Song Kang-ho als Ha Sang-hyeon en Gang Dong-won als Dong-soo in Broker © September Film

In Japan, en ook in Zuid-Korea waar deze film zich afspeelt, zijn er ‘babyboxen’: muurkluisjes strategisch in de publieke ruimte gelegen bij bijvoorbeeld kerken, waarin mensen baby’s kunnen dumpen. Het idee is dat jonge vrouwen die anoniem van een pasgeborene af willen het kindje op een veilige manier in zo’n box kunnen stoppen. Daar ligt de baby dan, warm en met een gezellig muziekje op de achtergrond, totdat iemand zoals een dominee hem of haar oppikt, of in Broker van Hirokazu Kore-eda god verhoede een ‘babymakelaar’.

Die is Ha Sang-hyeon, gespeeld door de geweldige Song Kang-ho, vooral bekend van films als Parasite (2019) en The Host (2006) van Bong Joon-ho. Ook in Broker speelt hij de rol van een gemoedelijke sloeber die het niet zo nauw neemt met de wet. Samen met zijn compagnon Dong-soo (Gang Dong-won) jat hij dus baby’s uit zo’n box om ze tegen winst op de zwarte markt te verkopen. Dat is een lucratief handeltje. Dan stuiten ze nou net op de verkeerde baby, de schattige Woo-sung achtergelaten door zijn moeder Moon So-young (Lee Ji-eun) die als prostituee in de weer is met gangsters. Als Moon spijt krijgt, komt ze oog in oog te staan met Sang en Dong-soo. Die weigeren haar baby terug te geven, zelfs niet als blijkt dat detectives het zooitje op het spoor zijn waarna ze met z’n allen de benen nemen.

De gekidnapte baby vormt vaker de basis voor films over voortvluchtige mensen die buiten de boot vallen als het gaat om een ‘normaal’ bestaan in de maatschappij, bijvoorbeeld Steven Spielbergs The Sugarland Express (1974) en Raising Arizona (1987) van de Coen-broers. De clou: de baby als satirisch motief dat de personages ertoe dwingt zowel hun eigen leven als de cynische samenleving in ogenschouw te nemen. Precies dit doet Hirokazu Kore-eda in Broker: de baby vormt de kern van een nieuw soort ‘gezin’ waarin zowel de gangsters als de moeder warmte en empathie vinden. De makelaar in baby’s blijkt een makelaar in menselijkheid.

Zoals in zijn eerdere films, vooral het mooie After the Storm (2016), toont Kore-eda zich een meester in het laveren tussen melodrama en authentieke emoties. Duistere beelden van de stad bij nacht en in de regen reflecteren de hevige crisis waarin Moon verkeert op het moment dat ze bij de babybox arriveert om haar kind te vondeling te leggen. Maar even later klinkt mierzoete pianomuziek. Kore-eda manipuleert ons, stuurt ons gevoel. En dan doet hij een stap terug om de kille leefwereld van de personages te tonen. Dit is fijn regisseren, slim en hartstochtelijk, zodat hij ermee wegkomt als de ‘gezinsleden’ elkaar ergens in een motel goedenacht wensen, net als de brave Waltons in de oude tv-serie. Eén voor één zeggen ze tegen elkaar: ‘Dankjewel dat je geboren bent.’

Te zien vanaf 12 januari