Non-fictie

Avontuurlijk arabist

Christiaan Snouck Hurgronje
Mekka
Vertaald en ingeleid door Jan Just Witkam
Atlas, 608 blz., € 39,90

Wanneer Jacob Snouck Hurgronje, een predikant op Tholen die vreemdging met de dochter van een collega en vervolgens met zijn geliefde naar Engeland vluchtte, niet was teruggekeerd naar zijn vaderland, stonden er van zijn zoon nu minimaal vijf biografieën op de plank, benevens uitgebreide Collected Works en vele delen correspondentie. Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) was namelijk een van de opmerkelijkste geleerden van zijn tijd. Als arabist en islamkenner behoorde hij niet alleen tot de wereldtop, hij was bovendien avontuurlijk aangelegd, zodat zijn leven leest als een roman.

Op 23-jarige leeftijd promoveerde hij cum laude op Het Mekkaansche feest, waarin hij de oorsprong en rituelen van de islamitische bedevaart onderzocht. Ook aan het eind van de negentiende eeuw was de islamkunde geen wetenschap waarbij het zuiver om de kennis ging, maar speelde de toepasbaarheid een grote rol. In Nederlands-Indië, en vooral in het opstandige Atjeh, werd Nederland geconfronteerd met radicale moslims. Grote zorgen maakte de overheid zich over de pelgrims die naar Mekka gingen en die niet zelden sterk geradicaliseerd terugkeerden.

Om deze reden werd Snouck Hurgronje in staat gesteld naar het Arabisch schiereiland te reizen, om daar ter plekke onderzoek te doen. Nadat Snouck zich in Jeddah tot de islam had bekeerd, en zich ook had laten besnijden, kon hij begin 1885 naar het voor niet-moslims verboden Mekka reizen. Zes maanden lang kon Snouck veldonderzoek verrichten. Helaas moest hij, als gevolg van Franse machinaties, de heilige stad verlaten voordat de jaarlijkse bedevaart, de haddj, werd gehouden. In 1888-89 verscheen zijn in het Duits geschreven, tweedelige standaardwerk Mekka. Dit boek, dat Snouck op slag beroemd maakte, verscheen nooit in volledige vertaling. Omdat het eerste deel vooral een tamelijk saai historisch overzicht biedt, bestaat deze nieuwe uitgave slechts uit het tweede deel.

Dit bijzonder levendige en goed geschreven verslag van het dagelijks leven en de religieuze praktijk in de pelgrimsstad wordt voorafgegaan door een inleiding van 180 bladzijden. Deze is vooral waardevol omdat gebruik is gemaakt van niet eerder gepubliceerde correspondentie van Snouck. Helaas is deze inleiding erg slordig gecomponeerd en bovendien vindt de auteur het nodig om voortdurend venijnig uit te halen naar een andere Snouck-kenner. Dit doet afbreuk aan dit fraaie boek, dat bovendien veel foto’s bevat die Snouck in Mekka heeft gemaakt of verzameld. Het wachten is nog steeds op een goede biografie van deze merkwaardige geleerde, die ook in de Atjeh-oorlog een belangrijke rol zou spelen, maar het lijkt niet waarschijnlijk dat die door deze inleider zal worden geschreven.