Ook Duitsland is nu in debat

Ayaan in Berlijn

In Duitsland heeft het boek Ich klage an van Ayaan Hirsi Ali veel losgemaakt. Zij heeft voor elkaar gekregen wat anderen niet is gelukt: discussie over de grenzen van het multiculturalisme.

BERLIJN – Sinds de moord op de filmregisseur Theo van Gogh begrijpen wij, Duitsers, Nederland niet meer. We hebben ons ingesteld op het cliché dat het daar uitgesproken tolerant, liberaal en in ieder opzicht open toegaat. Als jongeren reizen we graag af naar Amsterdam om ons te goed te doen aan hasj. Als volwassenen bewonderen we het poldermodel. Iedere keer als het verkeerd loopt in Duitsland, kan men in onze kranten lezen dat we toch eens naar Holland moeten kijken. En nu blijken onze aardige buren in een Kulturkampf te zijn verwikkeld. En wéér zijn we onder de indruk hoe open en radicaal zij een discussie durven voeren, die eigenlijk ook in Duitsland zou moeten plaatsvinden en wat al veel langer had gekund. Want uitgevers hebben in de afgelopen maanden talrijke levensverhalen van jonge moslima’s gepubliceerd, boeken die gaan over religieus lijden en seksuele onderdrukking. Maar deze publicaties, en het daarmee verbonden lot van moslimvrouwen in onze samenleving, bleken nooit een groot journalistiek thema te zijn.

Pas toen de Nederlandse parlementariër, scenarioschrijfster en islamcritica Ayaan Hirsi Ali naar Berlijn kwam om haar boek te presenteren – dat gaat over de stokslagen in haar jeugd en over de koranmacho’s die jonge vrouwen «reduceren tot maagdenvliezen», over haar genitale verminking en de opmars van de reactionaire islam, en dat ook nog eens de titel draagt Ich klage an (men kan zelfs stellen: typisch Duits, want plomp) – ja toen pas werd dit onderwerp een enorme mediagebeurtenis.

Alle landelijke kranten en weekbladen pu bliceerden de afgelopen weken interviews, re censies en achtergrondartikelen over het leven van «deze moedige vrouw», die door bodyguards beschermd moet worden tegen fanatieke islamisten die trachten haar van het leven te beroven.

In slechts tien dagen werden meer dan twintigduizend exemplaren van haar boek verkocht. De uitgever heeft – zeer mediagevoelig– ook een Turkse versie gepubliceerd, maar opvallend genoeg lag haar «pleidooi voor de bevrijding van de moslimvrouwen» niet in de Turkse boekwinkels van bijvoorbeeld Berlijn-Neukölln. Dit zou de juiste locatie zijn geweest om het debat in Duitsland te starten.

Enkele maanden voorafgaand aan het be zoek van Hirsi Ali aan Berlijn werd in migrantenbolwerk Neukölln de Turkse Hatin Sürücü midden op straat neergeschoten. De politie arresteerde haar broer en sprak van een openbare executie, van een zogenaamde eerwraakmoord. Ze was omgebracht omdat haar familie niet langer accepteerde dat deze dochter zich van de voorschriften, zeden en gewoonten van haar ouders had geëmancipeerd.

Jonge moslims die in de buurt waren van de plaats van de moord werden door de verzamelde pers gevraagd om een reactie. Tegenover verbijsterde journalisten verklaarden zij dat ze de daad goedkeurden, omdat het slachtoffer zich «als een Duitser had gedragen». Hatin Sürücü was, toen ze vijftien jaar oud was, door een ge dwongen huwelijk getrouwd met een neef in Turkije. Ze kreeg een kind van hem, verliet vervolgens haar echtgenoot en keerde terug naar Duitsland. Daar startte ze een nieuw leven: ze deed een opleiding tot elektro-installateur, wierp haar hoofddoek af en werd regelmatig met mannen gesignaleerd. Deze jonge vrouw wilde integreren, het werd haar doodvonnis.

Een uitzondering was deze moord niet. De Berliner Krisendienst Papatya, een hulp organisatie die zich specifiek om jonge vrouwelijke migranten bekommert, heeft kortgeleden een studie gepubliceerd waarin staat dat in Duitsland tussen 1996 en 2004 ongeveer veertig moorden in naam van de zogenaamde eer zijn gepleegd. Alleen al in Berlijn, waar van heel Duitsland de meeste Turken en Duitsers van Turkse herkomst wonen, zijn sinds begin oktober vorig jaar zes vrouwen het slachtoffer geworden van Turkse of Arabische mannen die hun gekrenkte eergevoel als motief aanvoerden voor hun daden.

Als het gaat om stigmatisering van buitenlandse tradities is de politieke elite in Duitsland zeer voorzichtig. Het heeft heel lang ge duurd voordat er in het openbare debat een minimum aan tact werd getoond ten aanzien van cultuurverschillen. Deze principiële, fundamentele acceptatie van het multiculturalisme was – en is – een enorme winst voor de Duitse samenleving. Dit wordt natuurlijk door rechts-populistische politici bestreden en is inzet voor verkiezingsleuzen vol vreemdelingenhaat.

Duitse intellectuelen willen tegelijk liever níet horen dat Hirsi Ali het multiculturalisme verantwoordelijk acht voor de gettovorming en islamisering van de migranten. Toch blijkt er in Duitsland met twee maten te worden gemeten. Want als een rechts-radicaal een Turkse vrouw midden op straat zou doodschieten, dan zou dat een stroom van verontwaardiging en woede in de Duitse samen leving veroorzaken. Maar als een 23-jarige Duitse van Turkse afkomst door haar reactionaire, verblinde broeders wordt afgemaakt, dan is hierover geen extra uitzending op tele visie of een buitengewone vergadering in het parlement. De tolerante houding van de overheid heeft in Duitsland verhinderd dat moordrituelen en andere door cultuur en religie bepaalde regressie in de Duits-Turkse parallelle samenleving fel bekritiseerd en bestreden worden.

Wij, Duitsers, zijn bang voor de dodelijke confrontatie zoals we die zien plaats vinden in Nederland. En we zijn totaal in de war over de aard en wijze waarop de hoofdfiguur van deze Nederlandse Kulturkampf optreedt: hoe weinig agressief, rustig en bijna schuchter is Hirsi Ali’s manier van spreken. Een missionair, een felle strijdster, dat hadden we verwacht. Maar haar antwoorden op de tientallen vragen van journalisten waren zakelijk en in telligent. Jammer dat we haar niet een tijdje kunnen lenen.

Toen ik onlangs een radioprogramma over dit thema presenteerde, werd in de studio door de aanwezigen hard en emotioneel ge schreeuwd. De gerenommeerde cultuur wetenschapper Werner Schiffauer probeerde de re-etnisering van de derde en vierde generatie migranten te verklaren vanuit sociale discriminatie en culturele aanpassingsdruk door de politiek. Daarmee praatte hij de uitwassen ook goed. De Turkse advocate Seyran Ates daarentegen wierp de professor ideologische verblinding voor de voeten en eiste concrete maatregelen om de parallelle wereld van de migranten open te breken. Ook zij heeft inmiddels doodsbedreigingen ontvangen. En ook zij krijgt persoonlijke bescherming. In Duitsland moet de escalatie nog beginnen, en die zal er zeker komen als er niets gebeurt.

Vertaling: Margreet Fogteloo

_______________________

Furore

Ayaan Hirsi Ali maakt als schrijfster furore in het buitenland. De bij Augustus uitgegeven boeken De zoontjesfabriek (2002) en De maagdenkooi (2004), een verzameling essays over met name de positie van de moslimvrouw, werden voor de buitenlandse markt samengevoegd tot één titel. Daarin is ook opgenomen de tekst van de film Submission. In Duitsland, Frankrijk en Italië is het boek in korte tijd – vanaf eind mei – opgerukt naar de top-5 van de bestsellerslijsten. In Duitsland bereikte het boek onder de titel Ich klage an binnen twee weken de eerste plaats van de Bestsellerlist.

Volgens Hirsi Ali’s agentschap voor de internationale markt «slaat het boek overal meteen aan». De agente, van oorsprong Amerikaans, werkt in Parijs en is gespecialiseerd in auteurs met een boodschap, van wie sommige in gevangenschap verkeren of worden bedreigd met de dood. Een medewerker zegt vanuit Parijs: «Er zijn verregaande plannen voor een wereldwijde publicatie, zoals in Japan, Amerika en Brazilië. Hirsi Ali beschouw ik als een mondiale schrijfster, als iemand die óók een snaar raakt in delen van de wereld waar geen grote moslimgemeenschap is. Wat zij aansnijdt wordt universeler opgevat, zo bleek bijvoorbeeld uit gesprekken met de Braziliaanse uitgever, namelijk hoe migranten proberen zich een plek te verwerven in een nieuwe samenleving.»

Volgens haar wekt Hirsi Ali in het buitenland minder weerstand op dan in Nederland: «Ze wordt nauwelijks beoordeeld langs de politieke links-rechtslat. Voor haar ideeën krijgt ze groot applaus. Vanuit de moslim gemeenschap in Frankrijk zie je twee reacties: geïntegreerde moslims herkennen zich in haar persoonlijke relaas. Aan de andere kant is zij voor radicale groepen aanstoot gevend. Dat is begrijpelijk, want ze houdt haar mening over de positie van de vrouw binnen de islam niet voor zich. Ze signaleert het gevaar van de radicalisering. Beide thema’s leiden in Frankrijk al veel langer tot felle debatten. Zij is dus niet de aanstichter van controverse, zoals in Nederland vaak wordt beweerd, maar onderdeel ervan.»

In Frankrijk is al langer een maatschappelijk debat gaande over de relatie tussen (moslim)migranten en de westerse samen leving. De kwestie van de hoofddoek werd daar vorig jaar vanuit de republikeinse laïcité door de overheid opgelost met een totaal verbod op religieuze uitingen in openbare gelegenheden. Schrijfsters als Chadhortt Djavann en de beweging Ni Putes Ni Soumises («Geen Sletten Geen Slavinnen») zetten het onderwerp over de positie van de moslimvrouw sinds twee jaar op de kaart. Hirsi Ali werd naar aanleiding van de publicatie van haar boek met als titel Insoumise («Niet onderworpen», een naam die direct refereert aan Ni Putes Ni Soumises) begin juni uitgenodigd door partijvoorzitter Nicolas Sarkozy van de presidentiële ump (na het euroreferendum ook weer minister van Binnenlandse Zaken) om te spreken in de Assemblée Nationale. Ze werd onder meer gevraagd vanwege haar opvatting over het multiculturalisme.

Volgens Marijke Nagtegaal, rechten manager onder andere voor Amstel Uitgevers waartoe ook Augustus behoort, is de export van haar boek door de uitgeverij bewust getimed. Nagtegaal: «We waren er al ruim voor de moord op Van Gogh mee bezig. Op de Frankfurter Buchmesse, vorig najaar, was veel interesse. Het buitenland hield haar in de gaten. Alles kwam daarna in een stroom versnelling: de publicaties in de buitenlandse pers over Submission in november en haar benoeming in april door Time Magazine tot een van de invloedrijkste personen in de wereld. Tientallen verzoeken voor interviews uit het buitenland volgden. De promotie van het boek doet ze natuurlijk uiteindelijk zelf. Op persconferenties horen we telkens dat ze haar charismatisch en slim vinden. Haar boodschap is niet nieuw, maar wel duidelijk. Wat me wel eens ergert is dat in Nederland mensen harde kritiek op haar hebben, maar dat ze als je doorvraagt niet de moeite hebben genomen haar boeken te lezen, zodat ze een gefundeerde mening kunnen vormen over haar boodschap.»

MARGREET FOGTELOO