkt het ook. Uit onderzoek blijkt, volgens zowel Vanderbilt als de AAA, dat bij een ongeluk na road rage de dader in de auto is gestapt om zijn frustraties af te reageren. Voor bestuurders die net gescheiden of ontslagen zijn moet je dus oppassen.
Auto is emotie, dat blijkt wel. Het voertuig is veel meer dan alleen een manier om op het werk te komen of makkelijk de weekboodschappen te verplaatsen. Het soort auto zegt ook iets over degene die erin rijdt, zou een symbool voor de persoonlijkheid zijn. Rood en grote spoilers? Nee, meestal geen oud vrouwtje. Zwart, leren bekleding? Ja, een zakenman of verkeerd geld. Maar wat blijkt nu ook: het frustreert ons dat we worden gereduceerd tot onze auto. Alsof we alleen maar dát zijn. Een SUV-rijder altijd een proleet, en ik, in mijn Toyota Prius, een suffe tut. Ook dat roept agressie op.
Is daar wat aan te doen, zodat de weg toch een wat fijnere plek wordt?
Nooit geweten, maar er bestaan hele boeken en lijstjes met tips om woede op de weg te voorkomen. Dus ook als u de theorieën hierboven vergeet, maar inmiddels wel durft toe te geven dat u zich ook schuldig maakt aan road rage en daar iets aan wilt doen, onthoud dan dit. Het is zo simpel.
Ga op tijd van huis. Zorg dat u lekker zit. Zet mooie muziek op en zing lekker mee. Wind u niet op in de file, dring niet voor, het helpt niet. Bedenk dat de ander u mogelijk niet met opzet snijdt. Want ook dat blijkt uit onderzoek: we zijn helemaal niet zulke goede chauffeurs, al denken we dat allemaal wel van onszelf. U toch ook?

www.aaafoundation.org