Interview met Zuid-Afrikaanse dominee Alan Boesak

«Apartheid gaat niet zomaar dood»

«Jij moet over die tien gebooie preken», zei tante Meraai dertig jaar geleden tegen het piepjonge domineetje Alan Boesak. Het was zijn eerste week in zijn eerste gemeente (Paarl, in de Kaapprovincie, Zuid-Afrika). Zijn hele gemeente was net tot blank gebied verklaard en volgens de Wet op de Groeps gebieden werd iedereen gedwongen te vertrekken. En tante Meraai wilde weten wat God daarvan zei.

Alan Boesak: «God moest er natuurlijk heel duidelijk over zijn dat het niet kon. Het was diefstal, de mensen kregen de waarde van hun eigendommen niet terug. Intussen was ik wel gedwongen om in die eerste week meteen wat ze later een politieke preek zouden gaan noemen te houden.»

Het is augustus 2002 en Alan Boesak is terug in Paarl. Hij werd in 1999 wegens fraude veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, waarvan hij er één uitzat in de gevangenis en één in huisarrest. Boesak is sinds zes dagen weer een vrij man, en dit is zijn eerste zondagsdienst en preek.

In zijn welkomstwoord vertelt Boesak wie wij zijn: wel leuk eigenlijk, zo’n baaie linkse krant in de kerk. Halleluja dondert de gemeente, als om te onderstrepen dat we meer dan welkom zijn.

Alan Boesak werd dominee in een kerk die de apartheid van harte ondersteunde, die de apartheid zo ongeveer uitgevonden had. Boesak: «Ja, dat was natuurlijk een van de pijnlijkste dingen die wij als christenen in Zuid-Afrika ervoeren. Het apartheidssysteem is begonnen in de gereformeerde kerken. Daar heeft men ook een theologie bedacht ter rechtvaardiging. Helemaal pervers, moet ik zeggen. Maar toch, dat was de wortel van de apartheid. Dat het zo nadrukkelijk christelijk wilde zijn en zo nadrukkelijk gereformeerd wilde zijn. En wij als kleurlingenkerk hebben al die jaren de blanke kerk nagepraat of helemaal niks gezegd en alles stilzwijgend laten gebeuren. En voor mij en voor een hele generatie zwarte predikanten was dat een heel moeilijke pil om te slikken. Wij hebben toen gezegd: dat kan niet. Ergens moet iemand opstaan en moet iemand zeggen: het christelijk geloof kan niet met apartheid samengaan.»

Boesak, die in Nederland had gestudeerd, ijverde voor de verandering van het standpunt van de kerk: «Apartheid is een bespotting van de bijbel, een zonde en ketterij.» In 1982 zei het Wereldverbond van Gereformeerde Kerken het hem na: «Wij verklaren met de zwarte gereformeerde christenen in Zuid-Afrika dat apartheid een zonde is en dat de morele en theologische rechtvaardiging ervan een bespotting is van de bijbel, en, in de aanhoudende ongehoorzaamheid aan het woord van God, een theologische ketterij», waarna het Wereldverbond overging tot de orde van de dag en Alan Boesak tot zijn voorzitter koos.

Boesak: «Ik besefte hoe ontzettend belangrijk de morele rechtvaardiging van de apartheid was voor de blanke Zuid-Afrikaan. Ik dacht, als wij de morele rechtvaardigheid van de apartheid ontmaskeren en duidelijk maken hoe antichristelijk en antimenselijk het allemaal is, dan neem je het gevoel bij mensen weg dat God het wil. Dat was voor mij een van de belangrijkste dingen en daarin zijn we glorieus geslaagd. Want pas na 1982 toen de Wereldbond van Gereformeerde Kerken apartheid nadrukkelijk onchristelijk noemde, toen konden wij de kerken in de wereld mobiliseren en toen was daar voor de Zuid-Afrikaanse kerk werkelijk nergens meer plek, toen stonden ze alleen.

Ze waren wel gevoelig voor internationale druk, maar ze deden hun best om dat niet te laten blijken. In isolement ligt onze kracht, riepen ze dan, we hebben de wereld niet nodig. Maar dat was helemaal niet waar, ze waren er erg gevoelig voor. Daarom was het ook zo belangrijk om de morele onderbouwing van de apartheid te ondermijnen. Ze waren gevoelig voor de aanklacht dat wat ze deden niet christelijk was, als je zei: apartheid is niet alleen verkeerd, het is niet alleen een politieke vergissing, het is niet alleen een filosofische misstap, het is fundamenteel antichristelijk, het is een zonde, het is afgoderij, het is ketterij. Dat waren de woorden die ik gebruikte, en het was ongelooflijk hoe men daarop reageerde. Toen ik er eenmaal achter kwam hoe gevoelig dat lag, dacht ik, dat moeten we uitbuiten. Dat hebben we dan ook gedaan.»

Ook bij een andere gelegenheid is de rol van Alan Boesak cruciaal voor het verloop van de geschiedenis. Het is 1983. Het ANC is verboden, de leiders zijn verbannen of zitten op Robbeneiland, het PAC is gedecimeerd, Steve Biko vermoord en zijn zwarte bewustzijns beweging opgelost. Soweto staat in brand en in andere townships lopen gefrustreerde jongeren op gezette tijden in het geweervuur van de altijd moordbeluste Zuid-Afrikaanse politie. Autobanden vlammen om de nek van vermeende en echte collaborateurs. Zuid-Afrika is internationaal geïsoleerd en binnenlands zo goed als onbestuurbaar. De zaak zit muurvast.

President Botha kondigt hervormingen aan. In een ingewikkeld systeem krijgen kleurlingen meer rechten en mogen ze op politiek niveau meepraten. De meerderheid van de bevolking die zwart is, wordt overal buiten gehouden. Het is cosmetica, power sharing without losing control, maar niettemin verleidelijk voor de groepen die een worst wordt voorgehouden.

Boesak, geworteld in de kleurlingen gemeenschap, herkent het gevaar onmiddellijk: «Binnen de context van de apartheid waren ze zeer wel bereid om veel voorrechten te geven aan mensen die wel met ze wilden samenwerken. De thuislanden en hun regeringen, er was van alles. Ik kan namen noemen van mensen uit onze gemeenschappen die wél met ze samenwerkten. Die zaten op diplomatieke posten aan het einde van de apartheid, ze werden wel beloond. Er waren veel voordelen aan verbonden, vooral in 1983, toen de regering zei: we willen een apart bestel creëren voor de kleurlingen en hen meer voorrechten geven dan de zwarte bevolking. Toen heb ik gezegd: het is een zaak van principe. Apartheid moet weg voor ons allemaal, niet voor een klein groepje mensen.

In 1983 heb ik een oproep gedaan die alle groeperingen, studenten, vakbonden, kerken, scholieren bij elkaar bracht om een verenigd front tegen apartheid te vormen, het UDF. Als ik terugkijk, denk ik dat het UDF de grootste anti-apartheidsbeweging in het land was nadat het ANC was verbannen en de grootste bijdrage heeft geleverd aan het aftakelen van de apartheid. Het UDF heeft de regering uiteindelijk van binnenuit gedwongen met het ANC in onderhandeling te gaan.

Het ANC heeft een ongelooflijke bijdrage geleverd aan het mobiliseren van de internationale gemeenschap. Het ANC had ook een gewapende vleugel, maar die kon het uiteindelijk niet opnemen tegen de Zuid-Afrikaanse Weermacht. Militair was Zuid-Afrika nog steeds de sterkste op het continent. Wij zijn erin geslaagd het land zo goed als onregeerbaar te maken. En de regering besefte uiteindelijk dat als je de bevolking niet meer onder de duim kunt houden en als de bevolking zich niet meer laat intimideren door het ongelooflijke geweld van de apartheidsmacht, dat er dan iets anders aan de hand is. Gekoppeld aan de internationale sancties — al duurde het wel erg lang voordat andere landen werkelijk iets deden — werd dat effectief. Het is het binnenlandse verzet dat uiteindelijk de rug van de apartheid heeft gebroken.»

In 1990 kondigt president De Klerk aan dat de verboden organisaties worden gelegaliseerd, de politieke gevangenen, waaronder Nelson Mandela, worden vrijgelaten en de apartheidswetten zullen worden afgeschaft. Apartheid is geschiedenis. Maar de vreugde daarover is voor Alan Boesak van korte duur. Hij wordt beschuldigd van fraude en diefstal van ontwikkelingshulpgelden. De zaak sleept jaren door, tot hij in 1999 wordt veroordeeld. Van de 24 aanklachten blijven er uiteindelijk twee overeind.

Alan Boesak: «Ik kan eerlijk zeggen dat ik niets heb meegemaakt dat mij zo diep heeft getroffen als dit. Vooral omdat het onder een ANC-regering is gebeurd.»

U heeft altijd gezegd dat u ten onrechte bent veroordeeld.

«Dat zeg ik nog steeds.»

En veel mensen steunen u daarin. Maar waar hebben we dan mee te maken? Met een apartheidsrechter die denkt: we zullen hem toch nog even?

«Ja, we zullen hem toch nog even. Na mijn veroordeling ontmoette ik een nieuw aangestelde rechter, die vertelde dat de rechters na mijn veroordeling in de theekamer bij elkaar kwamen, waar de rechter die mij heeft veroordeeld met applaus werd begroet. Bovendien zei hij: dit is de wraak van de Engelse middenklasse.»

Waarom zou die wraak willen nemen?

«Ik heb altijd gezegd: erger nog dan de Afrikaanders zijn de Engelsen, want die hebben de apartheid in het leven geroepen, die zijn ermee begonnen, die hebben ervan geprofiteerd, die hebben er niks aan gedaan en altijd de Afrikaanders de schuld gegeven. Ze zijn ongelooflijk hypocriet.»

Boesak ondervindt veel steun, met name in de zwarte media. Op de dag van zijn veroordeling — en dat wordt door vrijwel niemand onvermeld gelaten — wordt een Boer die een zwarte baby op de rug van zijn moeder aan flarden schoot, vrijgesproken.

Alan Boesak en zijn familie zijn intussen vooral blij dat het nu echt allemaal achter de rug is. Tijd om energie te gaan steken in een nieuw Zuid-Afrika: «Het maakt natuurlijk een groot verschil dat mensen nu kunnen wonen waar ze willen. Onze kinderen gaan naar goede scholen. Alle banen staan voor iedereen open, je kunt studeren wat je wilt. Als je in het parlement zit, kijk je op een zee van zwarte gezichten. En het belangrijkste is uiteraard dat iedereen kan stemmen.

Wat ons nuchter houdt, is dat je beseft hoe taai zo’n apartheidssysteem is. Het gaat niet zomaar dood. Geweldig dat de scholen open zijn, maar dan moet die zwarte vader of moeder wel vijftien of twintig kilometer rijden om zijn of haar zwarte kind op die blanke school te krijgen. Ze willen het graag, want het zijn de beste scholen. Apartheid is verdwenen, maar apartheid is nog overal.

Dan hebben we het nog niet eens over de economische verhoudingen. Thabo Mbeki zegt: Zuid-Afrika is verdeeld in twee naties. De ene helft is rijk en blank, en de andere kant is ontzettend arm en zwart. De blanken roepen dan: zie je wel, Mbeki wil niks van verzoening weten. Die drijft de mensen uit elkaar. Maar het is de realiteit. Ik praat niet eens over gevoelens van racisme, dat verdwijnt nooit. Apartheid is weg, het is geen wet meer, het is verdwenen uit onze boeken, maar we hebben nog een lange weg te gaan.»

Gaat het goed genoeg in uw ogen?

Alan Boesak: «Ja en nee. Het gaat goed omdat we er werkelijk in geslaagd zijn om apartheid af te breken en een nieuwe democratische staat te scheppen zonder grootscheeps geweld. Maar het grote woord in Zuid-Afrika is transformatie, per definitie iets dat langzaam en moeizaam gaat want het moet in de details gebeuren. Je kunt niet zeggen: apartheid is voorbij, dus ons rechtssysteem is nu goed. Maar je zit met alle oude apartheidsrechters en wekelijks komen er in Afrikaanse hoven uitspraken voor die niets met recht te maken hebben maar alles met ras.

Wat mij het meest zorgen baart, is het feit dat het nieuwe Zuid-Afrika er niet in slaagt de armoede effectief te bestrijden. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter, ook de kloof tussen de rijke zwarte elite en de arme zwarte massa’s. Een klein groepje zwarte mensen is heel snel ontzettend rijk geworden. De verarming van de zwarte massa’s gaat voort. Dat heeft ook met globalisering te maken. We hebben ons verbonden aan de wereldmarkten en dat betekent dat je niet egalitair denkt, maar we volgen het voorbeeld van de meeste westerse landen na, vooral Amerika. Het is een liberaal kapitalisme, en dat laat geen ruimte voor de bestrijding van de armoede.»

Er is nog een vuiltje. Mbeki staat er niet om bekend dat hij kritiek met open vizier tegemoet treedt.

«Mbeki zelf zegt dat dat helemaal niet waar is. Hij is geen man van de massa’s. Hij is een man voor sterke intellectuele discussies rond een tafel. Maar het moet nog blijken. We zullen zien hoe Mbeki reageert op kritiek op het congres.»

Dan is er nog zijn standpunt over hiv/aids. Dat zou een armoedeziekte zijn in plaats van een seksueel overdraagbare aandoening. Hij blokkeert de verstrekking van antiretrovirale medicijnen. Dat heeft op z’n minst ontzettend veel bevreemding gewekt in de hele wereld.

«Ik moet eerlijk zeggen dat ik er niet eens aan begin om uit te leggen wat hij hier probeert. Iedereen weet dat Mbeki een groot denker is en daarom komt het des te vreemder over. Hij heeft wel een punt dat armoede het erger maakt, maar dat doet armoede met elke ziekte. Het is zijn hang naar intellectueel debat, ben ik bang, en dat is onder veel omstandigheden wel aan te moedigen. Maar als mensen op grote schaal doodgaan, dan houdt debat op en moeten we doen wat we kunnen. Mensen in Zuid-Afrika begrijpen dit ook niet.»

Van u werd wel gezegd dat de mensen naar de kerk kwamen om de anti-apartheidsboodschap te horen. Komen ze nu nog wel?

Alan Boesak: «Ja, maar om andere redenen. In Zuid-Afrika heeft de kerk nog steeds een belangrijke rol te spelen. Het is wel zo dat de kerk te stil is geworden. Er was tot mijn verbazing geen groot debat binnen de kerken over de verzoening in Zuid-Afrika onder Mandela en De Klerk. Vandaar ook dat men vandaag met grote vraagtekens rondloopt over die verzoening. Ik heb daar mijn zorgen over. Het was niet diepgaand genoeg, niet eerlijk genoeg, het heeft niet alle vragen gesteld en dus ook niet alle antwoorden gekregen. Ik denk dat we daar nog problemen mee gaan krijgen.»

U vindt dat het afgeraffeld is, de waarheids commissie?

«Te snel en te gemakkelijk. Het is goed kope genade. Er was geen sprake van echt berouw, van excuus vragen aan de mensen, van verzoening. De kleine voetsoldaten werden gedwongen om te komen, maar de generaals niet, de rechters van de apartheid niet, de politici niet. P.W. Botha is een oorlogsmisdadiger, maar vanwege de politieke situatie en vanwege de verzoening kon men niet eens bij hem in de buurt komen. F.W. de Klerk is nooit een vraag gesteld. Malan, de minister van Defensie die lelijke dingen heeft gedaan, is een vrij man en zo zijn er velen.

Verzoening vereist niet alleen berouw en belijdenis, maar ook restitutie. Dat is helemaal niet in het spel. Zelfs het kleine beetje geld dat de regering heeft beloofd aan de slachtoffers is nog niet eens uitbetaald.

Het is een broeiend gevoel onder de mensen dat Mandela het allemaal te gemakkelijk heeft gemaakt. Een van de problemen van Mbeki is dat hij met de gebakken peren zit, omdat Mandela alles heeft toegedekt.»