Bülent ecevit

In de jaren zeventig was hij een soort Turkse Joop den Uyl, maar tegenwoordig doet hij steeds vreemdere dingen. Bülent Ecevit, premier van Turkije, wordt vereenzelvigd met de kleine man. Iedereen moet zich in hem herkennen.

BULENT ECEVIT typeren is een hachelijke zaak. Vast staat dat de 73-jarige ‘Poëm premier’, zoals hij liefkozend wordt genoemd, ruim veertig jaar deel uitmaakt van de Turkse politiek. In die veertig jaar werd hij vier keer premier. Geboren in Istanboel in 1928 groeide hij op in een middle class-gezin. Zijn vader was leraar aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Ankara en later lid van het Turkse Parlement, zijn moeder was kunstenaar. Dat verklaart wellicht Ecevits liefde voor de schone kunsten. Hij schreef diverse boeken en dichtbundels. Daarnaast heeft hij zich beziggehouden met het vertalen en bewerken van werk van schrijvers als T.S. Eliot en Tagore.
Na zijn studie Engelse literatuur werd Ecevit als ambtenaar uitgezonden naar Londen om daar als persattaché te werken. Na zijn terugkeer in 1950 begon hij als kunstrecensent en politiek commentator te werken voor het partijblad Ulus van de Republikeinse Volkspartij (CHP), die was opgericht door Kemal Atatürk, vader van alle Turken en grondlegger van de Turkse Republiek.
Vanaf dat moment kreeg Ecevits ideologie vorm. Hij koos voor het centrum-linkse gedachtegoed van de CHP en verkondigde aan iedereen die het maar wilde horen dat de sociaal-democratie het beste wapen was tegen het communisme. In 1961 werd hij benoemd tot minister van Werkgelegenheid in de regering die werd geleid door Ismet Inönü. In 1966 had hij zich al opgewerkt tot algemeen-secretaris, in 1972 was hij politiek leider en in 1974 werd hij benoemd tot premier van Turkije.
ECEVIT STAAT te boek als de man die de vakbonden in Turkije rechten gaf. Onder zijn bewind ontstond voor het eerst de mogelijkheid om collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten, en het recht op staken werd in de wet vastgelegd. Na de Turkse invasie op Cyprus in augustus 1974 kreeg hij de geuzennaam Karaoglan (zwarte jongen). Onder zijn leiding bezette Turkije het noordelijk deel van Cyprus. Een gebeurtenis die als een drug werkte voor de nationalistische sentimenten in Turkije. Zelfverzekerd als hij was, verzette hij zich steeds vaker tegen wat hij de 'decreten uit Amerika’ noemde en tegen de macht van het grootkapitaal. Om de yankees te pesten werd zelfs het verbouwen van hasj in Turkije tijdelijk gelegaliseerd.
Zijn principiële houding en koppigheid maakten hem tot de lieveling van het volk maar het waren dezelfde kwaliteiten die hem onuitstaanbaar maakten voor zijn politieke partners. Niemand keek dan ook vreemd op toen er door 'onoverbrugbare’ meningsverschillen een einde kwam aan de coalitie in september 1974.
Na de algemene verkiezingen in 1977 kwam Ecevits CHP als grootste partij uit de bus. Ze hadden alleen te weinig zetels voor een absolute meerderheid. Deniz Baykal, later de eerste man van de CHP, stelde met oud-burgemeester van Ankara, Vedat Dalokay, voor een coalitie aan te gaan met de ultra-nationalistische MHP. Ecevit pareerde deze vraag toen nog met: 'Voordat ik dat doe, moet je me eerst een staaf dynamiet in mijn hersenen stoppen.’
Na de derde militaire staatsgreep in september 1980 werd Ecevit, evenals de twee andere grote partijleiders Süleyman Demirel en Necmettin Erbakan, gearresteerd en vastgezet. De eerste keer moest Ecevit een maand zitten en kort daarop weer vier maanden omdat hij politieke informatie zou hebben doorgespeeld naar de buitenlandse pers. Na een decreet van de junta werd het Ecevit tien jaar lang verboden politiek te bedrijven. Zeven jaar later werd dat verbod weer opgeheven na een referendum.
Vanaf dat moment verscheen een andere Ecevit ten tonele. Hij verbrak alle banden met de Republikeinse Volkspartij en voegde zich bij de DSP, de partij van democratisch links die door zijn vrouw Ras han was opgericht om het verbod te omzeilen. In oktober 1987 loste hij zijn vrouw af als voorzitter van de DSP.
De transformatie van Ecevit van socialist naar nationaal-socialist ('Turkije heeft geen vrienden. We zijn op onszelf aangewezen’) ontstond in het begin van de jaren tachtig en heeft haar voorlopige voltooiing gekregen bij de totstandkoming van de huidige coalitieregering met de ultra-nationalistische MHP en de rechts-liberale ANAP van Mesut Yilmaz. Een regering die niet de instemming had van zijn vrouw. Tijdens de coalitiebesprekingen herinnerde Rashan haar man er in het openbaar aan dat hij aan tafel zat met mensen die vroeger betrokken waren bij de politieke moorden op vrienden van het echtpaar.
Zo zijn er nog legio voorbeelden van Ecevits draaikonterij. Sakip Sabanci, een van de rijkste Turkse industriëlen, verklaarde Ecevit onlangs nog heilig nadat die akkoord was gegaan met een voorstel over verregaande privatiseringen.'De man zij geprezen’, aldus Sabanci. 'Iedereen kan kennelijk ten goede veranderen.’
ECEVIT IS NIET uit op een ontregeling van de machtsstructuren in Turkije maar op een stroomlijning daarvan. De voortdurende herhaling van dezelfde oneliners ('De Turkse staat zal alle problemen overwinnen’, 'Turkije zal al het mogelijke doen dat in zijn macht ligt’) kleurt de manier waarop je naar Ecevit luistert zo dat de inhoud er niet meer toe doet. Op het laatst hoor je alleen maar wat je moet horen. Dat het land (vooral na de aardbeving) aan de afgrond staat, komt dan niet meer binnen.
Net als zoveel dingen in de Turkse politiek is ook Ecevit verworden tot een cliché: dat van de zwarte jongen die altijd zichzelf is gebleven. Een noeste strijder tegen het onrecht. De man met de pet. Geen maîtresse en geen schandalen. Tot op de dag van gisteren reed hij nog rond in zijn twee dehands autootje. Allemaal bewijzen voor zijn onkreukbaarheid.
Na veertig jaar wordt hij nog steeds vereenzelvigd met de kleine man. Sober en integer. De kleine ondernemer, boeren, de ambtenaren die zich voor vierhonderd gulden in de maand moeten uitsloven, iedereen moet zich in hem herkennen. Zich spiegelen aan hem. Want hij accepteert de wereld niet zoals deze is en maakt daarom zijn eigen wereld. Hoe deze wereld er precies uit zal zien weet helaas niemand.
Het enige wat echt beklijft is een karikatuur van Karaoglan, niet de dubieuze wapenfeiten. Want ondanks zijn indrukwekkende pleidooien voor 'broederschap’ en 'vrede’ steunt hij de algemene staatsvisie dat de Koerden slechts verwaarloosde 'bergturken’ zijn. In navolging van de militairen papegaait hij dat alle problemen opgelost zullen worden als er meer wordt geïnvesteerd in Zuidoost-Turkije.
Achter de façade die mede door Ecevit in stand wordt gehouden is Turkije feitelijk nog steeds een corrupt derdewereldland. Ook de regering-Ecevit kan aan de huidige situatie niet veel veranderen. Het leger heeft weinig boodschap aan verkiezingsuitslagen en bewaakt de 'seculiere staat’. De chefs van eenheden bij leger, luchtmacht, marine en gendarmerie hebben een doorslaggevende stem in de Nationale Veiligheidsraad, waarin ook de president en enkele kabinetsleden zitting hebben.
Wel probeert Ecevit af en toe de schijn op te houden dat er sprake is van echte parlementaire democratie. Bij een van de laatste decreten van de generaals verklaarde hij dat het parlement zeer goed in staat was 'zelfstandig’ haar werk te doen. Vervolgens ging hij, alsof er niets was gebeurd, akkoord met de door de legertop geadviseerde maatregelen om de politieke islam aan banden te leggen.
ECEVIT WAAGT ZICH niet aan boude uitspraken, zoals veel Turkse politici, hij wikt en weegt zijn woorden. Hij doet ook nooit mee aan de massale vechtpartijen die om de zoveel tijd in het parlement worden gevoerd. Heikele vragen weert hij eerst af om na omtrekkende bewegingen met een diplomatiek antwoord te komen. Een politicus pur sang dus.
De spreekwoordelijke kastanjes zijn voor Rashan, die voor en achter de schermen meeregeert. Kwade tongen beweren zelfs dat het recentelijk ingediende wetsvoorstel voor een 'generaal pardon’ voor gedetineerden uit de koker van Ecevits vrouw komt. Die zou op een dag een huilend meisje zijn tegengekomen. Op de vraag waarom het meisje zo huilde zou het kind hebben geantwoord: 'Mijn vader zit vast en het duurt nog vijftien jaar voordat hij vrijkomt.’
Veel commentatoren gingen ervan uit dat dit jaar een einde zou komen aan de lange politieke carrière van de 73-jarige dinosaurus. Befaamd werd een cartoon waarop de premier werd afgebeeld als een artikel uit de supermarkt. 'Houdbaarheidsdatum allang verstreken’, stond er op een label om zijn nek.
Maar met de vangst van volksvijand nummer een, Abdullah Ocalan, lijkt het alsof Ecevit zijn pensioen in elk geval met een paar jaar kan uitstellen. Voor elke stem die Ecevit vóór de arrestatie van Ocalan had, haalt hij er nu tien. De leiders van de andere politieke partijen hebben het nakijken. Bülent en Rashan hebben met hun onkreukbare imago een wereld opgebouwd waarin alleen zijzelf de weg weten. Het moet hen beschermen tegen de alledaagse chaos van de Turkse politiek.
Enig nieuw inzicht valt van het stel echter niet te verwachten. En dat hoeft in hun geval ook niet. De meeste Turkse kiezers weten dat het partijlogo bestaat uit een witte duif en dat Ecevit sympathiek genoeg is om hen in elk geval nog een aantal jaren zoet te houden. Wat kan men zich nog meer wensen?