Media

Autonoom

Onze geest is zo vervuld van de idee van de zelfbewuste en autonome individu dat we ons nauwelijks meer een andere voorstelling van de wereld en haar bewoners kunnen maken, zo schreef de antropoloog Clifford Geertz bijna veertig jaar geleden in zijn befaamde bundel The Interpretations of Cultures.

Wij zien onszelf, en daarmee ieder ander mens, als een dynamische eenheid van waarnemen, voelen, oordelen en handelen, als een uniek wezen. Daarbij realiseren we ons niet of nauwelijks hoe uitzonderlijk deze opvatting historisch en antropologisch eigenlijk is. Integendeel, we projecteren ons mensbeeld zonder omhaal op de geschiedenis en op andere, niet-westerse culturen.
Geertz was niet de eerste die wees op het afwijkende karakter van het westerse mensbeeld. Meer dan een eeuw voor hem schetste de Zwitserse historicus Jacob Burckhardt in zijn invloedrijke werk De cultuur van de Renaissance in Italië (1860) een bijna mythisch beeld van de ‘ontdekking’ van het individu. In de 'vrije lucht’ van de Italiaanse stadstaten verwaaide de middeleeuwse sluier, 'geweven van geloof, kinderlijke schroom en waan’, aldus Burckhardt: de wereld was niet langer gegeven maar maakbaar - met in het centrum de scheppende mens. De opkomst van nieuwe genres in schilderkunst en literatuur - in het bijzonder het portret en de autobiografie - legde daarvan getuigenis af, evenals de revolutie in het politieke denken, zo treffend verwoord door Machiavelli.
Burckhardts optimistische, bijna naïeve voorstelling van de geboorte van het westerse mensbeeld is later door historici, sociologen en filosofen als Emile Durkheim, Norbert Elias, Michel Foucault en Roy Porter aanmerkelijk genuanceerd, maar in de kern is het verhaal toch overeind gebleven: naarmate de westerse samenleving sociaal, economisch en politiek grootschaliger en complexer werd en de onderlinge afhankelijkheid van mensen navenant toenam, groeide de idee van de individuele autonomie.

Dat klinkt paradoxaal, maar wordt begrijpelijk wanneer we ons er een visuele voorstelling van proberen te maken. In tegenstelling tot de betrekkelijk overzichtelijke agrarische samenleving, waarin iedereen een vaste plaats heeft, is de moderne mens als het ware een knooppunt in een netwerk van voortdurend veranderende relaties geworden. De groei van de idee van het 'autonome zelf’ vormt de psychologische weerslag van deze ontwikkeling: meer dan ooit zijn we afhankelijk van elkaar, maar tegelijk hebben we het idee dat we geheel en al op onszelf zijn aangewezen. En dat willen we ook: de rechten van de mens, het verlangen naar zelfontplooiing, het 'werken aan onszelf’ - het zijn stuk voor stuk uitdrukkingen van de idee van de individuele autonomie.

Het geloof in de individu verdringt de traditionele religies, schreef Durkheim al een eeuw geleden, maar terugkijkend moeten we vaststellen dat het proces op dat moment nog maar nauwelijks was begonnen. Met de verdere arbeidsdeling, de groei van de communicatie en de toenemende consumptie - met de jaren zestig als periode van ongekende versnelling - won de gedachte van de individuele autonomie aan kracht. En die ontwikkeling is nog lang niet ten einde. Integendeel, de digitale revolutie heeft het westerse mensbeeld niet alleen nieuwe, radicale impulsen gegeven, maar bovendien voor een ongekende verbreiding gezorgd, met een snelheid en omvang die Geertz zich vier decennia geleden niet had kunnen voorstellen.

Op het web is iedere gebruiker letterlijk en figuurlijk een knooppunt, zichtbaar, niet alleen op de persoonlijke pagina’s en kanalen van corporate social sites als Facebook, Hyves, YouTube en LinkedIn, maar ook op blogs en allerlei andere plaatsen waarop men zich kan presenteren. Aan de andere kant zijn er zoekmachines die uit de vele miljarden pagina’s informatie van vrijwel iedereen een portret kunnen destilleren. De integratie van telefoon, computer en andere apparaten versterkt deze tendenzen: we worden allemaal tot mobiel knooppunt, permanent in verbinding met de wereld om ons heen, lezend, kijkend en horend - maar ook actief reagerend, bloggend, podcastend, fotograferend, twitterend in een alsmaar uitdijend universum.
Er zijn cultuurcritici die de digitale cultuur karakteriseren als extreem narcistisch. Op het eerste gezicht lijkt daar wel wat in te zitten, maar wanneer we het gedrag op het web zien als natuurlijk uitvloeisel van een maatschappelijk en technologisch proces, ziet dat er toch anders uit. De onderlinge afhankelijkheid is wereldwijd nog nooit zo sterk en - dankzij het web - intens geweest als vandaag de dag, met een groeiend besef van autonomie als resultaat. Dat is ook zichtbaar. Met de apparaten op ons lichaam, met onze foto’s en films, lievelingsmuziek, boeken en kranten, mail- en telefoonlijsten zijn we letterlijk wandelende knooppunten.
Anders gezegd: met het betreden van de digitale wereld is ons begrip van wat ons 'zelf’ is, een historisch nieuwe fase ingegaan.