Baan

Het fascinerende van deze tijd is dat je er eindelijk achter komt hoeveel mensen in Nederland onbelangrijk werk doen. Namelijk veel meer dan je denkt. Zo ben ik getrouwd met een man die bij probleemgezinnen over de vloer komt.

Tegen de tijd dat hij wordt ingezet is er vaak al een hoop aan de hand. De wijkagent heeft zijn bezorgdheid uitgesproken. De huurschuld loopt op. De school heeft alarmsignalen afgegeven. Er zijn vermoedens van verwaarlozing of incest. Dikwijls is er sprake van huiselijk geweld. De komst van mijn man wordt dan argwanend gadegeslagen. ‘Van mijn kutkinderen moet jij met je rotpoten afblijven’, schreeuwde een vader hem ooit toe. Mijn man moet dus uitleggen dat hij de kinderen niet mee zal nemen. Dat hij komt helpen, ter voorkoming van grotere problemen. Hij moet langzaam maar zeker het vertrouwen winnen. Dat is tijdrovend, vaak droevig stemmend en soms misselijkmakend werk. Maar hij doet het al jaren, met hardnekkige toewijding. Omdat het belangrijk is, omdat het moet gebeuren. Terwijl ik gedichten schrijf, probeert hij een tienermoeder uit te leggen dat een Mars geen volwaardige maaltijd is voor een tweejarige. Als ik bezig ben aan een verhaal zit hij schuldhulpverlening te regelen voor een werkloos geworden vader van drie kinderen, wiens vrouw net overleden is. Ik heb zijn werk altijd veel belangrijker gevonden dan het mijne. Maar dat hoeft nu dus niet meer. Zijn werk is namelijk ‘omslachtig’ en ‘inefficiënt’ verklaard. Door hoogopgeleide mensen, die daar lang over na hebben gedacht. Al die huisbezoeken, dat kost veel te veel tijd. Laat mensen maar naar het kantoor komen, als ze hulp willen. In de tijd die zo bespaard wordt kan ‘productie’ gedraaid worden. Onoplosbare zaken moeten afgesloten, probleemdossiers doorgeschoven en reddeloze types verwezen naar andere instellingen. Beter voor de cijfers, beter voor het ‘bedrijf’. Wat mijn man tegenwerpt doet daarbij niet ter zake. Natuurlijk wil hij zijn baantje redden: dat is immers het kenmerk van mensen die onbelangrijk werk doen. Hoe hartstochtelijker de verdediging, hoe verdachter de spreker. Tot zo ver alles helder.

Alleen moeten we er thuis nog even aan wennen, aan onze vastgestelde gelijkwaardigheid.