Het vruchtbaarheidstoerisme neemt toe

Baarmoeder te huur

Nog altijd rust er een taboe op eiceldonatie en draagmoederschap. Wensouders zijn bereid grif te betalen. De discussie over wat wenselijk en toelaatbaar is verschuift.

‘SPECIALE EICELDONOR GEZOCHT. Vergoeding: tachtigduizend dollar’ luidde de tekst van een advertentie op de campus van een van de topuniversiteiten van de Verenigde Staten. De advertentie was geplaatst door een koppel dat op zoek was naar een studente van onder de dertig met een lengte van minimaal 1.68m, blank, goede score op de toelatingstoets voor de universiteit en zonder medische geschiedenis of genetische afwijkingen. Tussen haakjes stond toegevoegd dat extra vergoeding beschikbaar was voor een donor die bijzonder goed is in sport, wiskunde en abstracte wetenschappen of muziek. Daar bovenop kwam nog een onkostenvergoeding voor onder meer medische kosten en verzekering. De hoogte van het bedrag is in strijd met de professionele richtlijnen van de Amerikaanse beroepsgroep American Society for Reproductive Medicine, die een bovengrens stelt van tienduizend dollar per donatie.

In bladen van topuniversiteiten als Harvard, Yale en Princeton werd 35.000 dollar vergoeding geboden, terwijl ook vijftigduizend dollar voor een zeer bijzondere eiceldonor niet uitzonderlijk bleek. Bovendien kwam uit een onderzoek naar voren dat er een directe relatie bestond tussen hogere toelatingscriteria van de universiteit en het bedrag dat werd beloofd per donatie. Met andere woorden: hoe slimmer de donor, hoe beter betaald. Ook dit is in strijd met de richtlijnen.

Behalve via advertenties in universiteitsbladen worden donoren steeds vaker online gezocht. Sociale media als Facebook en Twitter worden ingezet in de zoektocht naar de perfecte donor. In het samenbrengen van wensouders en eiceldonoren is de laatste jaren een omvangrijke markt ontstaan. Naar schatting gaat het om zo'n tienduizend cyclussen van donoreicellen per jaar in de Verenigde Staten alleen al. Ook Nederlandse wensouders kopen daar eicellen en vinden er draagmoeders. Praktisch alle donoren zijn anoniem voor de cliënten en kinderen. Zowel ouders als donoren houden liever stil dat ze hieraan meewerken. Volgens CEO Wendie Wilson van bemiddelingsbureau Gifted Journeys rust er nog steeds een enorm taboe op eiceldonatie.

HET MENSELIJK LICHAAM heeft een speciale status, en geniet daarom ook speciale bescherming. Wat mag en kan met een lichaam is vastgelegd in allerlei wetten en verdragen, die voorschrijven hoe we moeten omgaan met het overleden lichaam of met donatie bij leven, hoe met embryo’s en foetussen. Ook de voorwaarden waaronder we organen of bloed doneren, en het toezicht op de weefsels en cellen die we afstaan zijn in wettelijke kaders gevat. Niet alleen juridisch, maar ook emotioneel en symbolisch is ons lichaam iets waardevols. Een van de waarden is dat je een lichaam, of delen daarvan, niet mag verkopen.

Maar de discussie over wat we nog wenselijk en toelaatbaar vinden, is aan het verschuiven. Ten eerste scheppen technologische ontwikkelingen en biomedische kennis steeds meer mogelijkheden voor het (her)gebruik van bestaand lichaamsmateriaal en de toegang tot nieuw lichaamsmateriaal. Vervolgens wordt deze praktijk steeds internationaler, waarbij zowel de vraag als het aanbod over de landsgrens heen reikt. Ten slotte worden deze trends krachtiger naarmate commercieel gebruik van lichaamsmateriaal stijgt. Door nieuwe toepassingen neemt de waarde van de weefsels, cellen en organen toe en daarmee ook de belangstelling van commerciële spelers als producent, afnemer of investeerder. Al deze ontwikkelingen bepalen de manier waarop lichaamsmateriaal beschikbaar komt en hoe we daar vervolgens mee omgaan. Wat laten we toe en wat willen we liever verbieden? Moeten we gaan sleutelen aan onze wet of moraal en onze ideeën aanpassen aan wat er allemaal mag en kan met ons lichaam?

Vooral op het gebied van de voortplantingsgeneeskunde is de afgelopen decennia veel veranderd. Onvruchtbaarheid werd steeds beter te behandelen: eerst met de opkomst van hormonen, daarna met inseminatietechnieken, en vervolgens in 1978 met de introductie van in-vitrofertilisatie (ivf), waarmee bevruchting buiten het lichaam mogelijk werd. Het groeiend arsenaal aan voortplantingstechnieken wordt aangevuld met nieuwe diensten en producten voor de opslag van lichaamsmateriaal in biobanken. Hoe gaan we daarmee om in Nederland en in het buitenland? Welke dynamiek en trends zien we hierdoor ontstaan in het denken over de relatie tussen lichaamsmateriaal en geld?

Een op de zes Nederlandse stellen krijgt met vruchtbaarheidsproblemen te maken. Ziekte, leefstijl en genetische aanleg zijn belangrijke factoren, maar vooral leeftijd speelt een grote rol. De kans van slagen op een natuurlijke zwangerschap voor een vrouw ouder dan 35 is nog maar tien procent. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen ligt nergens hoger dan in Nederland met 29,4 jaar. Ook kiezen steeds meer Bewust Alleenstaande Moeders voor het krijgen van kinderen door sperma- en eiceldonatie. En homoseksuele en lesbische stellen, die zonder hulp van het andere geslacht simpelweg geen eigen kind kunnen krijgen, zoeken ook vaker naar wegen voor het krijgen van een genetisch eigen kind.

Door de groeiende vraag naar vruchtbaarheidsbehandelingen met eicellen, sperma en draagmoeders is wereldwijd een reproductieve donatiemarkt ontstaan. Een markt gebaseerd op donatie, maar gedreven door vraag en aanbod, waarbij het aanbod lager ligt dan de vraag, wat de prijzen opdrijft. In Amerika alleen al gaat er zo'n drie miljard dollar per jaar om in de fertility business. Sperma is er te koop vanaf vierhonderd dollar, eicellen van vijfduizend tot tachtigduizend dollar. Een commerciële draagmoeder is te huur voor 22.000 dollar. En een totaalpakket door een one-stop-babyshop die alles voor de wensouder(s) regelt - van eicel, sperma, embryo, draagmoeder tot en met de baby-take-home-garantie - kost zo'n 150.000 dollar. Maar het kan voor minder. Een opkomend fertiliteitsland is India. Hier zijn commerciële draagmoeders goedkoper dan in de Verenigde Staten, namelijk zo'n twaalfduizend dollar. Erg populair in Europa zijn Spaanse privé-klinieken die eicellen aanbieden van studentes of andere vrouwen. Vergoeding voor de donoren: negenhonderd euro.

Een kinderwens is vaak zo sterk dat mensen er veel voor over hebben. Ze gaan op zoek naar (anonieme) sperma- of eiceldonoren, naar kant-en-klare embryo’s, naar draagmoeders, naar kortere wachtlijsten voor ivf, naar ruimere juridische en medische mogelijkheden en naar betere behandelingen of diensten. Soms in eigen land, maar vaak over de landsgrenzen heen. Om wachtlijst en wet- en regelgeving te omzeilen, reizen individuen en stellen af naar het buitenland voor diverse vruchtbaarheidsbehandelingen. Europa telt tienduizenden zogenaamde 'vruchtbaarheidstoeristen’, die in het buitenland halen wat in eigen land niet kan of mag. En daar betalen ze voor.

IN NEDERLAND is de grens voor ivf 45 jaar; in het buitenland ligt de leeftijdsgrens hoger. In Nederland plaatsen artsen bij ivf maximaal twee embryo’s terug in de baarmoeder, in andere landen ligt dit aantal regelmatig hoger. Voor de Nederlandse wet is sperma- en eiceldonatie en draagmoederschap alleen ideëel acceptabel. Daarbij mogen de donoren niet anoniem doneren en dienen ze in vrienden- of familiekring te worden gevonden. Ook de kosten en behandelingsmogelijkheden spelen een rol. Een zwangerschap die tot stand is gekomen door ivf of ICSI (waarbij een zaadcel rechtstreeks in een eicel wordt geïnjecteerd), kost gemiddeld 10.250 euro. Op dit moment worden nog drie behandelingen door de zorgverzekeraar vergoed. De kans op een zwangerschap na ivf is ongeveer twintig procent per behandeling. Na drie pogingen krijgen de meeste vrouwen of stellen te horen dat verder behandelen geen zin meer heeft. Waar ze daarna terechtkomen, wordt niet geregistreerd.

Exacte cijfers over hoeveel mensen de landsgrenzen over gaan zijn er niet, maar uit onderzoek van de European Society of Human Reproduction and Embryology is duidelijk dat het om een substantieel aantal gaat en dat dat aantal toeneemt. Minstens zeshonderd Nederlandse koppels gaan jaarlijks naar België voor een ivf-behandeling met donoreicellen, onder meer om de leeftijdsgrens van 42 voor kunstmatige inseminatie met donorzaad te omzeilen. Britten gaan naar Spanje omdat er in eigen land een groot tekort is aan eicel- en spermadonoren. Het Amerikaanse bedrijf The World Egg Bank werkt samen met een fertiliteitskliniek in Spanje om cliënten een goedkopere ivf-behandeling met donoreicellen te kunnen aanbieden. Er wordt geadverteerd met een vakantie in Alicante die je er gratis bij krijgt. Zo'n 'zon, zee en een baby-reis’ kost al snel 19.500 dollar. Maar dat is nog altijd goedkoper dan een ivf-behandeling met een eiceldonor in de VS, die dertigduizend dollar kan kosten.

Veel mensen hebben er moeite mee om het krijgen van kinderen uit te drukken in economische termen. Toch is er een markt voor het krijgen van baby’s. Soms is deze markt gereguleerd door de beroepsgroep, bijvoorbeeld door het stellen van een gewenst maximum aan betaling van donoren of het aantal keren dat iemand maximaal mag doneren of draagmoeder mag zijn. Maar vaak is de markt ongereguleerd. Omdat het politiek gevoelig ligt en moreel verwerpelijk wordt geacht om te betalen voor het krijgen van kinderen, hebben diverse landen een verbod ingevoerd. Zo ook Nederland. Het kopen van eicellen of sperma en het bemiddelen voor een draagmoeder zijn in Nederland wettelijk verboden. En behandelingen zijn behalve aan leeftijdsgrenzen ook aan leefstijl gebonden. Nederlandse artsen houden zich strikt aan deze regels, vastgelegd in de Embryowet en in het Wetboek van Strafrecht.

Maar ook andere zaken zorgen ervoor dat Nederlanders uitwijken naar landen waar meer mogelijk is. Sinds 2004 is wettelijk vastgelegd dat een kind moet kunnen weten wie zijn of haar biologische ouder is, waardoor inseminatie met anoniem sperma en anonieme eiceldonatie niet meer mogelijk zijn. Sindsdien is er in Nederland een groot tekort aan spermadonoren en is het aantal Nederlandse patiëntes dat naar België gaat toegenomen. Zij worden behandeld met ingekocht anoniem zaad van de commerciële spermabank Cryos in Denemarken. 'Congratulations, it’s a Viking’, is de slogan van de spermabank.

In andere landen, zoals Engeland, maar ook in de Verenigde Staten, België, Denemarken, India en Spanje, is meer mogelijk dan in Nederland. Betalen voor eicellen of sperma, anonieme donatie of commercieel draagmoederschap is daar niet verboden. Vraag en aanbod worden door privé-klinieken, bemiddelaars en via commerciële bedrijven op elkaar aangesloten. Naar schatting reizen elk jaar ruim duizend Nederlandse stellen af naar het buitenland voor een vruchtbaarheidsbehandeling.

Eiceldonatie is in Nederland alleen toegestaan met een vrijwillige donor, die bij voorkeur zelf al een voltooid gezin heeft, en onbetaald. Richtlijnen beschrijven wanneer en hoe eiceldonatie in Nederland mag plaatsvinden, zoals bij vervroegde overgang, erfelijke aandoeningen en hogere leeftijd. De praktijk verschilt echter per ziekenhuis en blijkt vaak lastiger en ingewikkelder dan de richtlijnen voorschrijven. Niet elk ziekenhuis doet aan eiceldonatie, en ook lesbische stellen kunnen niet overal terecht. Bovendien zeggen de regels niks over praktijken in het buitenland. 'De vraag naar eiceldonatie is aan het toenemen’, constateert Didi Braat, hoogleraar voortplantingsgeneeskunde aan Universitair Medisch Centrum Sint Radboud in Nijmegen. Vooral oudere vrouwen zouden naar het buitenland afreizen, onder meer vanwege de leeftijdsgrens van 45 jaar voor ivf in Nederland. 'Ik weet dat uitbehandelde vrouwen naar Valencia in Spanje gaan om een eiceldonor te vinden. Ik zie ze alleen daarna bijna niet terug, dus ik weet niet om hoeveel het gaat.’

Hoeveel vrouwen gebruikmaken van eiceldonatie, wordt niet bijgehouden in Nederland. Schattingen van de beroepsgroep variëren van honderd tot honderdvijftig vrouwen per jaar, maar dit betreft alleen behandelingen in Nederland. De toename zit vooral in het buitenland, en dan met name Spanje. In 2006 gingen twintig Nederlandse vrouwen voor eiceldonatie naar Spanje, in 2009 waren dat er tweehonderd en in 2010 zal het aantal Nederlandse vrouwen tot ruim vierhonderd oplopen, berichtte Nieuwsuur op basis van een telefonische enquête onder dertig Spaanse klinieken.

De gemiddelde leeftijd van de donor ligt rond de dertig en terugplaatsing bij de wensmoeder kan in de meeste klinieken tot ongeveer vijftig jaar, hoewel in theorie zwangerschap mogelijk is tot op hogere leeftijd. De donoren worden vooraf gescreend en achteraf betaald: 915 euro onkostenvergoeding per behandeling. De wensouders betalen tussen de zesduizend en tienduizend euro per behandeling, waarvan hooguit een klein deel wordt vergoed door de Nederlandse verzekering. Maar vergoeding is volgens de wensouders niet het grootste probleem; dat is de medische ondersteuning, eenmaal terug in Nederland. Naar schatting de helft van de gynaecologen in Nederland wil hen niet begeleiden.

Volgens Jan Kremer, hoogleraar gynaecologie in het Sint Radboud in Nijmegen en woordvoerder namens de Nederlandse beroepsvereniging voor gynaecologen, zijn daar twee redenen voor: 'De belangrijkste reden is dat de manier waarop eiceldonatie in Spanje gebeurt, hier in Nederland illegaal zou zijn. De tweede reden is dat je aan een behandeling meedoet waarvan je niet precies weet of dit wel goed en veilig gebeurt. Met name het tweede deel van de behandeling, daar heb je geen zicht op, je kunt het niet controleren, je kunt je toch zorgen maken over de veiligheid en de kwaliteit van de behandeling.’ Een risico is bijvoorbeeld het aantal embryo’s dat wordt teruggeplaatst en daarmee de kans op meerlingzwangerschappen.

Er speelt nog een argument een rol, namelijk de langetermijneffecten van (veelvuldig) hormoongebruik op de eigen vruchtbaarheid en gezondheid van de jonge vrouwen die eicellen afstaan. 'Ik weet niet in hoeverre we het moeten willen dat Spaanse studentes betaald krijgen voor eiceldonatie’, vindt professor Didi Braat. 'We kennen de langetermijneffecten van eiceldonatie nog niet. De eerste resultaten lijken mee te vallen. Hoogstens een jaar eerder in de overgang.’ Maar de studie naar mogelijk nadelige gevolgen van langdurig hormoongebruik loopt nog.

WAAROM DONOREICELLEN GEBRUIKEN

als je ook uit eigen voorraad kunt putten? In Amerika bestaat het al jaren: het preventief invriezen van eicellen om je vruchtbaarheid uit te stellen. In Amerika tegen fikse betaling en uit eigen zak; in Nederland niet zonder een lange politieke en publieke discussie over nut en noodzaak, verantwoordelijkheid en vergoeding, en over de vraag hoe ver het managen van vruchtbaarheid mag gaan.

Op 14 juli 2009 kondigde het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam aan eicellen te gaan invriezen van gezonde alleenstaande vrouwen die hun kinderwens nog niet kunnen of willen vervullen. 'Nieuw, hip en kinky’ luidde het commentaar van nrc.next. 'Een medische ingreep zonder medische noodzaak’, reageerde het CDA in de Volkskrant. Voor vrouwen die om medische redenen hun vruchtbaarheid dreigen te verliezen, zoals chemotherapie of bestraling tegen kanker, bestond deze optie al. Het bedienen van de alleenstaande dertigplus-vrouw met een kinderwens was nieuw. Of zoals professor Fulco van der Veen, hoofd van het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde, toelicht: 'Heb je rond je 35ste geen partner? Kom je eicellen dan maar invriezen. Ben je 38 en is het uit met je vriend? Dan zeg ik ook: kom maar. Die vrouw heeft daar niet om gevraagd. Het rendement is dan weliswaar lager, maar altijd hoger dan wanneer we niets doen.’

Maar een uitbreiding naar 'uitstelmoeders’ die eerst carrière willen maken of de juiste partner vinden en dan pas willen beginnen aan kinderen, bleek politiek en maatschappelijk gevoelig te liggen. De staatssecretaris van Volksgezondheid vroeg de beroepsgroep om advies. Deze concludeerde uiteindelijk: 'De argumenten om het invriezen van eicellen om niet-medische redenen af te wijzen, zijn onvoldoende steekhoudend.’ Dat betekende niet dat het AMC, of andere ivf-klinieken, meteen groen licht kreeg om eicellen te gaan invriezen van vrouwen met een uitgestelde kinderwens. Omdat er nog weinig bekend is over de gevolgen, mag dit alleen als onderdeel van medisch-wetenschappelijk onderzoek, waarvoor toestemming moet worden gevraagd bij een speciale commissie die toeziet op dit onderzoek. Zo kunnen de kinderen systematisch worden gevolgd en kunnen data worden verzameld over mogelijke afwijkingen. Ook moeten de klinieken de maximumleeftijd op 45 jaar stellen voor het bevruchten en terugplaatsen van de eicellen, dezelfde grens als bij ivf en eiceldonatie.

In 2010 hadden zich vijftig tot honderd vrouwen aangemeld bij het AMC om hun eicellen op te slaan. Inmiddels hebben ook de andere ivf-klinieken in Nederland zich aangesloten bij het voornemen om eicellen te gaan invriezen. De kosten liggen tussen de tweeduizend en drieduizend euro per behandeling, maar kunnen oplopen tot een veelvoud daarvan, afhankelijk van de kwaliteit en hoeveelheid eicellen die per ingreep worden geoogst. De kosten worden niet vergoed door zorgverzekeraars. Er bestaat nog wel discussie over de vraag wie de kosten uiteindelijk moet dragen: individu of maatschappij. Het ontdooien en bevruchten van de eicellen laat overigens nog wel even op zich wachten in deze klinieken. De vraag is bovendien wat er in de toekomst gebeurt met de eicellen die wel worden ingevroren maar nooit ontdooid en bevrucht. Blijven deze eigendom van de vrouw die ze heeft ingevroren, of mogen ze ook worden geadopteerd door een andere wensmoeder? Discussie over embryodonatie is al actueel vanwege de grote hoeveelheden bevruchte eicellen die overgebleven zijn na ivf en die momenteel in Nederlandse ziekenhuizen liggen opgeslagen.

Door het aanbieden van preventieve eicelopslag zal Nederland zich aansluiten bij een ontwikkeling die in het buitenland al jaren gaande is. Tot nu toe moesten Nederlandse vrouwen de grens over voor het invriezen van hun eicellen op sociale indicatie. België, het Verenigd Koninkrijk en Spanje zijn dan populaire bestemmingen. Italië en Japan vriezen eveneens op grote schaal in. Ook zijn er commerciële bedrijven als het Amerikaanse Extend Fertility en The World Egg Bank. Wereldwijd zijn inmiddels rond de duizend kinderen geboren uit bevroren eicellen, de zogeheten frosties. Net als in de Verenigde Staten adviseert de Britse beroepsgroep van fertiliteitsspecialisten echter tegen het invriezen op sociale indicatie. Een argument is dat nog weinig bekend is over de kans op aangeboren afwijkingen, al was het maar omdat er nog maar weinig baby’s zijn geboren en omdat die nog te jong zijn om conclusies te kunnen trekken over langetermijneffecten. De oudste frostie-baby’s zijn inmiddels drie. Ook kan een zwangerschap op latere leeftijd grotere kans geven op complicaties, miskramen en aangeboren afwijkingen, zelfs bij gebruik van jonge eicellen. De techniek is nog te experimenteel, kortom, om ook op gezonde vrouwen toe te passen.

EEN EICEL UIT SPANJE, zaad uit Denemarken en een Indiase draagmoeder. En betalende cliënten die maar al te graag het ouderschap van dit zo ontstane kind willen verkrijgen. Om vraag en aanbod op elkaar aan te laten sluiten en het voor de wensouders makkelijker te maken, bestaan er bedrijven die bemiddelen tussen wensouders, donoren, draagmoeders en vruchtbaarheidsklinieken en die het papierwerk regelen met juristen om het kind terug naar eigen land te kunnen nemen. De klinieken, donoren en draagmoeders krijgen een vergoeding voor hun diensten, maar het zijn de intermediaire organisaties die verdienen aan deze babymarkt.

Zoals het Amerikaanse Growing Generations. 'Wij accepteren in principe iedere cliënt jonger dan vijftig jaar, behalve wensouders die abortus zouden plegen als het kind toch niet blijkt te zijn wat ze hoopten’, zegt directeur Stuart Miller. Aan aanbod heeft Growing Generations geen gebrek. Er melden zich per jaar zo'n tienduizend vrouwen als draagmoeder. Slechts ongeveer driehonderd van hen blijken daadwerkelijk geschikt. Amerikaanse draagmoeders moeten namelijk zelf al een of meerdere kinderen hebben gekregen, een betaalde baan hebben en een evenwichtig en gezond persoon zijn. Ook aan eicel- of spermadonoren heeft Growing Generations geen tekort. Momenteel zitten een kleine honderd eiceldonoren in het bestand, voornamelijk studentes, die het vooral voor het geld doen. In totaal schat Miller dat ze zo'n 20 tot 25 Nederlandse cliënten hebben geholpen, zo'n drie à vier per jaar. 'Het aantal Nederlanders per jaar is vrij stabiel.’

Draagmoederschap is in Nederland erg moeilijk te realiseren doordat de voorwaarden sinds 1997 zeer strikt zijn. Er moet een serieuze medische indicatie zijn bij de vrouw, en de draagmoeder moet een bekende zijn van de wensouders en bovendien zelf al een voltooid gezin hebben. De strenge medische en psychologische selectieprocedure zorgt ervoor dat lang niet iedereen in aanmerking komt. Tussen 1997 en 2004 waren er in Nederland vijfhonderd stellen die informatie aanvroegen over hoogtechnologisch draagmoederschap; 202 daarvan werden gescreend, waarna uiteindelijk slechts 35 stellen aan ivf konden beginnen. Daaruit zijn zestien kinderen geboren.

Het is in Nederland juridisch zo geregeld dat de vrouw die het kind baart automatisch de moeder is, ook al is het embryo dat in haar baarmoeder is geplaatst genetisch niet van haar. Als de draagmoeder na de bevalling, in strijd met het contract dat zij met de wensouders heeft afgesloten, toch besluit het kind te houden, staan de wensouders juridisch niet sterk.

In India is dat anders. Sinds 2005 bepalen richtlijnen dat draagmoeders automatisch juist geen rechten hebben op het geboren kind. In verschillende staten van de VS is draagmoederschap weer anders geregeld: een draagmoeder is wel juridisch de moeder, maar kan gemakkelijk via een rechter afstand doen van haar rechten op het kind. In de praktijk verloopt dit meestal soepel. Toch is er een beroemde rechtszaak geweest over draagmoederschap: baby M. werd in 1986 geboren via laagtechnologisch draagmoederschap. De draagmoeder kreeg sperma van de vader geïnsemineerd en raakte zwanger met haar eigen eicellen. Na de bevalling besloot de draagmoeder dat ze het kind wilde houden en ging daarmee in tegen het contract dat ze had afgesloten met de wensouders. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat de wensouders het ouderschap moesten krijgen. Het was de eerste rechtszaak die de rechten en plichten van draagmoeders, wensouders en het belang van het kind ter discussie stelde.

Nederlandse wensouders die via een draagmoeder in het buitenland een kind krijgen, moeten om het kind mee terug te kunnen nemen naar Nederland een geboorteakte en een rechterlijke beslissing van de buitenlandse rechter over het juridisch ouderschap hebben. Het kind komt dan met de vader het land binnen en de gemeentelijke basisadministratie schrijft het kind in. De andere ouder kan pas nadat zij (of hij) een jaar opvoedtaken op zich heeft genomen, erkend worden als ouder door het kind te adopteren.

Een kinderwens vervullen via een bemiddelingsbedrijf in het buitenland is niet illegaal. 'Het is ook niet te verbieden’, stelt Wilma Eusman, advocaat familie- en personenrecht bij advocatenkantoor De Binnenstad in Amsterdam. 'En wie zijn wij hier om een oordeel te vellen over wat daar gebeurt?’ Eusman heeft al meerdere (homo-)stellen juridisch begeleid in het proces van draagmoederschap in het buitenland. Ze heeft haar vraagtekens bij commercieel draagmoederschap in India. 'Commercieel draagmoederschap is in India populair, maar het is erg moeilijk te regelen dat de Nederlandse wensouders ook daadwerkelijk de juridische ouders kunnen worden in Nederland. Het meenemen van het kind naar eigen land kan soms erg lastig zijn omdat beide landen geen overeenstemmende regels hebben.’ Eusman heeft zo'n twintig Nederlandse wensouders juridisch bijgestaan die via bedrijven in het buitenland een kind kregen. 'En ik zie dat het aantal cliënten toeneemt.’

Vruchtbaarheidstoerisme roept allerlei vragen en problemen op. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Nederlandse artsen geen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de handelingen van hun buitenlandse collega’s, of de behandeling niet willen begeleiden. Ook zijn er onduidelijkheden over welk deel van de behandeling in eigen land of het buitenland kan worden vergoed door de zorgverzekering, en welke effecten dit op de langere termijn heeft op de solidariteit binnen ons zorgsysteem. De betaling van en mogelijk negatieve gevolgen voor buitenlandse donoren zijn niet in lijn met het Nederlands recht. Bovendien wordt hierbij de spanning zichtbaar tussen het Nederlandse zorgbeleid en de ambities van de Europese Unie om zorg over de grens waar mogelijk te stimuleren en te vergoeden.

Technologie maakt het mogelijk om op alternatieve manieren kinderen te krijgen. De babymarkt die daarmee is ontstaan roept vragen op over de problematische relatie tussen lichaamsmateriaal en geld. Dat vraagt om het nadenken over hoe die twee wel goed samen kunnen gaan. We zien allerlei alternatieve constructies van donatie ontstaan, al dan niet met een bepaalde vorm van betaling of onkostenvergoeding die het overdenken waard zijn. Ruildonatie en wederkerigheid van eicellen en sperma zijn voorbeelden, evenals korting op een ivf-behandeling in ruil voor eicellen. In het verlengde daarvan kunnen we nadenken over vastgestelde onkostenvergoedingen of compensatie van ongemak om de donor tegemoet te komen. Want de babymarkt drijft allang niet meer op altruïsme alleen. Dat leidt soms tot moeilijke dilemma’s in een ver buitenland. En soms tot een baby.


Ingrid Geesink en Chantal Steegers werken als onderzoekers bij het Rathenau Instituut. Vrijdag verschijnt hun boek Nier te koop, baarmoeder te huur: Wereldwijde handel in lichaamsmateriaal_, Uitgeverij Bert Bakker, 248 blz.,_

€ 17,95. www.rathenau.nl/lichaamsmateriaal

Op 10 maart zendt BNN de documentaire Baby te koop uit. Nederland 3, 21.00 uur