De kauwgumrestenkwestie

Auw-gum

Eigenlijk is het geen voedsel, want je kauwt erop en spuugt het dan uit. Misschien is kauwgum meer een genotsmiddel. Maar waar is het genot als de straat vol ligt met de resten?

ONDANKS HARDNEKKIGE broodjeaapverhalen die het tegenovergestelde beweren: kauwgum is, technisch gesproken, eetbaar. Desondanks zijn doktoren het met elkaar eens dat het doorgaans niet verstandig is om door te slikken, vanwege het risico op ‘kauwgumgerelateerde maagdarmblokkades’. Als we ervan uitgaan dat Amerikanen in 2005 gemiddeld op 160-180 stukjes of 0,82 kilo kauwgum per persoon per jaar kauwden, waarbij er relatief weinig slikincidenten waren, dan is de bij elkaar opgetelde hoeveelheid post-kauwvuil jaarlijks waarschijnlijk meer dan 250.000 ton.
Het is vanzelfsprekend dat het verwijderen van deze plakkerige massa een aantal problemen met zich meebrengt. Een Britse parlementaire adviesnota uit 2003, onder de naam Kauwgumafval schetste het onderwerp in praktische termen: 'De meeste consumenten ontdoen zich op verantwoorde wijze van hun kauwgum. Echter, waar de kauwgum op het trottoir wordt gegooid, kleeft het stevig aan het oppervlak vast als het opdroogt. Kauwgum breekt niet af in de loop van de tijd en daardoor stapelen de overblijfselen zich geleidelijk op.’
Platgetrapt door voetgangers vormen de afgedankte kauwgumbrokken zo de voornaamste versiering van de stedelijke vloer: roetzwarte snotvlekken verspreid over asfalt of grijsgetinte straatstenen. Journalist Tim Adams berichtte in 2005 in The Guardian dat er aan een verbluffende 92 procent van de Britse gemeentelijke straatstenen kauwgum kleeft.
Voor de meesten van ons zijn deze zwart-op-grijze spikkels zo alomtegenwoordig dat ze zelfs onzichtbaar zijn; ze worden nauwelijks nog geregistreerd als afval. Intrigerend genoeg raakte Primo Levi, schrijver, scheikundige en Auschwitz-overlevende, net voor zijn zelfmoord licht geobsedeerd door de kauwgum onder zijn voeten en analyseerde hij de grond om een alternatieve cartografie van de mondbehoefte te creëren: 'Kauwgum kan overal gevonden worden, maar een aandachtiger bestudering onthult dat het een maximale dichtheid bereikt in de omgeving van de meest bezochte cafés: de kauwer die hiernaartoe onderweg is, is gedwongen uit te spugen om zijn mond leeg te maken. Met als resultaat dat de vreemdeling, onbekend met de stad, deze plekken kan vinden door de richting te volgen van de dichter wordende verzamelingen kauwgumklodders, op dezelfde manier waarop haaien hun gewonde prooi vinden door te zwemmen in de richting van toenemende concentraties bloed…’
Hoe dan ook, voor iedereen met een vergelijkbaar observerende, maar meer hygiënische neiging vormen dode kauwgumvlekken een bijzonder hardnekkige ergernis; een stedelijke verminking die ingrijpender is dan graffiti, sigarettenpeuken of zelfs zwervend fast-foodvuil. Afgelopen zomer vergeleek de burgemeester van Londen, Boris Johnson, zijn reactie op dit 'afschuwelijke zelf toegebrachte impetigo’ met de emoties die Leonardo da Vinci zou ervaren als hij 'zwarte stoppels zou zien op de lieflijke wangen en kin van de Mona Lisa’ of de gevoelens van de terreinbeheerder van Wimbledon als 'tweehonderd mollen simultaan zouden uitbarsten door het gras van het Centre Court’.

BOVENDIEN zijn de opties om het gevecht aan te gaan allemaal ietwat onbevredigend, hoewel ze in effectiviteit, uitvoerbaarheid en kosten variëren. Wat betreft preventie heeft de stadstaat van Singapore in 1992 het bekendste en meest draconische voorbeeld gegeven door de verkoop, de import en het kauwen van kauwgum in het algemeen te verbieden. Toen BBC-verslaggever Peter Day suggereerde dat kauwgum op straat eigenlijk 'een teken (…) van creativiteit zou kunnen zijn’, zette voormalig minister-president Lee Kuan Yew hem snel op zijn nummer: 'Als je niet kunt denken omdat je niets te kauwen hebt, probeer dan eens een banaan.’
Hoe dan ook, het experiment werd krap tien jaar later in 2002 opgedoekt, omdat de krachtige lobby van Wrigley’s de verkoop van 'medicinale’ kauwgum in Singapore afdwong als een vereiste voor het tekenen van het vrijemarktverdrag met de Verenigde Staten.
In hetzelfde jaar stelde in het Verenigd Koninkrijk - waar kauwgumafval en capuchondragen behandeld werden als serieuze sociale plagen en aangepakt werden met een vurigheid die herinnert aan het zero tolerance ('Broken Windows’)-beleid ten aanzien van kleine criminaliteit van Bratton, toenmalig hoofd van de New York City Transit Authority - Defra (het ministerie van Milieu-, Voedsel- en Plattelandszaken) een vrijwillig programma voor om de verkoop van kauwgum in gebieden met bijzonder veel kauwgumongemak te beperken; een halfhartige poging die al snel werd afgeschoten door zowel kauwgumfabrikanten als lokale overheden.
Bij gebrek aan cojones om er een algeheel verbod door te krijgen en af te dwingen, heeft Groot-Brittannië zijn toevlucht genomen tot een mix van gedragsduwtjes (waaronder speciaal vormgegeven kauwgumcontainers en plakborden) en zweepslagen, zoals het inzetten van 'kauwgumopzichters’ die beschikken over de mogelijkheid om ter plekke een boete van vijftig pond op te leggen voor het moedwillig wegwerpen van kauwgum. Toen Tim Adams van The Guardian in 2005 sprak met Nick en Trevor, de kauwgumopzichters van weleer van de gemeente Maidstone, leek hun doeltreffendheid beperkt: 'Het geheim van succesvol kauwgumtoezicht houden, legt Nick uit, is om niet heel daadkrachtig rond te lopen, maar om op je gemak rond te slenteren. Op deze manier leggen ze misschien dertien kilometer per dag af. Maar in de zes weken dat ze hadden gepatrouilleerd in het autovrije winkelgebied van de stad, met de ondersteuning van 24-uurs cameratoezicht, hadden Nick en Trevor tot dan toe één man op heterdaad betrapt die zijn kauwgum liet vallen. Ze dreigden hem een boete van vijftig pond op te leggen, maar uiteindelijk konden ze deze niet innen omdat het niet duidelijk was of “het doelwit” zijn kauwgum had laten vallen op publieks- of privé-terrein.’
Conform de ongelukkige waarheid dat het makkelijker is om het ingewikkeldste technologische probleem op te lossen dan om menselijk gedrag te veranderen of iets te doen aan bonussen voor managers, is de heilige graal van de preventie van het kauwgumafval de ontwikkeling van niet-klevende of biologisch afbreekbare kauwgum. Na jaren van research en een investering in deze queeste van meer dan vijf miljoen pond alleen al van Wrigley’s hebben wetenschappers van Bristol University afgelopen oktober een kauwbare, smaakvolle spearmintkauwgum gelanceerd die vergaat tot fijn poeder nadat hij zes maanden is blootgesteld aan de stoep. Ik moet de Rev7 kauwgum nog voor de eerste keer in de winkel zien, maar het bedrijf heeft durfkapitaal binnen weten te halen en CEO Roger Pettman vertelde Forbes dat 'de interesse van buurtwinkelexploitanten tot dusver “veelbelovend” is’.
Terwijl we wachten tot het biologisch afbreekbare neefje een vlucht neemt, blijft verwijderen de enige honderd procent effectieve optie voor diegenen die Johnsons 'monstrueuze plaag van kauwgumpuisten’ walgelijk genoeg vinden om te rechtvaardigen dat er tussen de 0,45 en de 1,50 pond per vierkante meter wordt uitgegeven om de stadshuid schoon te stomen, spuiten, weken of af te schrapen. In 2005 schatte Defra dat de lokale autoriteiten in totaal 150 miljoen pond per jaar hebben uitgegeven aan het verwijderen van kauwgum, drie keer zo veel als een kauwgumkwakje vers kost. Londen geeft alleen al om Trafalgar Square te ont-gummen per schoonmaakbeurt 8500 pond uit.

EEN PURE kosten-batenanalyse van het verwijderen van kauwgum zou wijzen op een netto verlies, zeker in het huidige tijdperk van financiële soberheid in Groot-Brittannië, en daarom was ik gecharmeerd van de kauwgumschilderijen van Ben Wilson die vorige maand in The New York Times veel aandacht kregen. Hoewel hij zijn artistieke carrière begon als een beeldhouwer die voornamelijk met hout werkte, meldt de Times dat Wilson zich de laatste zes jaar gewijd heeft aan het schilderen van duizenden minuscule plaatjes op afgedankte, platgetrapte kauwgumklodders op de stoepen van Londen: 'Hij heeft een techniek ontworpen waarbij hij de kauwgum zacht maakt met een gasbrander, bespuit met lak en er dan drie lagen acrielemail op aanbrengt. Hij gebruikt piepkleine kwastjes, droogt zijn werk snel met een aansteker terwijl hij bezig is en werkt het geheel af met een heldere lak. Het maken van elk schilderij duurt tussen een paar uur en een paar dagen, en kan verscheidene jaren meegaan als de omstandigheden meewerken.’
Sommige van zijn zinderende miniaturen lijken abstract of puur decoratief; andere beelden zijn lokale landmarks of symbolen, en weer andere zenden persoonlijke boodschappen uit in het openbaar: Wilson legt in de Times uit dat hij verzoeken ontvangt om geboorte, overlijden, jonge liefde en zelfs het sluiten van winkels te gedenken: 'Om een paar jaar geleden een sluiting van een Woolworth’s (een soort Blokker - sa) te markeren, heeft de heer Wilson de naam van elke werknemer op een stukje kauwgum gepriegeld, met een succeswens van de directeuren. En hij schilderde een andere waarop de werknemers de klanten bedankten. De twee schilderijen zijn er nog steeds, de winkel is nu weg.’
De kauwgumschilderijen van Ben Wilson herinnerden me onbedwingbaar aan een andere recente en lieflijke ingreep in de stad: yarn bombing, waarbij guerrillabreiers aanplakbiljetten versieren met donzige lijsten, prikkeldraad met gepunnikte spinnenwebben en steigerpalen met gestreepte theemutsen. In beide gevallen wordt het onzichtbare omgezet in het zichtbare, door individuele kunstbeoefening en ambacht toe te passen op het functionele decor van het hedendaagse stedelijke landschap, en wordt het stedelijke omgezet in het persoonlijke. Zoals Wilson uitlegt: 'De enige beelden die kinderen om zich heen zien zijn billboards en tv; alles uit hun omgeving is altijd buiten hun bereik of uitverkocht. Dat is de reden waarom ze niets geven om hun straten. Dit is een kleinschalige poging om mensen samen te binden.’
Het gebruikt worden voor de creatie van een wijdverspreid kunstwerk dat voorziet in couleur locale, trots en zelfs een geheugen, is naar mijn mening het hoogste wat een reepje Wrigley’s ooit kan najagen. Wilsons schilderijen dwingen ons immers niet alleen de realiteit van ons met kauwgum bezaaide straatbeeld werkelijk op te merken en nodigen ons uit om de gewoonten en keuzes van onze cultuur te doorgronden zoals Primo Levi dat deed, maar ze inspireren ons ook om opnieuw elk aspect van de stedelijke omgeving te bekijken als een gelegenheid om er onverwachte schoonheid aan toe te voegen.
Welke andere mogelijkheden voor de anders ongeliefde metalen hekwerken, betonnen Jersey vangrails en rokende schoorsteenpijpen van de moderne metropolis worden er nog meer aangeboden die we over het hoofd zien?

Uit ediblegeography.com
Vertaling Sascha van der Aa


Kauwgum in Nederland
Nederlanders eten graag andere, lichtere kauwgum dan de Amerikanen, zo blijkt uit onderzoek van producent Leaf. Hoewel Nederlanders per jaar ongeveer twee keer zo veel kauwgumstukjes eten (350) als de Amerikanen (160 tot 180), komt het totale gewicht met 330 gram per persoon een stuk lager uit (VS: 816). De totale Nederlandse kauwgumconsumptie komt daarmee op vijfduizend ton per jaar. Iets minder dan twintig procent van alle kauwgumpjes (achthonderd miljoen) komt op straat terecht en samen met peuken vormt dat 95 procent van al het zwerfafval, concludeert Stichting Nederland Schoon. De boete voor het op straat gooien van kauwgum hangt af van de gemeente, maar is over het algemeen negentig euro.
Middels zowel preventie als reiniging proberen overheid en organisaties het kauwgumafval terug te dringen. Met activiteiten als de Week van Nederland Schoon en de zomercampagne 'Geen afvalbak? Hou ’t op zak!’ roept Stichting Nederland Schoon burgers op minder zwerfafval te verspreiden. Een andere, innovatieve manier om de hoeveelheid kauwgum op straat te verminderen was de ontwikkeling van de Gumbin ('great taste, no waste’), een blauwe, ronde kauwgumverpakking waarin de consument ieder van de twaalf aanwezige kauwgumpjes eenvoudig terug kan stoppen en het geheel weg kan gooien als hij op alle kauwgumstukjes is uitgekauwd.
Voor de kauwgumstukjes die al wel op straat zijn beland, worden gemeentereiniging en schoonmaakbedrijven zoals Gumbusters ingezet. Peter Groenewege, eigenaar van Gumbusters: 'De kosten van het schoonmaken kunnen variëren van 45 cent tot 33 euro per vierkante meter, maar gemiddeld is het ongeveer twee euro. Het lijkt misschien veel, maar vergeleken met de miljoenen die uitgegeven worden om de buitengebieden schoon te maken, is het peanuts.’ Een doorbraak van afbreekbare kauwgum ziet hij niet snel voor zich: 'Ten eerste moet je een producent hebben die het wil maken, en daarnaast moet je de kauwgumeter zo ver krijgen dat hij van merk overstapt.’
MAARTEN BROEKHOF