Beeldende Kunst

Babydons en bloeddorst

Beeldende kunst Yoshitomo Nara

Sommige kunst heeft alles wat je van kunst verwacht en toch kan ze je niet bekoren. Het werk van Erik van Lieshout bijvoorbeeld bevat veel dingen die me aanspreken. Ik hou van hiphop, ik hou van zwarte humor, ik hou van die typische ik-kloot-maar-wat-aan-esthetiek. Maar ik hou niet van het werk van Erik van Lieshout. Sterker: ik verafschuw dat werk. Zijn solo in Boijmans Van Beuningen afgelopen winter was een van de slechtste dingen die ik vorig jaar heb gezien.

Medium nara 201 1

Het omgekeerde kan ook: een kunstenaar met veel onhebbelijkheden blijkt bij nader inzien best goed te zijn. Zo bezit de Japanse schilder en ontwerper Yoshitomo Nara (Hirosaki, 1959) – die nu exposeert in GeM – op het eerste gezicht nogal wat eigenschappen die me irriteren. Om te beginnen is er zijn onderwerp. Nara schildert stram poserende meisjes met waterhoofden, ver uiteen staande ogen en retro pony’s. Kawaii worden die in Japan genoemd, wat zoiets betekent als ‘schattig’. Met die schattigheid blijkt het nogal mee te vallen. Eén meisje heeft een verband op haar oog, een ander houdt verkrampt een aardappelschilmesje vast, de rest kijkt de toeschouwer wantrouwend aan. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik heb mijn buik een beetje vol van boze kleine meisjes die de toeschouwer wantrouwend aankijken. Steeds weer die jeugdige onschuld; die onderhuidse dreiging. Babydons en bloeddorst: als je de kunst van de afgelopen jaren moet geloven, schuilt er in iedere snoepige kleuter een seriemoordenaar.

Medium nara 202

Dan Nara’s manier van schilderen. Die is altijd hetzelfde. Hij schildert zijn meisjes frontaal, tegen een bijna monochrome achtergrond, met dunne verf en potlood waardoor ze met een spuitbus lijken aangebracht. Disney- en mangastrips zijn de voornaamste inspiratoren en dat zie je eraan af. Huidtextuur, haar, houding – Nara geeft er niet veel om. Het maakt zijn werk verleidelijk, maar ook wat beperkt. Marketingtechnisch is het in ieder geval briljant. Stilering leidt tot herkenning leidt tot populariteit leidt tot winst. Zie: Nijntje (waar Nara fan van is). Zie: Pokémon. En zie nu dus ook Yoshitomo Nara. Asbakken, horloges, T-shirts, knuffels en andere parafernalia: het vindt allemaal even gretig aftrek. In Korea en op de Filippijnen is de verering van het werk inmiddels overgeslagen op de geestelijke vader van dat werk: daar kan Nara niet meer normaal over straat.

Medium nara 203

Wie is hij eigenlijk? Een debutant, dacht ik aanvankelijk. Een melancholische twintiger die treurde over zijn verloren jeugd en troost zocht in de geruststellende clichés van een onbedorven kinderwereld. Vandaar natuurlijk de zoetsappige kinderfiguurtjes; het wantrouwen tegen volwassenen (op de schilderijen en tekeningen wordt voortdurend gewag gemaakt van een bedreigende ‘they’); het zwelgen in jeugdcultuur. Maar ik zat ernaast. Yoshimoto Nara is geen twintiger. Hij is bijna vijftig. Die informatie maakt hem niet alleen een melancholische, maar ook een wat tragische figuur. Ik bedoel: hoe lang kun je als kunstenaar teren op het landschap van je jeugd en adolescentie?

Medium nara 204

En toch: ondanks al deze kritiek heb ik geen onplezierige middag gehad daar in Den Haag. Hoe dat kan? Geen idee. Misschien was het de setting: een kinderdorp dat Nara (in samenwerking met kunstenaarscollectief Graf) bouwde in GeM, compleet met houten wanden, deurtjes, raampjes, loopbruggen, sluipgangen en een veranda met kerstverlichting; misschien was het ’t nagebouwde atelier van de kunstenaar dat me door de wanden vol met tekeningen deed denken aan mijn eigen jongenskamer in de tijd dat ik nog striptekenaar wilde worden. Misschien waren het de rondrennende kinderen die genoten van de schilderijen, het nagebouwde dorp én de geïmproviseerde knuffelbak. Zoals gezegd: ik weet het niet. Van sommige kunst moet je maar gewoon accepteren dat ze werkt – ook al staat ze bol van de eigenschappen die je irriteren.

Yoshitomo Nara, Super Flat. In GeM (Museum voor Actuele Kunst), Den Haag. Tot 28 oktober