Bagger in de Tuin van Eden

Tel Aviv - Europese donors, opgepast! Uw goedbedoelde ontwikkelingseuro’s voor de Palestijnse gebieden worden misschien gebruikt om Israëls infrastructuur te verbeteren. De Palestijnse minister-president Salam Fayyad heeft één miljoen sjekels beschikbaar gesteld voor de bouw van wegen en verbeteringen in Jeruzalem.
Neem het verhaal van Dahiyat Al Salam. Het begint zoals elk sprookje in het Midden-Oosten met ‘er was eens’. Er was eens een Arabische wijk in de Israëlische gemeente Jeruzalem. Lang geleden bouwden de bewoners hun zandstenen huizen op de bergtop en op eigen grond. Het was een ordelievende en vreedzame gemeenschap die op tijd de gemeentelijke leges van drie miljoen sjekels per jaar betaalde en zich afzijdig hield van het strijdtoneel dat zich beneden, in het centrum van de stad, tussen joden en Arabieren voltrok: een strijd over rechten en bezit. Er was een zoetwaterbron in de wijk en het was zo rustig dat je het geruis van de wind hoorde in de bomen die spontaan uit de grond schoten.
Maar één ding ontbrak in deze Tuin van Eden: een verharde weg. Als ’s winters de regen tegen de ramen beukte, veranderde de aarde in een bruine modder, die de huizen binnenstroomde. De kinderen werden ziek; de volwassenen ongeduldig. Als gezagsgetrouwe onderdanen wendden ze zich tot het bevoegd orgaan: de afdeling planologie van de gemeente. Die reageerde niet. De bewoners verzochten een jaar later weer om de bouw van straten of ten minste trottoirs en nog kwam er geen reactie. Na vele jaren gaf de gemeente in 2010 eindelijk antwoord. Er was voldoende infrastructuur en onderhoud. In 2011 zou er - afhankelijk van het beschikbare budget - mogelijk aanvullend werk in de wijk worden verricht.
De bagger stond de bewoners nu aan de lippen en zij vertelden hun verhaal aan hun Palestijnse buren. Die waren meer begaan met het lot van de bewoners. Verschillende projecten werden gestart in de wijk. Een aannemer uit Nablus bouwde de wegen, het afwateringssysteem werd verbeterd en de Palestijnse Autoriteiten betaalden. Volgens de Israëlische krant Ha'aretz subsidiëren ze ook nog twee miljoen dollar voor onderwijsprojecten van scholen in Oost-Jeruzalem, die wettelijk door de staat Israël moeten worden bekostigd.
Een happy end voor de bewoners van Dahiyat Al Salam? Zeker. Doch, waarde Europese donor: bezint eer ge begint, want Israël ontvangt deels uw ontwikkelingshulp aan de Palestijnen. Niemand wil tenslotte een modderfiguur slaan.