De Tweede Wereldoorlog - Kinderen van de holocaust

‘Awesome, you’re from Anne Frank’s country!’

Ze voelen zich joods én Amerikaans, kennen elk detail van hun familiegeschiedenis en gaan op heritage tours naar Polen. In hoeverre worden de levens van ‘3G’s’, Amerikaanse kleinkinderen van holocaustoverlevenden, zeventig jaar na dato nog beïnvloed door de Tweede Wereldoorlog?

Medium 3g

In The New york blueprint, een gids zo dik als een telefoonboek, staan alle joodse activiteiten die in New York gehouden worden: van Jiddisch dansen voor bejaarden, Israëlische peuterliedjes zingen en een cursus ‘positief denken’ voor chassidische vrouwen tot zwemmen met joodse vrijgezelle dertigers. En niet te vergeten de gala’s voor het Israëlische leger, benefietconcerten ten behoeve van Israëlische kinderprostituees en de synagogediensten voor elke denkbare stroming: van extreem orthodoxe mannen met zwarte hoeden tot groepen lesbische liberalen.

Een van de evenementen is een avond over jonge joodse en Israëlische filmmakers. De korte films gaan allemaal over de holocaust. De eerste is een monoloog waarin een oude vrouw met een heftig Oost-Europees accent op nogal expliciete wijze tegen haar eigen spiegelbeeld praat over de verschrikkingen die ze als jong meisje in het concentratiekamp heeft meegemaakt. De tweede film gaat over een kampoverlevende die zich in de bossen van Rusland verschuilt. Ten slotte wordt een documentaire met de naam We Are Still Here! geprojecteerd. Filmmaker Evan Kleinman (32) interviewt zijn grootouders over hun oorlogsverhaal en gaat samen met zijn ouders en zusje naar Polen om te kijken waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Daar legt hij een grafsteen neer voor de vermoorde broer van zijn opa. Aan het einde komen foto’s in beeld van een heel grote familie begeleid door de woorden: ‘Het is tijd om de wereld voor eens en voor altijd te vertellen dat de nazi’s ons wilden uitroeien, maar dat het niet gelukt is: we zijn er nog.’

Na de voorstelling zie ik Evan in de hal staan en ik spreek hem aan. ‘De eerste keer dat ik over de holocaust hoorde’, vertelt hij, ‘was tijdens Jom Kippoer bij mijn grootouders, ik moet een jaar of zeven geweest zijn. Mijn oma maakte een opmerking over een kamp en ik dacht dat ze het over een zomerkamp had. Ik raakte enthousiast, want ik was net voor het eerst mee geweest en wilde weten naar welk kamp oma ging. Mijn moeder legde uit dat ze het over een ander soort kamp hadden, een eng en naar kamp. Ik begreep het niet helemaal, maar ik was er erg van onder de indruk.’

Een aantal tieners komt op Evan af om zijn handtekening te vragen. Bescheiden zet hij een krabbeltje.

Hij vervolgt: ‘Vijftien jaar geleden probeerde mijn tante mijn opa te interviewen over zijn jeugd, maar na een minuut brak hij in tranen uit. Toen ik naar de filmacademie ging drukte ze me op het hart dat ik ooit iets met het onderwerp moest doen. In 2008 ben ik aan dit project begonnen. We bezochten Sedziszów, de plek waar mijn opa vandaan komt. Mijn opa en zijn broer werkten tijdens de oorlog als dwangarbeiders in een bandenfabriek.’

Ik vraag Evan hoe hij zelf is beïnvloed door de holocaust. ‘Het is een houding, bijna een karaktereigenschap’, zegt hij. ‘Ik zeg altijd: een goed leven leiden is de ultieme wraak. Altijd lachen is het beste wat je kunt doen. En ik doe erg mijn best om mijn grootouders gelukkig te maken. Ik heb niet het idee dat ik getraumatiseerd ben. Ik ben niet angstig, maar voel me juist krachtig.’

Opmerkelijk. Onder de meeste kleinkinderen van holocaustoverlevenden in Nederland heerst wel een bepaalde angst dat het zo weer kan gebeuren. Hoewel ze het niet willen, vragen ze zich toch geregeld af bij wie ze zouden kunnen onderduiken als het nodig zou zijn. Trots is bij ons zeker niet overheersend. Maar Amerika is natuurlijk het land van de dromen, de plek waar alles mogelijk is, zolang je zelf voor je eigen geluk zorgt. Als je eigen succes aan je prestaties ligt, is zwak zijn taboe. Treuren om je vermoorde familie wordt als niet constructief gezien, je moet het een positieve wending geven. Een trotse Amerikaan is net zoiets als een zuinige Nederlander: cultureel bepaald vanaf de geboorte.

Als ik Evan vraag of hij zich Amerikaan voelt kijkt hij me aan alsof ik achterlijk ben. ‘Natuurlijk! Ik ben hier toch geboren? Maar dat betekent niet dat ik me niet verdiep in mijn Europese “roots”. Als je opgroeit in New York kom je de holocaust altijd tegen: we hebben een Holocaust Museum in Battery Park en op elke middelbare school staat het boek van Elie Wiesel over zijn kamptijd op de verplichte literatuurlijst, het is overal als je het wil zien.’

‘Een goed leven leiden is de ultieme wraak. En ik doe erg mijn best om mijn grootouders gelukkig te maken’

Elke keer als ik iets over de derde generatie opzocht op internet werd ik doorgestuurd naar Amerikaanse onderzoeken. Minstens een dozijn psychologen en psychiaters bleek te zijn afgestudeerd op dit onderwerp. Omdat dit me intrigeerde, plaatste ik een oproep op de Amerikaanse Facebook-pagina ‘Grandchildren of the Holocaust’. Binnen twee dagen had ik vijftien afspraken geregeld. Iedereen vond het ‘awesome’ en ‘exciting’ om een Nederlandse ‘3G’ te ontmoeten.

Ariella Brodecki (27) is de dochter van een van de oprichters van het United States Holocaust Memorial Museum (ushm) in Washington DC. Ik ontmoet haar onder een levensgrote plastic banner waar in koeienletters NEVER AGAIN opstaat. Ariella ziet eruit als een perfecte cheerleader: lang blond steil haar, groene ogen, mooie kleding en een grote glimlach met een rij kaarsrechte stralend witte tanden. Ze kent het museum op haar duimpje.

Ariella vertelt: ‘Ik kom hier al sinds mijn vijfde, nog voor het officieel open ging. Later heb ik er veel vrijwilligerswerk gedaan. Ik ben geboren in Minnesota, maar mijn vader droomde ervan een groot holocaustmuseum in de hoofdstad van de Verenigde Staten op te zetten. In 1988 verhuisden we met het gezin hiernaartoe. Dus eigenlijk ben ik in Washington DC opgegroeid door en voor het ushm, wat inmiddels na Yad Vashem in Jeruzalem het grootste holocaustmuseum ter wereld is.’ Ze glimt van trots.

In de grote stalen lift zijn beeldschermen opgehangen die vlammen tonen. Een medewerker zegt dat we deze experience vooral goed op ons moeten laten inwerken. ‘De volgende keer dat je getuige bent van uitingen van haat of onrechtvaardigheid moet je denken aan wat je hier vandaag hebt gezien.’

Terwijl we foto’s bekijken van de dag dat Hitler tot rijkskanselier werd benoemd vertelt Ariella het verhaal van haar grootouders: ‘Mijn oma komt uit Sciejowice, in de buurt van Krakau. Tijdens de oorlog zat ze in een aantal getto’s en kampen. Ze overleefde door te dansen voor de nazi’s. Mijn opa is geboren in Warschau. Hij heeft een tijd in Auschwitz gezeten. Daar kreeg hij tyfus, zag het leven niet meer zitten en probeerde zichzelf op te hangen, maar het mislukte. Ze stuurden hem door naar Theresienstadt, waar hij werd bevrijd. Mijn grootouders ontmoetten elkaar in een vluchtelingenkamp en besloten naar Amerika te vertrekken, ze hadden immers niets meer in Europa: hun familie was dood, de huizen waren ingepikt en er heerste nog altijd een antisemitisch sentiment in Polen. Virginia was een van de onderbevolkte staten die veel immigranten opnamen en dus kwamen ze daar terecht. Mijn grootouders leven nog. Ze zijn oud, maar ze hebben de mentaliteit van overlevenden, wat hen sterk maakt. Ze zijn allebei zó positief. En het zijn echt leuke mensen: ze gaan nog steeds discodansen en zijn bevriend met mensen van onze leeftijd. Ik heb een heel hechte band met hen, vooral met mijn oma, we lijken veel op elkaar.’

Bij de uitgang van het auditorium, waar een film draait over een nsdap-parade, treffen we een overwegend zwarte klas aan. Een jongen van een jaar of veertien kijkt verslagen: ‘Het is zo eng dat hij zulke nare dingen over joden zei en dat zoveel mensen hem geloofden.’ Zijn schoolgenoten knikken instemmend.

Hoog in de lucht zweeft een ijzeren plateau waar Arbeit Macht Frei op staat. De vloer verandert van structuur, het lijkt of er modder gestort is. Als ik even later barakken op ware grootte zie, besef ik dat een deel van Auschwitz is nagebouwd. Het lukt me nog net om de cynische gedachte ‘Auschwitz_-light’_ voor me te houden. Ariella wandelt in de richting van de barak en zegt dat haar vader op dit gedeelte het meest trots is, omdat het zo realistisch is. Ze vertelt dat ze in Polen is geweest, om een tour langs de kampen te maken en dat het haar opviel dat je in Europa nauwelijks monumenten ter nagedachtenis van de holocaust ziet, terwijl ze hier in elk gehucht te vinden zijn.

Ze mijmert hardop: ‘Misschien doordat we hier bang zijn dat het sneller vergeten zal worden. Jullie hebben natuurlijk de échte plekken nog, wij moeten het doen met de gebouwen en tekens die we er zelf voor maken.’

Het lukt me nog net om de cynische gedachte ‘Auschwitz-light’ voor me te houden

We gaan richting de merchandisingshop. Ik vergaap me aan stapels kinderboeken over de oorlog, een knuffelbeer in kampkostuum met de naam refugee bear, koffiebekers, sleutelhangers én tassen met ‘Never Again’ erop geprint, een grote ketting met de woorden ‘en de wereld keek toe zonder iets te doen’ en een Kristallnacht-pakket, waarmee je met vouwblaadjes een synagogeruit kunt nabouwen en zo kunt ‘helpen’ met de reconstructie van alles wat verwoest is.

’s Avonds komt Jason Harris (34) me ophalen. Ik ben met hem in contact gekomen via de 3G-groep in Washington DC, waar hij in het bestuur zit. De eerste keer dat ik op de website kwam keek ik mijn ogen uit. Op de voorpagina de grote kop: ‘Een gemeenschap die de lessen en nalatenschap van de holocaust doorgeeft’. Na een korte klik zag ik foto’s van jonge mensen met hun grootouders en afbeeldingen van borrelende twintigers en dertigers onder een groot 3G-logo. Verder vond ik de rubriek ‘3G van de maand’ waarin kleinkinderen hun familieverhalen uit de oorlog vertellen en een uitgebreide agenda met een gepland bezoek aan The American Jewish Military Museum en een sjabbatdiner met een holocaustoverlevende.

Waarom zouden deze mensen behoefte hebben om deel uit te maken van een soort hobbyclub met de holocaust als gemene deler?

We rijden naar het café waar Jason speciaal voor mij een happy hour heeft georganiseerd en hij verzekert me dat de leden net zo enthousiast zijn om mij te ontmoeten als ik hen. Een 3G uit Europa, dé plek waar het allemaal heeft plaatsgevonden, kom je immers niet elke dag tegen.

In The Basement Bar, een pub met graffiti op de muren, is een gedeelte voor ons gezelschap afgehuurd. Ik word voorgesteld aan mensen met namen als Miriam, David, Daniel, Rachel, Alana en Todd. Allemaal kijken ze me nieuwsgierig aan over hun grote bierpullen. ‘You must be the Dutchie. Awesome, you’re from Anne Frank’s country!’ De meeste gesprekken gaan over daten en er wordt onderling heel wat gesjanst. Ik was overal op voorbereid, zelfs op therapie-achtige groepsgesprekken met dozen tissues, maar dit had ik niet verwacht.

Als er een stuk of dertig mensen zijn neemt een meisje van het bestuur het woord. Omdat er vandaag een aantal nieuwe leden zijn lijkt het haar een goed idee om allemaal een sticker op te plakken met daarop onze naam en de plek waar onze grootouders van origine vandaan komen. Voordat ik er erg in heb prijkt op mijn borst een post-it met ‘NATASCHA: AMSTERDAM/SOERABAJA/BOCHNIA/PRZESLAW’. Onmiddellijk ontstaan er gesprekken onderling: ‘Komen jouw opa en oma ook uit Lodz? En hebben ze dan ook in het getto gezeten?’

Er worden nieuwe ladingen bier aangesleept. ‘Mijn grootvader was de enige overlevende uit zijn familie’, vertelt Jason. ‘Mijn oma had wat dat betreft meer geluk. Allebei haar ouders en haar broer overleefden de verschrikkingen. Mijn grootouders ontmoetten elkaar na de bevrijding in een kamp voor “displaced persons” in Stuttgart, Duitsland. Ze verloofden zich en kwamen samen naar Amerika.’

Hij schraapt zijn keel. ‘Ik was nog heel jong toen ik voor het eerst over de holocaust hoorde. Mijn oma had de tatoeage uit Auschwitz, dus dat was erg aanwezig. Mijn opa vertelde vaak over hoe hij de nazi’s te slim af was en zo steeds wist te ontsnappen. Als klein jongetje vond ik het wel stoer klinken, als een soort Indiana Jones-film.’

‘Typisch Europees. Jullie zijn nog steeds bang dat jullie elk moment gepakt kunnen worden door de nazi’s’

Jason zegt shalom tegen de barman. Ik betrap me op de gedachte dat ik nooit zomaar Hebreeuws zou praten in Amsterdam als daar geen reden toe is. Ik schaam me er helemaal niet voor dat ik joods ben, maar moet je het zó duidelijk uitdragen? Hij lacht me uit. ‘Typisch Europees. Jullie zijn nog steeds bang dat jullie elk moment gepakt kunnen worden door de nazi’s. Niet bewust misschien, maar jullie voelen je nog steeds uitschot. Hier in Amerika zijn joden een uiterst machtige en gerespecteerde minderheid.’

Jason voelt zich erg thuis in de Verenigde Staten. Hij wordt door iedereen geaccepteerd. ‘Het jodendom in Amerika is geïndividualiseerd. Elke jood kan kiezen bij welke stroming hij zich aansluit. Er zullen ongetwijfeld joden zijn die zich in eerste instantie joods voelen en dan pas Amerikaan, maar ik heb niet het idee dat ik hoef te kiezen. Al ben je joods, Afro-Amerikaans en homo, dat is toch allemaal prima?’

Het boeit me dat het hier zo vanzelfsprekend lijkt te zijn dat je je én Amerikaans én jood kunt voelen. Thuis wordt snel de vraag gesteld of je jezelf in eerste instantie als Nederlander of als joods ziet.

Jason vertelt dat hij op de universiteit een master in joodse studies heeft gedaan. Dat vermoeide hem zo dat hij daarna iets heel anders wilde, maar toen zijn grootvader een paar jaar geleden overleed, wilde hij diens geschiedenis eren. Nu lag die verantwoordelijkheid in zijn handen. Toevallig liep hij niet lang daarna Alana tegen het lijf, net als Jason kleinkind van holocaustoverlevenden. Zij speelde al een tijd met het idee om een 3G-groep in Washington op te richten, naar het model van de reeds bestaande groep in New York City.

‘In Amerika hebben we legio joodse clubjes’, legt Jason uit. ‘Als je geïnteresseerd bent in goede doelen word je vrijwilliger bij Jewish Charities of America, als je je wil inzetten voor de natuur ga je naar het National Jewish Fund, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het willen vormen van groepen is iets heel Amerikaans, het stamt uit de tijd dat we een Britse kolonie waren. Dus het was slechts een kwestie van tijd voordat er ook groepsbijeenkomsten over de holocaust zouden komen.’

In het begin organiseerden ze een aantal sjabbatdiners om mensen te leren kennen. Toen de 3G-groep een stuk of 25 leden had gingen ze meer de diepte in. ‘We regelden een bijeenkomst op de Litouwse ambassade met een lezing over het joodse leven in Litouwen vandaag de dag. Een paar weken geleden gingen we met z’n allen naar een film over de holocaust tijdens het joodse filmfestival en op Veteranendag hadden we een toespraak van een veteraan die Dachau heeft helpen bevrijden. We krijgen nog steeds nieuwe aanmeldingen en inmiddels hebben we een mailinglist van meer dan tweehonderd adressen.’

Momenteel zit 3G alleen in Washington, Boston en New York. Het is Jasons droom om in het hele land afdelingen op te zetten. Een belangrijk onderdeel is dat leden van de derde generatie langs gaan bij scholen in achterstandswijken om vanuit een persoonlijk perspectief over de holocaust te praten. ‘Nu het aantal overlevenden steeds meer terugloopt hebben wij een netwerk nodig van jongeren dat kan helpen met educatie en het organiseren van herdenkingen. Er wordt binnenkort een conferentie gehouden om te praten over de oprichting van een nationale 3G-groep. Als die er echt komt zou ik met liefde stoppen met alles wat ik doe om me daar fulltime voor in te zetten. De holocaust zit helemaal in mij. Dan kun je toch geen mooier levensdoel bedenken?’

We nemen afscheid met een hug. ‘I’ve always wanted to visit Amsterdam, because of the Anne Frank House, it would be amazing if you could give me a tour one day.’ Ik kijk hoe zijn zwarte sportwagen uit het zicht verdwijnt.

Mijn telefoon trilt. Het is Evan die vraagt of ik morgen mee wil naar de Genocide Awareness Week, een week vol lezingen en workshops over massamoorden door de eeuwen heen.


Van Natascha van Weezel verscheen begin dit jaar De derde generatie: Kleinkinderen van de holocaust (Balans, 288 blz., € 18,95). In 2014 maakte ze over hetzelfde onderwerp de tv-documentaire Elke dag 4 mei