POPMUZIEK

Autosleutel

The Arcade Fire

In Leidsche Rijn, tussen Utrecht en Amsterdam, wordt al jaren een scheidingsspreekuur gehouden. De vraag is groot, want Leidsche Rijn hoort tot de gebieden in Nederland met het hoogste echtscheidingspercentage. Daar valt van alles over te beweren, maar de essentie daarvan blijft dat een omgeving als Leidsche Rijn een grote test is voor het huwelijk. Hier, tussen het beton en het aangelegd groen, waar bios noch bar is, ben je veroordeeld tot elkaar. Wie elkaar niet meer kan aankijken en de blik naar buiten wendt, ziet de buren. Of een wipkip.
Over de Leidsche Rijnen van de VS en Canada gaat The Suburbs, derde album van The Arcade Fire. Het is een conceptplaat, wat op zichzelf al een statement is over ambitie. Daaraan nooit gebrek bij deze band uit Montreal, die ook op het podium zelden ontkomt aan een wat hautaine houding. The Arcade Fire is geen uitgesproken sympathieke band. Maar wel een heel knappe. Dat geldt ook voor The Suburbs, een album dat pas na verscheidene luisterbeurten al zijn geheimen prijsgeeft en dan nog steeds onvolmaakte trekjes heeft, maar tegelijk zo zelfbewust klinkt dat die onvolmaaktheid onderdeel lijkt van het grote plan.
Al in het openingsnummer zit dat woord dat vastklampt aan de suburbs van de wereld: verveling. ‘We’re already bored’, zingt Win Butler, in zijn karakteristieke gedrein. Maar er is ontsnapping, in de vorm van een autosleutel. Bij geen artiest zal in het oeuvre zo veel worden gereden als bij Bruce Springsteen, en om precies dezelfde reden als zijn personages rijden, rijden die in The Suburbs: elke kilometer in de auto is er een verder weg uit dat oord van verveling, dat met de grootst mogelijke tegenzin thuis wordt genoemd. In de richting van het stadscentrum, waar alles gebeurt dat in de suburbs niet lijkt te bestaan, maar waaraan tegelijk de verdenking van onechtheid kleeft. Er mag dan niets te doen zijn in de suburbs, het is wel het ware leven dat er wordt geleefd, niet de entertainmentversie ervan. De tweeslachtigheid zit in het derde nummer van The Suburbs verwerkt, waarin de hoofdpersonen tegelijk hun verlangen naar het stadscentrum als hun afkeer ervan bezingen. Want eenmaal daar aangekomen, oog in oog met de bewoners, merken ze dat die minder opwindend zijn dan ze ogen: 'They seem wild but they are so tame.’
En zo verkent Butler ruim een uur de buitenwijken, bezingt hij hoe ze binden en verdelen, hoe ze muziek doen ontstaan en er zelf door veranderen, hoe ze aantrekken en afstoten, hoe de wind er doorheen waait, de mensen er doorheen rijden, de maanden er verstrijken. Zoveel invalshoeken, zoveel muziekstijlen, waarbij het bombast geringer is dan ooit tevoren, en zenuwachtige toetsen de band voortstuwen. In nummers als We Used to Wait blijkt de band meester van de cumulatie: Butler stapelt herhaling op herhaling, maar hij blijft de ontlading voor. Het nummer zelf sterft in echo en pianotoetsen die blijven hangen, maar in het hoofd van de luisteraar gaat het door. Zoals ook Butlers schets van de buitenwijken: ver na het laatste nummer veren nog wipkippen voorbij.

The Arcade Fire, The Suburbs, label: Universal