Baas in eigen bordeel

Vadertje Staat heeft het bordeelverbod ooit bedacht om de pooiers dwars te zitten. De hoeren zelf werden door het strafrecht met rust gelaten. Voor hen golden andere dwangmaatregelen, zoals registratie en medische controle. Alles voor hun eigen bestwil, dat spreekt.

En nu wordt dat vermaledijde bordeelverbod eindelijk ingetrokken. Veel te laat, maar dat komt doordat het CDA ook de voortgang van deze zedenkwestie vakkundig heeft weten te traineren. Het bespeelde de morele paniek onder de bevolking: stel je voor dat prostitutie een gewoon beroep zou worden! Dan zou uw dochter van het Arbeidsbureau een baan bij een seksclub aangeboden kunnen krijgen.
Het idiote feministische standpunt uit de jaren zeventig en tachtig - prostitutie staat gelijk aan seksueel geweld omdat de seksualiteitsbeleving van de hoer ondergeschikt wordt gemaakt aan die van de mannelijke klant - hielp een handje mee. Alsof dat niet juist voor alle dienstverlenende beroepen geldt. De scheiding tussen hoeren en ‘nette’ vrouwen werd er in elk geval mee in stand gehouden.
In de tussentijd heeft in de seksindustrie de schaalvergroting toegeslagen, met alle hinder van dien voor omwonenden. Om over vervlakking maar niet te spreken. De gemiddelde Amsterdamse hoerenkast lijkt meer op een Veluwse kippenfarm dan op een gezellig boudoir. De overheid heeft het toppunt van lelijkheid gelegaliseerd.
De wetswijziging komt niet alleen te laat, maar betekent bovendien te weinig voor de positie van de prostituées. Bordeelverbod zowel als legalisering zijn een onderonsje tussen de overheid en de 'exploitanten’, zoals de souteneurs sinds midden jaren tachtig heten. Omdat de gemeenten slechts vergunningen willen verlenen aan bestaande uitbaters die zich houden aan de vereiste afmetingen van wasbakken, krijgen hoeren met aspiratie om zelf te gaan ondernemen geen kans.
Los van de afschaffing van artikel 250 is de belastingdienst stilletjes doende om greep te krijgen op de branche. Clubeigenaren moeten sinds 1992 BTW betalen, maar de vrouwen die het sekswerk doen, ontsprongen nog de dans. Op dit ogenblik bezoeken ambtenaren de escortbedrijven. Ze willen de persoonsgegevens van alle erotische gezelschapsdames in handen krijgen. Een bodemprocedure kan hier wellicht een stokje voor steken, maar het gevolg is wel dat veel hoeren ondergronds gaan werken. Om twee redenen: hun privacy wordt aangetast en na aftrek van belasting blijft er eenvoudig te weinig over. Een hoer verdient immers gemiddeld slechts 38 gulden 50 per uur.
Zullen, na de belastingoverval, vooral de meest beschaafde, kundige exploitanten overblijven en komt er eindelijk duidelijkheid over de positie van prostituées? Dat valt te betwijfelen. Er is dringend behoefte aan een beroepsvereniging van hoeren, freelancers en kleine-bedrijfshoofden. De Rode Draad weigert met (vrouwelijke) exploitanten samen te werken en leunt, als gesubsidieerde organisatie, te veel op vakbondsideeën. Maar het is ondenkbaar en ook onwenselijk dat een hoer ooit werknemer wordt. Een goede hoer is eigen baas, over haar geld en over haar lichamelijke prestaties.