Europese verkiezingen

Babylonische spraakverwarring in Brussel

In de aanloop naar de Europese verkiezingen op 22 mei beschrijft Betto van Waarden, voormalig stagiair en beleidsmedewerker bij Directoraat-Generaal Onderwijs en Cultuur van de Europese Commissie, de dagelijkse praktijk van de politieke besluitvorming in Brussel.

Op de basisschool speelden we wel eens een doorgeefspelletje: alle leerlingen zaten in een kring en fluisterend moesten we een boodschap doorgeven. De boodschap die de laatste leerling uiteindelijk ontving leek in de verste verte niet meer op de boodschap die de eerste leerling aan de tweede had verteld. Hoe meer tussenstappen, hoe meer een boodschap (onbewust) wordt vervormd. Aan de vergadertafel van de Raad van de Europese Unie waan ik me soms weer in die basisschoolkring.

Wanneer ik voor de eerste keer de toespraken van de eurocommissaris voor onderwijs en cultuur voor een aankomende vergadering met alle EU-onderwijsministers moet bewerken, zit ik urenlang te wikken en wegen om de mooiste en krachtigste Engelse woorden te vinden. Tot een collega lachend mijn kantoor binnenloopt en zegt: ‘Ach joh, maak je niet druk om de specifieke formuleringen, de toespraken worden nog meerdere keren vertaald en dan blijft er toch niks over van poëtische subtiliteiten.’ Hij heeft gelijk. De Engelstalige toespraak die wij aan onze Cypriotische eurocommissaris leveren wordt soms eerst door haar staf vertaald in het Cypriotisch. Terwijl ze de toespraak aan de ministers voorleest wordt deze vervolgens door een Cypriotische tolk weer naar het Engels terugvertaald, waarna de andere tolken deze Engelse vertaling op hun beurt weer omzetten in de andere EU-talen (24 in totaal, hoewel nooit alle talen beschikbaar zijn tijdens een vergadering) waar de ministers met hun headsets naar luisteren. Zelf luister ik tijdens de vergadering naar de Engelse vertaling van de tolken (‘maar’ twee tussenstappen dus) en hoewel de grote lijnen van de eurocommissaris-toespraak nog dezelfde zijn, is de Engelse woordkeuze inderdaad anders dan op het printje van de originele toespraak die ik heb meegenomen.

De ‘communicatieruis’, veroorzaakt door alle (achtereenvolgende) vertalingen, wordt helaas soms nog verergerd doordat een spreker gewoon geen duidelijke boodschap heeft. De eerste keer dat ik voor de Commissie een verslag moet schrijven van een vergadering in het Europees Parlement schiet ik in de stress. Ik moet noteren wat de europarlementariërs vinden van ons Commissievoorstel voor het nieuwe EU-cultuurprogramma Creative Europe, maar ik kan er geen touw aan vastknopen wat de verantwoordelijke Italiaanse europarlementariër zegt. Eerst denk ik dat het aan de Engelse tolk ligt, dus luister ik vervolgens naar de Nederlandse en Duitse vertalingen, maar daar word ik niet veel wijzer van. Verdwaasd kijk ik naar het lege aantekeningenblaadje voor me en schrijf uiteindelijk maar wat losse woorden die ik hoor op. Naderhand vraagt een collega: ‘Begreep jij daar iets van? Ik luisterde direct naar het Italiaans, maar heb geen idee wat ze probeerde te zeggen.’ Opgelucht haal ik adem. Het lag niet aan mij. En dan denk ik aan die arme tolken die een uur lang wanhopig hebben geprobeerd om toch nog iets van dat warrige Italiaanse verhaal te maken. Helaas weet de Europese Commissie nog steeds niet wat het Europees Parlement van haar voorstel van 1,8 miljard euro vindt.

Verwarring ontstaat ook wanneer lidstaten de Engelse kladversies die de basis voor wetsteksten vormen bespreken. (Gewoonlijk worden alleen oorspronkelijke beleidsvoorstellen en uiteindelijke wetsteksten vertaald in alle 24 talen.) De landenvertegenwoordigers begrijpen dezelfde Engelse woorden op verschillende manieren en proberen deze verschillen in overeenstemming te brengen door te communiceren in hun eigen talen met vertaling. Vervolgens ontstaan er problemen wanneer de Engelse eindversies in de andere talen vertaald moeten worden. Woorden als ‘student’ en ‘geletterdheid’ hebben een enigszins andere betekenis in bijvoorbeeld het Frans of Spaans dan in het Engels, dus het verduidelijken van de bedoelde betekenis van een wetstekst en het vinden van de juiste vertaling leiden tot verdere discussies en het raadplegen van juristenlinguïsten. (De EU is ’s werelds grootste werkgever van tolken en vertalers en DG Translation produceerde meer dan twee miljoen vertaalde pagina’s in 2013.)

De vertalingen kunnen echter ook prettig zijn. Als iemand te snel spreekt of mompelt, kun je gewoon naar een duidelijke vertaling luisteren. Of een vriendelijkere. De Duitse voorzitster van de commissie voor cultuur en onderwijs in het Europees Parlement is al in de zeventig, was ooit onderwijzeres in Duitsland, en heeft echt hart voor de zaak – goed onderwijs en banen voor jonge Europeanen. Maar zodoende heeft ze weinig geduld voor haar collega’s en nog minder voor de Commissie. Gelukkig is er de Engelse vertaling op mijn headset, zodat wanneer ze soms tegen de Commissie in het Duits tekeergaat ik naar een kalme, beleefde Britse stem kan luisteren – terwijl ik haar op haar verhoogde voorzittersstoel nog driftig met haar armen richting Commissie zie gebaren.

Daarnaast komen de vertalingen soms goed van pas. De ‘vertaalsmoes’ kan een welkome uitweg bieden bij vergaderingen met alle lidstaten in de Raad van de EU. Als bijvoorbeeld de Duitse attaché het argument van zijn Portugese ambtsgenoot maar niks vindt en een vies gezicht trekt, dan wijst de Duitser even later snel naar zijn vertaalheadset om te zeggen: ‘Volgens mij was de vertaling gewoon niet goed hóór.’ Zo voorkomt hij dat Duitsland per ongeluk Portugal beledigt. Een Nederlandse diplomaat neemt een keer op een Nederlandse (lees: directe) manier een behoorlijk controversieel standpunt in. Wanneer ze geen reactie van de andere diplomaten krijgt vraagt ze geïrriteerd aan haar Slowaakse buurvrouw: ‘Was de vertaling wel goed?’ De Slowaakse diplomaat haalt onschuldig haar schouders op en verhult zo dat het probleem waarschijnlijk niet de vertaling was, maar het feit dat de meeste landen het er niet mee eens waren.

Het absurde is dat dezelfde attachés vervolgens in de koffiepauzes en tijdens de lunch gewoon Engels met elkaar praten. En Frans in de liften. Volgens traditie begroet iedereen elkaar met een ‘bonjour’ bij het instappen van de lift en zegt gedag met een ‘bonne journée!’ bij het uitstappen. Maar wanneer een attaché tijdens een vergadering per ongeluk in het Engels begint te praten, wordt ze snel aangestoten door haar collega van het eigen nationale ministerie. Ze hoort de nationale eer en Europa’s culturele diversiteit hoog te houden en dus haar eigen taal te spreken. Het Engels dat onderling gesproken wordt is overigens ‘Eurospeak’: een Brussels taaltje met invloeden uit de verschillende EU-talen. En je kunt doorgaans snel horen waar iemand vandaan komt. Oost-Europeanen gebruiken vaak geen lidwoorden of alleen willekeurig op goed geluk, Zuid-Europeanen gebruiken soms niet-bestaande meervoudsvormen van bijvoeglijk naamwoorden, et cetera. Het Eurospeak is zelfs zo zijn eigen leven gaan leiden dat de Commissie een keer als waarschuwing een lijst met onjuist gebruikt Engels verspreidde onder haar medewerkers.

Ironisch genoeg ontstaan de meest absurde situaties wanneer een attaché even alle culturele en linguïstieke verschillen met een beetje humor wil overbruggen. Humor brengt een boodschap van vriendschappelijkheid over, maar dat overbrengen van een boodschap is nu juist de moeilijkheid in een vergadering met 28 culturen en 24 talen. Als iemand een grapje maakt reageren andere diplomaten in vier golven: degenen die de oorspronkelijke taal verstaan lachen meteen; degenen die naar de Engelse vertaling luisteren lachen twee seconden later; degenen die naar een andere vertaling afgeleid van de Engelse vertaling luisteren lachen nog twee seconden later; en ten slotte kijken de overblijvers verdwaasd om zich heen, omdat ze de vertaling wel horen maar niet genoeg gemeenschappelijke culturele achtergrond hebben om het grapje ook te begrijpen.

Soms voelt Brussel als het nieuwe Babel, maar uiteindelijk is het een indrukwekkende prestatie dat 28 landen met 24 talen samenwerken aan zoveel complexe beleidskwesties.