Baas in Brussel

Eurocommissaris voor Mededinging Neelie Kroes (1941) heeft zichzelf, samen met twee andere topvrouwen, in de aanbieding gegooid voor het voorzitterschap van de Europese Raad. Zij konden het politieke schimmenspel met al die mannelijke jokers en slechts één vrouwelijke kandidate, die echter nauwelijks serieus genoemd wordt, niet langer aanzien. Zij hebben het heft in eigen handen genomen. Dat is sterke actie.

Kroes, haar Zweedse collega Margot Wallström en de Britse vice-voorzitter van het Europees Parlement Diana Wallis hebben het in een onderonsje geregeld, zoals mannen dat nooit hoeven te doen. Ze presenteren zichzelf niet als concurrenten van elkaar maar als één blok om het mannenkartel open te breken. Dat dit statement in het laatste stadium voorafgaand aan de verkiezingen nodig blijkt, is veelzeggend. Geen van deze vrouwen werd voor deze hoogste Europese functie gepolst. Hun namen gonsden niet in het informele circuit, laat staan dat zij door hun regeringen formeel werden aangedragen als serieuze kandidaat. En dat terwijl ze voldoen aan het profiel, een lange politieke staat van dienst hebben en bedreven zijn in de internationale hard power-diplomatie.
Dat geldt zeker voor Kroes. Zij staat bekend als een commissaris die sinds 2004 met straffe hand de verantwoordelijkheid neemt voor haar portefeuille. Een post die, zeker vanwege de kredietcrisis, niet geldt als licht. Uit een opinieonderzoek bleek onlangs bovendien dat zij, naast Job Cohen, door de Nederlanders vanwege haar kunde en oprechte persoonlijkheid wordt gezien als de ideale premier van Nederland. Kortom, ze is een topkandidaat.
Maar haar nadeel is dat zij die andere Nederlander op haar pad vindt en dat er om partijpolitieke redenen wordt gekoehandeld. En: ze is géén grijze muis. En misschien ook: ze is een lady met haar op de tanden. Ze was in de afgelopen decennia vaak ‘de eerste vrouw’ en ontwikkelde zich in die tijd tot een feministe. Goed zijn was volgens haar niet genoeg. ‘Iedereen praat mooi over emancipatie, maar het levert in de verdeling van macht nog weinig op’, zei ze ooit.
Kroes timmert de laatste jaren ook aan de weg als groot voorstander van dwang om vrouwen op topposities in de harde sectoren van de maatschappij te krijgen. Zij was een van de tweehonderd ondertekenaars van een manifest dat naar het voorbeeld van Noorwegen stelt dat het kabinet alle beursgenoteerde bedrijven en publieke organisaties ertoe moet verplichten om binnen vijf jaar veertig procent vrouwen aan de top te hebben. Tegenstanders zeggen: dat getal is onhaalbaar, er is in de afgelopen jaren al veel bereikt en bovendien blijkt telkens uit onderzoek dat de meeste vrouwen liever parttime werken. Dat vindt bijvoorbeeld Marike Stellinga, schrijfster van het boek De mythe van het glazen plafond, waarmee ze de afgelopen weken in vele talkshows verscheen. Haar gekakel tegenover de minzaam glimlachende Pauw en Witteman pleit precies voor het tegendeel van haar zoetsappige betoog.
Waar het om gaat is niet of het gestelde veertig-procent-quotum als paardenmiddel reëel is of niet. Het manifest heeft vooral de functie van breekijzer om de eenzijdige focus binnen de masculiene cultuur van de bedrijfstop te verleggen. Kroes weet er alles van. Zij werd indertijd gekozen tot eurocommissaris omdat voorzitter José Barroso niet alleen op kwaliteit selecteerde maar bovendien de voorkeur gaf aan een vrouw. Zo had de kandidatenselectie voor de baas in Brussel ook moeten werken. Zolang het niet vanzelfsprekend is.