The Grand Budapest Hotel

Avontuur in een uitklapboek

Diepte is een probleem in het werk van Wes Anderson, schrijft David Thomson in New Republic.

Medium film

Hij verwijst hiermee naar het statement van de Amerikaanse regisseur dat zijn nieuwste film, The Grand Budapest Hotel, geïnspireerd is op het oeuvre van Stefan Zweig, de Oostenrijkse schrijver die actief was in de tijd waarin de film zich afspeelt, rond de jaren dertig toen het fascisme Europa in zijn greep kreeg.

Thomson zet vraagtekens bij de Zweig-referentie, want Anderson is volgens hem een ‘regisseur wiens zogenaamde genialiteit niet kan verhullen dat hij onverschillig staat jegens de diepte van ervaring die zo allesoverheersend is in het leven en werk van Zweig’. Thomsons negativiteit over Anderson is opvallend, omdat The Grand Budapest Hotel zoals alle films van de Amerikaan overwegend juichend wordt ontvangen. Inderdaad, diepte is een punt bij Anderson, maar op een andere manier dan Thomson bedoelt. Andersons vertelstijl is uniek in vorm en inhoud. Het beeld blijft vlak; verhaal en personages komen naar voren als in een uitklapboek, net als in eerder werk, vooral The Life Aquatic with Steve Zissou (2004) en Fantastic Mr. Fox (2009).

Zoals in Zissou is een duistere ondertoon in het vlak vormgegeven verhaal van Budapest bepalend voor de betekenis. Het hotel zelf, hoog in de bergen in een verzonnen Oost-Europees land, is bereikbaar via een kabelbaan. Wanneer het karretje omhoog gaat, is het net alsof de lezer aan een papieren hendeltje van het uitklapboek trekt. Boven wachten de figuren in het verhaal: conciërge Gustave (Ralph Fiennes) en zijn beste vriend, piccolo Zero (Tony Revolori). Op een gegeven moment verdwijnt er een kostbaar schilderij uit de nalatenschap van Madame D. (Tilda Swinton), minnares van Gustave. Haar zoon, Dmitri (Adrien Brody) en zijn Dracula-achtige agent Joplin (Willem Dafoe) komen Gustave en Zero op het spoor. Een caper ontvouwt zich, een doldwaze achtervolging door besneeuwde landschappen met Dmitri en Joplin die zich ontpoppen als respectievelijk fascistische leider en Schutzstaffel-man pur sang.

Gustave en Zero verruilen noodgedwongen het hotel, locatie van schoonheid en beschaving, voor de onzekere landschappen van een wereld waarin de sterke man het voor het zeggen krijgt. Tegelijkertijd pakken onweerswolken zich samen. De storm komt, en zelfs Het Geheime Genootschap van de Gekruiste Sleutels, een soort verzetsbeweging van conciërges, kan het tij niet keren.

In de fusie van onheil en plezier ligt de genialiteit, de ‘diepte van ervaring’ (Thomson), van The Grand Budapest Hotel. Romantiek en nihilisme vinden elkaar in de zwarte uniformen die Gustave’s bloed ruiken, in de teloorgang van de wereld van de schoonheid. Tijdens een diner in een nu vervallen Hotel Budapest brengt de oude Zero de verhaalwerkelijkheid terug naar het zoete verleden. Eén voor één klapt hij de kartonnen plaatjes uit en dijt de grijze wereld uit tot iets wonderlijks.


Te zien vanaf 13 maart

Beeld: The Grand Budapest Hotel (20th Century Fox).