Crossing Border 2018

Avant-garde

‘Wat is uw guilty pleasure qua lezen?’ en andere vragen aan dichter Radna Fabias (Curaçao, 1983), die dit jaar de C. Buddingh’-prijs ontving voor haar debuut, Habitus.

Welk boek ligt er naast uw bed?

‘South and West van Joan Didion en Voel je vrij van Zadie Smith.’

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog gelezen?

‘Ik heb nu heel veel gedachtes. Om te beginnen: ik vraag me af of mensen over honderd jaar nog boeken lezen of dat er een andere vorm van informatieoverdracht populair wordt onder lezers. Verder denk ik dat wat iemand leest meer dan ooit afhankelijk is van waar diegene zich mee omringt, met welke mensen en tegen welke achtergrond. Hebben we überhaupt nog schrijvers die door zoveel mensen gelezen worden als vroeger? Ik lees zelf niet veel tijdgenoten, daar moet ik me een beetje voor schamen. Zadie Smith, is dat een tijdgenoot? Ik hoop dat men haar over honderd jaar nog leest.’

Radna Fabias – ‘Mulisch heeft me bijna van mijn leeslust beroofd’ © Wouter le Duc

Wie zijn uw favoriete dichters?

‘Ik heb niet echt favoriete dichters, eerder bundels of gedichten waar ik een tijdje iets mee heb. Nu bijvoorbeeld het titelgedicht uit de bundel Calling a Wolf a Wolf van Kaveh Akbar. De uitzondering is Bert Schierbeek, daar heb ik al een hele tijd iets mee.’

Welk boek of welke schrijver is het meest onderschat?

‘Tijdens de academie las ik alle boeken van Bert Schierbeek. Hij is echt zo’n vergeten Vijftiger en ik vroeg me voortdurend af waarom er zo weinig van hem bekend is. Ik weet ook het antwoord wel, het is namelijk vrij onleesbaar. Hij heeft op een gegeven moment bedacht dat hij geen onderscheid hoefde te maken tussen poëzie en proza, dat noemde hij “proëzie”. Heel gewaagd, dat zoeken naar de grensgebieden tussen genres en het effect dat dat heeft op taal. Ik denk dat hij drommels goed wist dat het onleesbaar zou worden. Dat vind ik wel ballsy. Véél meer jonge dichters zouden hem moeten lezen.’

En welke het meest overschat?

‘Laat ik dan maar in de context van Nederlandse schrijvers blijven: Mulisch. Ik heb het nodige aan dwangvoer uit de Nederlandse literatuur gehad op de middelbare school en die man heeft me bijna van mijn leeslust beroofd. Je móést hem gelezen hebben, maar ik voelde ’m niet. Ik vind het vooral megalomaan.’

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, wat zou u kiezen?

‘Iemand vroeg me toevallig laatst iets soortgelijks: “Zou je in een andere tijd willen leven en schrijven?” Nou, nee. Dan moet je me vragen: “Zou je als witte man van adel…?” Als zwarte vrouw denk ik dat dit voor mij het juiste moment is om te schrijven.

Ergens deel zijn van de avant-garde had me trouwens ook wel tof geleken, een beetje dingen kapot maken en koortsig zoeken naar vernieuwing. Ik heb een tijdlang alleen maar manifesten gelezen van mensen die zichzelf tot de avant-garde rekenden, zoals Breton, Artaud en Tadeusz Kantor. Zij konden nog echt het idee hebben dat ze iets nieuws deden. Allemaal randje waanzin, ook qua taal complete gekte. En zulke grote woorden: “Er is een impasse, de kunst is dood en wij gaan daar wat aan doen.” Ik bewonder hun bravoure, hun vuur.’

Heeft een recensent wel eens iets kritisch gezegd over uw bundel waarvan u dacht: u hebt een punt?

‘Mijn bundel is bizar positief gerecenseerd. Eén recensent was benieuwd hoe het zou zijn als ik vormvaste gedichten zou schrijven, een sonnettenkrans of zo. Ik vind vormvast schrijven nu niet passen bij de manier waarop ik denk en de dingen die ik beschrijf, maar het is wel een grappig idee. Misschien doe ik dat ooit nog. Iemand anders vond me zoekende. Hij had een punt, want de hele bundel was een zoektocht. Het is interessant dat er blijkbaar momenten waren waarop deze lezer niet tevreden was met wat ik vond. Er was ook een recensent die schreef dat hij niet zeker wist of hij nou moe was of de bundel te lang. Dat vond ik wel geestig. Het is wellicht vermoeiende materie en ik weet dat ’ie lang is, ik vind ’m zelf precies lang genoeg; misschien helpt een dutje?’

Hebt u een guilty pleasure qua lezen?

‘Ik voel me er totaal niet schuldig over, maar er zijn wel boeken die ik alleen oppak omdat het me verbaast dat ze bestaan, of voor de taal. Zoals bepaalde antroposofische boeken uit de jaren zeventig. Ik heb een boek dat beschrijft wat het eten van aardappelen met mensen doet, met een plaatje van een aardappel en een beschouwing ernaast over wat er gesteld kan worden over volkeren die veel aardappelen eten. Ik vind dat pure poëzie, kan er geen genoeg van krijgen.

Nog zo’n voorbeeld: Respect! van Hans Kaldenbach, een boekje met concrete tips voor het omgaan met jongeren “die zich niet laten corrigeren”. Het staat vol dingen als: “Tien tips voor als u een gewone burger bent.” Dat is toch geweldig?’

Als u een personage uit de wereldliteratuur mocht uitnodigen voor een diner, wie zou dat zijn?

‘De personages die ik superinteressant vind zijn als persoon vaak best vervelend. Ik zou wel willen dineren met Hank Chinaski. Feitelijk spreek je dan Bukowski zelf en het gesprek gaat dan vast over gokken of paarden of vrouwenbenen. Maar toch… uit antropologische interesse. En anders met de dichter uit dat verhaal van Borges, De spiegel en het masker. Dat gaat over een dichter die door de koning wordt opgedragen om een gedicht te schrijven. Als hij na jaren werken de meest sublieme versie heeft geschreven pleegt hij zelfmoord. Je krijgt in het verhaal niet mee wat hij nou schrijft. Een voordracht van die gedichten zou tof zijn bij een diner, maar dan moet je zijn dood wel voor zijn. Lastig.’

Welk boek zou iedereen op z’n achttiende gelezen moeten hebben?

‘Ergens deel zijn van de avant-garde had me trouwens ook wel tof geleken’

‘Dat hangt erg af van wat voor puber je bent. Zelf heb ik vooral verhalen gelezen die me lust gaven om naar de stad te emigreren. Niet zo moeilijk, want ik woonde op een best klein eiland. Alle boeken waarin snelwegen en wolkenkrabbers voorkwamen spraken ontzettend tot mijn verbeelding. Ik vond het troostend om te weten dat er hele werelden bestonden waar ik nog naartoe kon.’

Wat hebt u onlangs van een boek geleerd?

‘O jeetje, wat keurig. Ik weet niet of ik zo lees. Ik heb een tijd geleden Vrijheid gelezen, van Jonathan Franzen. Ik vond het wel tof hoe hij zichtbaar maakte wat de bewegingsvrijheid van de één kan doen met die van de ander, hoe dat elkaar in de weg kan zitten. Maar leren-leren…’

Welke klassieker hebt u niet gelezen?

‘Heel veel. Ik had de canon eigenlijk opgegeven. Een vriend van mij las Moby Dick. Daar heeft hij lang over gedaan en hij was heel trots op zichzelf toen hij het uit had. Ik heb dat niet gelezen. Er is al te veel, ik weet niet waar ik de tijd vandaan moet halen. Als je het feit dat je doodgaat vergeet kun je veel dieper in de klassiekers duiken, maar ik ben me te zeer bewust van mijn sterfelijkheid. Vandaar dat ik focus op wat me nu boeit of prikkelt en me laat leiden door wat ik zelf aan het schrijven ben. Die methode brengt me soms bij klassiekers en soms, helaas, bij een boekje als Respect!’

Marcel Proust of James Joyce?

‘Joyce.’

Albert Camus of Michel Houellebecq?

‘Houellebecq.’

Leo Tolstoj of Fjodor Dostojevski?

‘Dostojevski.’

Paolo Sorrentino of Wes Anderson?

‘Wes Anderson, met z’n pastelkleurtjes.’

Elena Ferrante of Karl Ove Knausgård?

‘Ik heb Ferrante niet gelezen, Knausgård wel, maar ik denk dat ik dan alsnog Elena Ferrante kies.’

Ernest Hemingway of F. Scott Fitzgerald?

‘Hemingway.’

David Hockney of Andy Warhol?

‘Warhol.’

Arnon Grunberg of A.F.Th. van der Heijden?

‘Grunberg.’

Zadie Smith of Joan Didion?

‘Dat is onzin. Allebei natuurlijk. Ik weiger te kiezen.’