Shaft, ultieme film-noir

Bad Motherfucker

«Shaft» was in 1971 de ultieme film noir. Rechercheur Shaft gedroeg zich bepaald niet als een wit -gewassen neger. Ook de nieuwe John Shaft is cool. Maar waar blijft de knipoog?

Wanneer we op Broadway, Manhattan in de kilometerlange rij staan voor de test screening van Shaft begrijpen we waarom ze ons, twee blanke veertigers, daar zo graag bij wilden hebben. De studente die ons de vorige dag in een New Yorks parkje had aangeklampt, beschikte over een demografische wenslijst van de filmproductiemaatschappij die nog flinke tekorten vertoonde aan blanke proefpersonen. Ze had geen flauw idee voor wat voor film ze mensen ronselde. Wij wisten het ook niet. Shaft? Was dat niet een klassiek funknummer in de sfeer van Marvin Gaye?

Zo staan we op een mooie meidag van dit jaar in een opgewonden maar geduldig wachtende massa van voornamelijk zwarte twintigers. Ze zien eruit alsof ze niet van de straat zijn. Zij weten ongetwijfeld allen wat wij later pas ontdekken: dat er in 1971, vóór hun geboorte, ook een film werd gepresenteerd die Shaft heette en dat die film voor hun ouders in de Bronx en Harlem een enorme opsteker was geweest. Dat was luttele jaren nadat Bill Cosby als eerste Amerikaanse neger een hoofdrol mocht spelen met een pistool op zak, in I Spy. Was de brave Cosby al een waagstuk geweest in een tijdvak vol raciale spanningen, rechercheur John Shaft was niet alleen pikzwart, hij gedroeg zich ook zo: als een angry black dick in plaats van als een witgewassen neger.

Wanneer de wet die Shaft moest handhaven hem niet aanstond, creëerde hij zijn eigen regels. Wie hem niet zinde, kon een paar hoeken krijgen. De vrouwtjes in Shaft, in alle kleuren van de regenboog, lustten wel pap van hem, en wie was hij om ze dit genot te ontzeggen? Shaft ging over de toppen van zijn mannelijkheid. In elke scène had hij een andere coltrui en leren jas aan in oranjebruine varianten, ton sur ton. Hij was een karikatuur, je kon om hem lachen. Het filmpubliek, zwart én wit, droeg hem op handen — de tijd was er rijp voor. Wij, argeloze witte proef konijnen, wisten nog niets van deze Shaft- legende.

Ons was zelfs het weergaloze begin van de oude film onbekend. Onze medekijkers hadden natuurlijk allemaal de video van Shaft uit 1971 gezien, waarin de straten van Manhattan onder de Oscar-winnende titelsong van Isaac Hayes hun tanden ontbloten. Uit alle spleten kruipt het uitschot te voorschijn. Wanneer John Shaft in beeld verschijnt, weet het publiek al in wat voor ruige wereld hij opereert. De oneliners in de film waren bijtend («Laat je mond je reet niet in de problemen brengen»), de shoot-out was heftig en het verhaaltje onbelangrijk. Shaft was een film noir, letterlijk. Maar toen dat genre floreerde, waren alle helden nog wit. Neem die archetypische film noir-scène uit The Big Sleep (1946) waarin Humphrey Bogart als de cynische, hardboiled detective Philip Marlowe zijn tegenspeelster, een ordinaire Lauren Bacall, omhelst. Plotseling worden de violen overstemd door loeiende politiesirenes. Deze scène en beide karakters zouden zo naar Shaft van 1971 gekopieerd kunnen worden — met wijziging van huidskleur.

Shaft kreeg twee vervolgdelen en een televisieserie. De film zette de toon voor een hele serie goedkope films in de jaren zeventig, die bekend staan als blaxploitation-films. «Black exploitation» was een geuzennaam: ook zwarten konden, niet gehinderd door wat Hollywood verantwoord vond, stoeien met het medium en er geld aan verdienen. In blaxploitation-films, met titels als Black Caesar, Black Girl en The Black Gestapo, wordt de slechte smaak gecultiveerd. De films tonen een groezelig seventies-landschap van seks, drugs, funk en tomatenketchupgeweld waarin functionarissen en intellectuelen — doorgaans blank — worden geminacht, en waarin de streetwise motherfuckers — meestal zwart, soms latino — hun dubieus verworven geld omzetten in protserige kleding en foute auto’s. Het zijn dus verkwikkende films in een tijd — de onze — dat elk ras op zijn woorden moet passen.

Op de huidige cult- en campstatus van het genre speelt de nieuwe Shaft-versie in. Het nieuws van de test screening, de allereerste mogelijkheid om de film te zien, is als een lopend vuurtje door zwart New York gegaan. Daarvoor wil je best uren in de rij staan en een gigantische lijst voorwaarden ondertekenen die zeggen dat het slecht met je afloopt als je vóór de wereldpremière in juni iets prijsgeeft van wat je te zien krijgt. Dan gaat het licht uit en neemt een duistere club testbobo’s plaats op de vrijgehouden stoelen, waar ze alle reacties genadeloos zullen regi streren.

Een dreigend pianoakkoord, een schreeuwende gitaar en de diepe stem van Isaac Hayes, die zijn vertrouwde dialoog met dameskoor uit 1971 herhaalt:

«Who’s the black private dick that’s a sex machine to all the chicks?» — «Shaft!» antwoordt het koor. «You’re damn right.» De zaal joelt al. De nieuwe rechercheur Shaft (Samuel L. Jackson) verschijnt, cool en gekleed door Armani. Er is een vage sug gestie van een seksscène, maar je kunt niks en niemand onderscheiden. Wie ondertussen luistert naar Hayes’ legendarische tekst, hoort de dreiging van New York beter dan deze eerste beelden laten zien. En die hoort tevens de vette satire op de Shaft-superman:

Who is the man that would risk his neck for his brother men?

(Shaft!) Can you dig it?

Who’s the cat that won’t cop out when there’s danger all about?

(Shaft!) Right on!

You say that cat is a bad motherf…

(Shut ya mout’!)

I’m talkin’ ‘bout Shaft!

(Then we can dig it!)

He’s a complicated man and no one understands him but his woman.

(John Shaft!)

Nu verschijnt de Lenox Lounge in beeld, het beroemde Harlemse café-restaurant uit 1939 dat met het filmgeld werd gerenoveerd. Het publiek is gemengd. Aan een tafeltje praat een zwarte jongen met een witte vriendin. Een goedgeklede, blanke gladjakker slaakt racistische kreten in hun richting. We herkennen in de racist acteur Christian Bale, die onlangs in de Bret Easton Ellis-verfilming American Psycho ook al de griezel mocht spelen. De zwarte jongen knipt een paar gaten in een servet en werpt dat laconiek over het hoofd van zijn belager, die er nu uitziet als een lid van de Ku Klux Klan. De scène eindigt op straat, waar de racist de zwarte jongen vermoordt.

De testbobo’s kunnen over de eerste vijf minuten Shaft al dik tevreden zijn. De zaal maakt zo'n kabaal dat het handjevol blanke proefkonijnen zich behoorlijk ongemakkelijk begint te voelen. Om ons geweten te sussen, stellen wij onszelf vragen. Zoals: wat doet een negerhatende yup in een trendy Harlems café? Toegegeven, niemand deugt echt in de film. Maar wie blank is deugt van geen kant of is laf uit lijfsbehoud, en wie zwart of bruin is, is vaak eerder een deugniet of domoor dan door en door rot. Zelfs de Dominicaanse drugsdealer, gespeeld door de aandoenlijke Jeffrey Wright, krijgt de zaal mee.

John Shaft zal niet rusten voor hij het racistische monster onschadelijk heeft gemaakt. Hij raast als een Robocop door drugsmilieus en corrupte politiecircuits. Wordt deze eendimensionale zombie de held van zwart New York? Aan Black Pride-machis mo ontbreekt het hem niet. Maar je zult er het bed mee moeten delen. De belofte van seks, onder de begintitels gedaan, wordt dan ook niet ingelost. De nieuwe Shaft eindigt bij de rechtbank. Shaft heeft de racist opgebracht en die wordt door de moeder van de vermoorde jongen op de justitiële trappen neergeknald. Moeder kan daarbij op een knipoog van Shaft rekenen.

Nee, dit einde geloven wij niet. Zo mis lukt Shafts missie op de valreep: de racist kan nooit meer boete doen, en komt aan zijn einde door een figurante. Gelukkig is dit de voorlopige versie van de film. Wij gaan vermelden dat de film anders moet aflopen. Ook moet er meer vette humor in de dialo gen en verder wensen wij op z'n minst één goede, slimme blanke. Als wij dit monomaan racistische spektakel van de zwarte regisseur John Singleton, waarbij wij ons in de slachtofferbankjes voelen zitten, straks althans zonder kleerscheuren kunnen verlaten.

Maar het publiek wordt niets gevraagd. Het gejoel is geregistreerd, en daar blijft de test bij. Wij proberen weg te sluipen. Daar grijnzen vele zwarte hoofden ons tegemoet. Een knipoog valt. Het lijkt wel of onze medekijkers willen zeggen: «Trek het je niet aan. We hebben ons gewoon lekker uitgeleefd, in naam van onze ouders and just for fun. Het is maar een film.»

De nieuwe Shaft is vanaf 23 november te zien.