Vanmorgen trof ik een folder op mijn deurmat aan waarin onder meer rollators, scootmobielen en bloeddrukmeters werden aangeprezen. Verkeerd bezorgd. ‘Speciaal geselecteerd voor u!’ riep de voorkant mij echter toe.

Dus keek ik toch maar even. Door de glanzende full-color pagina’s had de folder wel iets van een erotische catalogus. Vreemde hulpstukken en apparaten waarvan je denkt: ‘Leuk, maar waar moet het in?’ Al ging het in dit geval uitsluitend om zaken die mijn leven ‘als senior’ zouden vergemakkelijken. Opdat ik meer tijd zou hebben voor ‘de mooie dingen des levens’. Ja, dacht ik. Heel verstandig. De tijd raast en overal loeren gebreken. Het bestaan zag er verder erg aanlokkelijk uit, in die folder. Dames en heren met haar van glanzend zilver, die door zonbeschenen parken wandelden, met een ‘persoon-lijke alarmketting’ om de hals. Jeugdige tachtigers die allemaal heel enthousiast waren over de hulpmiddelen die zij op de kop hadden getikt. Ik staarde enige tijd naar een reeks foto’s van een opgewekte heer in een traplift, die eruitzag alsof hij werkelijk niets liever deed dan langs de leuning op en neer gaan. Er was er ook een van een mevrouw die met een soort roeispaan haar steunkousen aantrok en daarbij haast hysterisch lachte. Maar de mooiste foto vond ik die van een volledig geklede man in een bad. Wit haar, guitig hoofd. Iemand waarvan je vermoed dat hij soms schalks een borreltje extra drinkt. Hij opende een klapdeurtje aan de zijkant van het bad. ‘Ha, er zit een deur in’, straalde hij uit, ‘dat had je niet gedacht!’ Maar hoewel ik het principe snapte, vroeg ik me toch af waarom hij met stropdas en al in dat ding was gezet. Mocht niemand zijn blote oudeherenborstjes zien? Daarover nog peinzend trok ik mijn jas aan en bracht de folder naar het juiste adres, twee straten verderop. Er leek niemand thuis. Wel zag ik op de vensterbank een door de zon vergeelde foto staan. Een man en een vrouw; arm in arm onder de Eiffeltoren. Ze zagen eruit, vond ik, alsof ze de mooie dingen des levens best begrepen.