De mondiale honger naar zand

Baggeraars op de korrel

Zand voor de wereldwijde bouwwoede wordt schaars. Baggerbedrijven zoals Boskalis graven kwetsbare ecosystemen af, waardoor nabijgelegen stranden dreigen te verdwijnen. Waaronder het paradijselijke strand van Diani in Kenia.

Strand van Diani in Kenia, 2016 © Derek Hudson/Getty Images

Stel je het paradijs op aarde voor: kilometerslange hagelwitte zandstranden begroeid met sierlijke palmbomen, overlopend in de azuurblauwe zee. Precies zo ziet de zuidkust van Kenia eruit waaraan de toeristische badplaats Diani ligt. Het kustdorp, zo’n dertig kilometer ten zuiden van de havenstad Mombasa, bestaat uit een lange strook vol resorts en luxueuze privévilla’s tussen stukken ongerept groen. Jaar in jaar uit wordt Diani verkozen tot de beste strandbestemming van heel Afrika.

Voor duikschool Scuba Duka zit eigenaar Ali Khan uit te kijken over het bountystrand. Hij draagt een zonnebril, want het zand is verblindend wit. Voor Khans neus speelt zich een dagelijks ritueel af: terwijl jongeren een potje voetballen, proberen kleurrijke en traditioneel geklede Masai-beachboys hun souvenirs te slijten aan voorbij wandelende toeristen. Het is één uur ’s middags en Khans werkdag zit erop. Hij loopt naar de bar van het aanpalende resort en bestelt een fles halve liter Tusker, een populair Keniaans biertje.

Het uitzicht mag paradijselijk zijn, het vooruitzicht van zijn duikschool is somber. ‘Veel van het koraal is dood, het overgrote deel van de vissen is verdwenen en de stranden worden almaar kleiner. Ik weet zelfs niet of mijn duikschool over vijf jaar nog bestaat’, zegt Khan bezorgd. Vanwege klimaatverandering en de stijgende zeespiegel? ‘Die dragen daar zeker aan bij, maar de honger naar zeezand geeft de genadeklap’, stelt hij.

Afgelopen maart ontstaat er grote commotie in het doorgaans rustige Diani. Pal voor de kust verschijnt een paar weken eerder een groot schip om zand te winnen voor de uitbreiding van de haven van Mombasa, de grootste haven van Oost-Afrika. De bewoners van Diani vrezen voor verwoesting van het koraalrif, de vispopulatie en hun stranden. Op Facebook-pagina’s speculeren ze driftig van wie het vaartuig kan zijn. ‘Het zijn weer die verdomde Chinezen’, is een veelgehoord commentaar, terwijl op het schip met grote letters ‘Willem van Oranje’ prijkt, gesierd door een vorstelijke kroon. Niet de Chinezen maar de Nederlandse Koninklijke Boskalis Westminster NV haalt zand weg voor de toeristische kustlijn. Een aantal bewoners van Diani besluit over te gaan tot actie. Ze zetten een sociale-mediacampagne op, bereiden een protest voor en onderzoeken de mogelijkheden voor een rechtszaak.

Zand is na water de meest gebruikte natuurlijke hulpbron ter wereld. Volgens sommige wetenschappers is het niets minder dan de fundering van onze maatschappij: we leven op en in zand, reizen erin en communiceren ermee. Het is niet alleen het hoofdbestanddeel van onze gebouwen en wegen, maar zit ook verwerkt in laptops, telefoons, microscopen, voedsel en vormt de oorsprong van glas. Niet elk type zand is bruikbaar. Zo zijn zee- en rivierzand voornamelijk gevormd door water, waardoor de korrels een hoekige structuur hebben. Woestijnzand, dat door de wind is afgesleten, heeft juist een ronde korrel. Hierdoor hechten de korrels niet goed aan elkaar. Vince Beiser vergelijkt in zijn boek The World in a Grain woestijnzand met een hoopje knikkers; als je deze samenvoegt, blijven ze niet bij elkaar. Het maakt woestijnzand slecht bruikbaar voor de bouw, terwijl het hoekige kust- en zeezand juist uiterst geschikt is.

Kijk wat er in Dubai is gebeurd. Als de stad in 2001 begint aan zijn eilandenproject The Palm wordt daarvoor eerst woestijnzand gebruikt. Het loopt uit op een teleurstelling. De korrels blijken te fijn en te glad. Dubai moet uiteindelijk enorme hoeveelheden zeezand winnen uit de Perzische Golf om de eilanden te kunnen aanleggen.

Maar de voorraad bruikbaar zand is eindig. Sommige wetenschappers luiden de noodklok en spreken van een wereldwijde zandcrisis. Door de groei van de wereldbevolking in combinatie met de verstedelijking consumeert de wereld meer zand dan ooit, met name door de explosieve bouw van nieuwe steden en gebouwen. In een VN-rapport uit 2019 stelt onderzoeker Pascal Peduzzi dat de huidige vraag naar bouwzand gelijk staat aan een muur rondom de evenaar van zo’n 26 meter hoog en 26 meter breed. Anders gezegd: wereldwijd hebben we per dag ongeveer achttien kilo zand per persoon nodig om aan de vraag te kunnen voldoen.

China is koploper in het zandverbruik. De afgelopen tien jaar gebruikte het meer zand dan de Verenigde Staten in honderd jaar. Shanghai heeft de laatste jaren zelfs meer hoogbouw geconstrueerd dan in heel New York te vinden is, waar de rivier de Yangtze en het Poyangmeer zwaar onder te lijden hebben. Voor de bouw van de Burj Khalifa in Dubai, het hoogste gebouw ter wereld, moest zand, hoofdbestanddeel van beton, geïmporteerd worden uit Australië.

Door gebrek aan land en speculatie op de vastgoedmarkt wordt ook het opspuiten van land steeds populairder. Veruit het grootste kunstmatig opgespoten eiland is onze eigen 970 vierkante kilometer grote Flevopolder, die al in 1955 werd aangelegd. Of neem Singapore. Gedwongen door overbevolking groeide de eilandstaat de afgelopen veertig jaar met twintig procent. Een VN-rapport stelt dat Singapore mondiaal de grootste importeur is van zand, dat soms op illegale wijze is verworven. Er zouden 24 Indonesische eilanden door verdwenen zijn.

In Luanda, de hoofdstad van Angola en een van de duurste expatsteden ter wereld, is het Marginal da Corimba-project in ontwikkeling waarbij nieuw land zal worden aangewonnen door het Nederlandse baggerbedrijf Van Oord. Momenteel wordt de baggeraar beschuldigd van betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen vanwege het project en mogelijke corruptie. Vlak voor de kust van het Nigeriaanse Lagos is de aanleg van het kunstmatige eiland Eko Atlantic City, ontworpen door het Nederlandse advies- en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV, omstreden. Voor de uitbreiding van deze razendsnel groeiende metropool zijn miljoenen kilo’s zeezand nodig, waardoor versnelde kusterosie plaatsvindt en de inwoners hun stranden zien krimpen.

Zandwinning door Boskalis voor de kust van Diani, Kenia. Maart 2019 © Darryl van Dyk

2013. Het is ochtend en de 74-jarige Luciana Parazzi Basile, dan nog voorzitter van de bewonersvereniging van Diani, staat op. Ze slaat de tuindeuren van haar strandhuis open, dat grenst aan haar apenopvangcentrum. Terwijl ze voer voor de dieren neerlegt, gaat haar telefoon. Ze neemt op, maar het blijft stil aan de andere kant van de lijn. Luciana voelt zich onprettig.

Het is niet de eerste keer. Sinds ze namens de bewonersvereniging een rechtszaak voert tegen het Chinese bedrijf China Roads and Bridge Corporation (crbc), dat zand weghaalt voor de kust van Diani, wordt ze ook regelmatig ’s nachts lastiggevallen. ‘Ze bellen me op, proberen me om te kopen om me de mond te snoeren’, zegt ze.

Het Chinese bedrijf wint zand voor de eerste fase van de havenuitbreiding van Mombasa. Het project beslaat in totaal drie fasen, waar zo’n vijftien miljoen kubieke meter zand voor nodig is. De bewoners van Diani zijn verbolgen over de plotselinge actie. De kustlijn van de badplaats behoort tot een natuurreservaat en het weghalen van zand verstoort het ecosysteem. De vissers merken het direct: de opbrengst van hun visvangst daalt fors en ze kunnen niet meer in hun levensonderhoud voorzien.

Luciana’s rechtszaak tegen het Chinese bedrijf duurt drie jaar. In 2016, als al het zand voor de eerste fase van het havenproject uit Diani is weggehaald, concludeert de rechter: het baggerbedrijf had inderdaad geen zand mogen winnen in het natuurreservaat. De vissers worden gecompenseerd met zo’n zestienduizend dollar. ‘Die moesten ze onderling verdelen’, zegt Hamisi Mwachikuzi, belangenbehartiger van de Digo-gemeenschap, de oorspronkelijke bewoners van Diani.

In 2019 gaat de tweede fase van het havenproject van start. De Nederlandse baggeraar Boskalis is als onderaannemer ingehuurd door de Japanse Toyo Engineering Corporation, die is gecontracteerd door de Keniaanse havenautoriteit. Om een uitspraak als die van de vorige rechtszaak te omzeilen wordt het zand deze keer weggehaald voor de kuststroken Waa en Tiwi, langs de buitengrenzen van Diani. Beide zijn net geen natuurreservaat. Op basis van onafhankelijke milieurapporten, Environmental Impact Assessments (eia’s), heeft het staatsagentschap de National Environment Management Authority (Nema) een vergunning afgegeven voor het zandwinnen. De rapporten stellen dat er minimale milieuschade zal zijn.

Onesmus Macharia, een bij Nema geregistreerde milieuonderzoeker en expert op het gebied van milieurapporten, ziet meteen de mankementen van de eia’s. ‘Aanvankelijk was er alleen een rapport in 2007, waarin een onderzoek staat naar baggeren en afval dumpen. Niet naar zandwinnen. Het onderzoek was bovendien gedaan in Mombasa en omgeving omdat het zandwinnen daar plaats zou vinden, en niet in de omgeving van Diani. Toen bewoners van Diani de eia betwistten, werden in 2012 en 2013 snel bijlagen ingebracht om de zandwinning rondom Diani te dekken. Zonder dat er gedetailleerde eia’s waren opgesteld.’

China is koploper in het zandverbruik. De afgelopen tien jaar gebruikte het meer zand dan de Verenigde Staten in honderd jaar

Dat is niet het enige wat er aan de rapporten schort. ‘Er is amper met bewoners, touroperators en vissers gesproken en er is geen recentelijk onderzoek gedaan naar de conditie van het zeeleven, de kustlijn en de impact op visserij’, zegt Macharia. Hij kan het niet bewijzen, maar vermoedt sterk dat er een Nema-ambtenaar is omgekocht. Het staatsagentschap Nema staat bekend als extreem corrupt, de afgelopen jaren raakte het verwikkeld in meerdere schandalen.

Het roept de vraag op waarom Boskalis, dat een jaaromzet van ruim een miljard euro heeft, de opdracht op basis van deze discutabele rapporten heeft aangenomen. Martijn Schuttevaer, woordvoerder van het bedrijf, zegt: ‘We hebben in onze rol als onderaannemer onze werkzaamheden uitgevoerd conform de geldende vergunningen. Op het moment dat er onrust ontstond over onze werkzaamheden, hebben wij direct druk uitgeoefend op onze klant Toyo en indirect op de Keniaanse havenautoriteit en daarbij aangedrongen op aanvullende maatregelen, zowel operationeel als richting de lokale gemeenschap.’

Welke maatregelen dan? En wat houdt ‘indirect’ invloed uitoefenen precies in? Schuttevaer verwijst weer naar de rapporten en beantwoordt verdere vragen niet.

2019. Op zaterdag 27 april hebben bewoners van Diani zich verzameld bij de Kongo-moskee op het zuidelijkste puntje van het strand van Diani, grenzend aan Tiwi. Een gemengd gezelschap, van vissers tot resorteigenaren, beschildert spandoeken en staat met megafoons in de handen. De Portugese Joana Hancock, een zeeschildpaddenbioloog, is ook aanwezig. Die dag stapt ze voor het eerst in haar leven op een jetski. Ze is aangewezen om het Greenpeace-achtige protest tegen Boskalis te fotograferen. Een duikboot vol demonstranten gaat de zee op om de doorgang van de Willem van Oranje te blokkeren.

Vanaf het strand en de boot roepen vissers, hoteleigenaren en andere inwoners van Diani leuzen als ‘Ons zand, ons erfgoed’, ‘Bescherm het strand, bescherm onze banen, geen zandwinning!’ en ‘Zonder strand geen leven’. De activiteiten lokken lokale media. Geëmotioneerd vertellen vissers en vishandelaren voor de camera over hoe hun vangst drastisch is verminderd en welke impact dat heeft op hun families. Resorteigenaren beamen dit en stellen dat het veel lastiger is geworden goede verse vis te kopen voor hun restaurants.

Ook buiten het zicht van de camera, tijdens een bijeenkomst in november van de grootste vissersvereniging rond Diani, ook wel een Beach Management Unit (bmu) genoemd, vertellen de vissers over hun gedaalde visvangst sinds de start van de werkzaamheden van Boskalis. ‘Het zand is een voedingsbodem voor vissen en ze leggen er hun eitjes in. Dit ecosysteem is in één klap weggevaagd en het leefgebied van de vissen is totaal verstoord. Bepaalde soorten die er voorheen in overvloed waren, zijn sinds april verdwenen. We kunnen niet verder de zee op varen om te vissen, want onze boten zijn daarvoor te slecht’, stelt Rashi Bagu, voorzitter van deze bmu.

De Brit Paul Savage, woonachtig in Diani en in goed contact met de vissers, is sceptisch over hun uitspraken. Terwijl hij zijn voorhoofd met een handdoekje dept en een slok van zijn ijskoffie neemt, zegt hij: ‘Ze zullen het jullie niet vertellen, maar de vissers vingen voor de zandwinning ook al nauwelijks vis. Het zou door de winning verergerd kunnen zijn, maar jarenlange overbevissing had al veel geruïneerd.’ Niettemin snapt Savage wel dat de vissers compensatie eisen. ‘Historisch onrecht is de meest gehoorde term hier’, legt hij uit. ‘De Digo-gemeenschap, de lokale vissersgemeenschap, profiteert maar mondjesmaat van het sinds de jaren zeventig florerende toerisme. Hun land is ze in de koloniale tijd afgenomen en de toegang tot het strand is door de vele resorts met hoge hekken zeer beperkt.’

Maar een recent wetenschappelijk sociaal-economisch onderzoek, uitgevoerd door de plaatselijke hoteliersvereniging kahc, bevestigt het verhaal van de dalende visopbrengst. Michael Okumu, milieuadviseur bij de Keniaanse havenautoriteit, merkt desgevraagd tekortkomingen van het onderzoek op: ‘De verschillende weerswisselingen zijn niet meegenomen in dit onderzoek, waardoor er soms überhaupt slecht vis te vangen is.’ Het is echter opvallend dat de Keniaanse havenautoriteit wel akkoord gaat met een voorstel tot compensatie voor de vissers. Mwachikuzi, de belangenbehartiger van de vissers, onderhandelt onder andere een financiële vergoeding en modern uitgeruste boten uit op een bijeenkomst in april waar meerdere partijen aanwezig zijn. Aanwezigen bevestigen de toezegging van de Keniaanse havenautoriteiten. ‘Als je financieel compenseert, geef je wettelijk toe dat je als autoriteit fout zit’, zegt Savage.

Aanbouw containerterminal in de haven van Mombasa, Kenia. Mei 2019 © Darryl van Dyk

Niet al het zand dat de Willem van Oranje opzuigt in Kenia is bruikbaar voor de uitbreiding van de haven. Tijdens het zandwinnen vloeit te fijn gewonnen zand terug de oceaan in, vlak voor de kust, waar het gedeeltelijk boven op het koraal belandt. Het zand blokkeert het licht, waardoor het koraal kan stikken. Dat heeft grote gevolgen: zonder het koraalrif zouden de golven veel harder neerslaan op de kust en de stranden van Diani verzwelgen. En het rif is al niet meer zo gezond als vroeger, door de warme waterstromen van El Niño en de overbevissing. Gaat de natuurlijke dijk het begeven onder het fijne zand? Joana Hancock en andere bewoners houden de route van de Willem van Oranje via de app Marine Traffic nauwkeurig bij. Waar beweegt het schip zich precies naartoe? Op een dag besluit ze naar de plek te duiken waar het schip van Boskalis zand wint en videobeelden van het koraal te maken. De beelden bevestigen waar zij al bang voor was: de koralen liggen onder een abnormaal dik pak zand. ‘Als dit zo doorgaat, zal het koraal sterven’, stelt Kenia’s voornaamste koraalwetenschapper David Obura, tevens directeur van CORDIO, het oceaanonderzoeksinstituut van Oost-Afrika.

Hancocks videobeelden worden gepresenteerd op een bijeenkomst waar Boskalis, Toyo, de Keniaanse havenautoriteit, onderzoekers en andere betrokken partijen aanwezig zijn. Zij vertelt hoe Francesc Montserrat, marinebioloog van Boskalis, zijn zorgen uit over de effecten van de zandwinning tot dan toe en de impact op het koraal. ‘Tot overmaat van ramp wordt het zandwinnen ook nog uitgevoerd tijdens het rustige jaargetijde, een zeer ongunstig moment’, aldus Hancock.

Volgens koraalwetenschapper Obura kan in het ruige seizoen de hardere stroming in de zee het zand nog gedeeltelijk wegnemen van het koraal. ‘Ze hadden beter kunnen wachten, dat had de stress van het koraal en het risico op schade beperkt.’ Na de protesten ligt het schip acht dagen stil. Het kost de Keniaanse havenautoriteit volgens Obura meer dan een miljoen dollar. Boskalis stelt de havenautoriteiten en Toyo voor om in een grote lus te gaan varen in plaats van parallel aan de kust, zodat het fijne zand niet meer op de kwetsbare koralen landt, maar een stuk verder weg.

Obura, die zich eerst nog openlijk uitspreekt tegen de zandwinning, besluit samen te werken met de Keniaanse havenautoriteit. Hij ontwerpt en implementeert een milieumonitoring en -beheerplan. Zo laat hij onder andere wekelijks de gezondheid van het koraal meten. Het model kan volgens Obura ook bij toekomstige activiteiten worden toegepast. Bovendien blijkt uit de nieuwe metingen dat er op de lange termijn geen schade is aangetroffen aan het koraal, doordat Boskalis in een lus is gaan varen. Deze conclusie levert een rel op in Diani. Volgens meerdere bewoners heeft Obura zich laten omkopen; bewijs ontbreekt echter.

In een rommelig kantoortje in het Diani Sea Resort zit de Duitse Harald Kampa tussen stapels rondslingerende papieren. Kampa is directeur en eigenaar van twee luxe all-inclusive resorts aan het strand en bestuurslid van de hoteliersvereniging kahc. Oorspronkelijk is hij opgeleid tot bouwkundig ingenieur, hij heeft enig verstand van de baggerindustrie. ‘Sinds ik hier veertig jaar geleden neerstreek zijn de stranden al flink gekrompen door klimaatverandering en de stijgende zeespiegel’, vertelt hij. De stranden zijn zelfs zo geslonken dat de golven bij vloed neerslaan op zijn resorts. Nu Boskalis ruim twee miljoen kubieke meter zand weghaalt, blijft een gat achter dat moet worden opgevuld. ‘Het zand van de stranden zal wegzakken in dit diepe gat waardoor de stranden nog sneller zullen krimpen’, vreest hij.

Om zijn theorie van de versnelde krimping te toetsen heeft Kampa vanuit de hoteliersvereniging geld ingezameld voor een wetenschappelijke onderzoeksanalyse van satellietbeelden van de kustlijn van 1999 tot 2019. De uitkomst is schokkend: tussen 2016 en 2019, de periode ná het zandwinnen door het Chinese schip en ten tijde van de zandwinning door Boskalis, is het strand van en rond Diani vijf keer sneller gekrompen dan voorheen. Hiermee lijkt Kampa te kunnen bewijzen dat het zandwinnen de milieuschade drastisch verergert en zo een bedreiging vormt voor de Keniaanse toerismesector.

Koraalwetenschapper Obura vindt het onderzoek echter niet accuraat en meent dat er geen overtuigend causaal verband is met het zandwinnen omdat andere factoren, die kunnen zorgen voor kusterosie, niet genoeg worden belicht.

Sam Ikwaye, een Keniaanse wetenschapper en medewerker van de hoteliersvereniging, heeft zich beziggehouden met het sociaal-economische onderzoek. ‘De toerismesector is na de landbouw de belangrijkste inkomstenbron van Kenia’, zegt hij. ‘Dat de stranden onder druk staan en op den duur kunnen verdwijnen zal desastreuze gevolgen hebben voor deze sector. Alleen al in Diani werken zo’n vierduizend mensen in de hotels.’

‘Zo’n rijk land en zo’n professioneel bedrijf dat op schandalige wijze profiteert van de slechte wet- en regelgeving in ons land. Ze weten wel beter’

Michael Okumu, de milieuadviseur van de havenautoriteit, maakt zich geen zorgen over de langetermijneffecten op het milieu door de zandwinning voor het havenproject, maar erkent dat er goed onderzoek moet blijven worden gedaan. ‘Het belangrijkste is dat we kwetsbare leefgebieden beschermen, niet alleen voor zandwinning, maar ook voor overbevissing en het dumpen van afval door hotels.’

Het is kortetermijndenken, stelt Ikwaye. ‘Dicht bij de kust zand winnen is volgens de overheid het goedkoopst. Hoe verder een schip als de Willem van Oranje de zee op gaat, hoe meer tijd het kost en hoe hoger de transportkosten zullen zijn. Bovendien kan het schip van Boskalis tot ongeveer 62 meter diep zand winnen; verder op zee is het te diep.’ Hij verwacht dat de huidige manier van zand winnen de overheid op de lange duur juist veel meer geld zal kosten, omdat de schade hersteld zal moeten worden.

Bijeenkomst van de vissers van Diani. November 2019 © Elise Roodenburg

De vraag is in hoeverre Boskalis verantwoordelijk is voor de milieuschade in Diani. Hadden zij moeten weten van de discutabele Environmental Impact Assessment-rapporten? Volgens de Corporate Social Responsibility (csr)-tak van Boskalis streeft het bedrijf ernaar waarde toe te voegen op de plekken waar het werkzaam is: ‘csr bij Boskalis gaat verder dan het managen van onze activiteiten en projecten op een verantwoordelijke manier. Wij proberen ons vermogen om te beïnvloeden en te innoveren te benutten om zo veel mogelijk sociale, ecologische en economische waarde toe te voegen.’

Ikwaye vindt die csr-woorden gebakken lucht. Hij stelt dat Boskalis een grote verantwoordelijkheid draagt, ook als onderaannemer, en die niet heeft genomen. ‘Ze zijn met hun werkzaamheden begonnen op een goedkope en verwoestende manier. Zo’n rijk land en zo’n professioneel bedrijf dat op schandalige wijze profiteert van de slechte wet- en regelgeving in ons land. Ze weten wel beter.’

En het is niet de eerste keer dat Boskalis onder vuur ligt. In 2017 is er hevig protest in het Indonesische Makassar, waar Boskalis een opdracht voor tachtig miljoen euro heeft binnengesleept om land aan te winnen. Ook hier gaan vissers de zee op om de doorgang van een schip van Boskalis te blokkeren en wederom voldoet het eia-milieurapport niet. De milieugroep Ecocare beschuldigt Boskalis in 2013 van het begaan van ernstige ‘milieudelicten’ op de Malediven. De werkzaamheden van Boskalis worden zelfs stilgelegd omdat ze niet voldoen aan de regulering van het eia-rapport. Saillant detail is dat Boskalis onlangs een pitch van 45 miljoen euro heeft gewonnen om de Malediven te beschermen tegen de stijgende zeespiegel. Ze zullen zes miljoen kubieke meter zand opspuiten om land aan te winnen.

Toch heeft Boskalis samen met de havenautoriteit en andere betrokken partijen in Diani wel degelijk actie ondernomen nadat het door de bewoners gekapitteld werd. Hierdoor heeft het koraalrif het overleefd. Maar had Boskalis niet al in eerste instantie de koralen moeten ontzien? Wat als de bewoners van Diani geen stennis hadden geschopt? Waren zij, zoals Ikwaye stelt, op de goedkope en verwoestende manier verder gegaan? En hoe goed heeft Boskalis zich verdiept in de milieurapporten, zeker gezien de eerdere commotie in 2013? Het is vanuit financieel oogpunt aannemelijk om te denken dat Boskalis misschien welwillend een oogje heeft dichtgeknepen. Anderzijds, stelt Luciana Parazzi Basile: ‘Wat als een Chinees schip was ingehuurd? Dan was de schade misschien nog wel veel erger geweest. Het Nederlandse bedrijf lijkt zich nog enigszins zorgen te maken om zijn imago en ging met ons de dialoog aan.’

Hoewel milieurapporten zoals de eia’s kunnen berusten op fraude, opereert een bedrijf als Boskalis binnen de wet. Dit in tegenstelling tot organisaties die zowel op grote als kleine schaal wereldwijd illegaal zand winnen. Deze parallelle industrie uit zich in verschillende netwerken van gevaarlijke ‘zandmaffia’. Vince Beiser stelt in The World in a Grain dat er al honderden moorden zijn gepleegd op activisten en critici die zich verzetten tegen de maffia.

India is een berucht land als het om illegale zandwinning gaat. De zandkartels behoren er zelfs tot de meest gewelddadige en ondoordringbare criminele organisaties van het land. Ook in het binnenland van Kenia, in de provincie Makueni, zijn kartels actief die de groeiende bouwsector in Nairobi van zand voorzien. Een politieman en twee vrachtwagenchauffeurs die tegenwerkten werden er bruut vermoord. Inmiddels heeft Makueni een ‘zandautoriteit’ in het leven geroepen, dat de kartels moet controleren. In Marokko, de Filipijnen, de Malediven en Jamaica worden stranden leeggeroofd. In Jamaica gebeurt in 2008 het onvoorstelbare: een compleet strand wordt gestolen. De daders zijn nooit gepakt. Het is een greep uit de vele voorbeelden van illegale zandroof wereldwijd. Nu de vraag naar deze schaarse grondstof verder wordt opgedreven, wat criminele activiteiten aantrekt, valt in de media regelmatig de term ‘zandoorlog’.

Wereldwijd wordt er jaarlijks zo’n vijftig miljard kubieke meter aan zand verwerkt. Dat is het dubbele van de hoeveelheid zand die rivieren jaarlijks produceren. Volgens wetenschappers verdwijnen er momenteel stranden van Amerika tot Japan en West-Europa.

Wat zijn de alternatieven? Het is mogelijk om bruikbaar zand te maken van gesteente, maar dat is veel kostbaarder, schrijft Beiser. Ook worden er experimenten en onderzoeken uitgevoerd met woestijnzand, om dit specifieke type zand toch te kunnen gebruiken als constructiemateriaal. In Nederland wordt volgens geoloog Michiel van der Meulen vanaf 1990 gestreefd naar het verhogen van het gebruik van bouw- en sloopafval als gerecyclede alternatieven voor zand.

Beiser schrijft dat één keer zand winnen niet zo erg is, maar dat het cumulatieve effect van op grote schaal winnen funest kan zijn. Niemand weet precies wat de milieuschade op de lange termijn zal zijn. Koraalwetenschapper Obura sluit zich hierbij aan. ‘We kijken steeds naar de effecten over tien jaar. Maar we moeten ook de schade over vijftig jaar meten.’ Wetenschappers benadrukken dat het hoog tijd is om regels op te stellen voor de wereldwijde zandhandel en deze op te nemen in het internationale rechtssysteem.

Uiteindelijk is volgens Beiser de belangrijkste oplossing: consuminderen. De zandcrisis is geen op zichzelf staand probleem. We verbruiken met z’n allen te veel schoon water en fossiele brandstoffen, kappen te veel bomen en overbevissen de oceanen. Schoon water zal waarschijnlijk eerder opraken dan zand, maar, zo stelt Beiser, het is allemaal onderdeel van hetzelfde probleem: we leven niet duurzaam genoeg.

Terug naar Diani. Tegen de Keniaanse havenautoriteit loopt momenteel een rechtszaak, aangespannen door de bewonersvereniging van Diani. Gertrude Mwendah, voorzitter van de vereniging, vertelt tijdens een ledenvergadering in november gefrustreerd dat ze het gevoel heeft dat de rechtszaak wordt gesaboteerd. ‘De rechter is plotseling overgeplaatst naar Nairobi, waardoor een nieuwe rechter zich moet inlezen en de zaak vertraging oploopt.’

Het wordt in de vergadering duidelijk dat het niet de eerste keer is dat er opzettelijk vertraging wordt veroorzaakt.

Inmiddels heeft Boskalis de werkzaamheden afgerond en is de uitspraak uitgesteld tot eind januari. Ook al wint de bewonersvereniging de rechtszaak, het zand is al gewonnen. Maar hoe groot de schade precies is zal de rechter bepalen en moet nog worden bevestigd. Mwachikuzi, de belangenbehartiger van de vissers, die compensatie kreeg toegezegd door de Keniaanse havenautoriteiten, wacht al maanden op een officiële ondertekening van het document. Hij vreest dat er nooit geld zal komen.

‘Het is in elk geval belangrijk dat er meer transparantie komt’, vindt wetenschapper Obura, ‘en Boskalis is tot op heden niet in staat complete transparantie te geven.’ De bewoners van Diani hebben het geluk dat zij over de macht en middelen beschikken om rechtszaken te beginnen en wetenschappelijke onderzoeken op eigen kosten uit te laten voeren. Voor veel kwetsbare gemeenschappen op andere plekken is dat niet het geval en komen baggeraars en overheidsinstanties ongestraft weg met schadelijke acties.

Zoals in Mozambique, waar zandwinning door het Chinese bedrijf Haiyu stranden vernietigt. Volgens Amnesty International, die er twee jaar onderzoek naar deed, resulteerde het in overstromingen die 48 huizen verslonden. De documentaire The Lost World van de bekroonde filmmaker Kalyanee Mam toont de schade rond het eiland Koh Sralau in Cambodja. De mangrovebossen rond het eiland zijn een belangrijk natuurgebied voor de lokale vissersgemeenschap. Door zandwinning, bestemd voor Singapore, verdwijnen de mangroven met als gevolg dat de gemeenschap geforceerd wordt te migreren.

En wat als het rampscenario van duikinstructeur Ali uitkomt en zijn duikschool over vijf jaar moet sluiten? ‘Dan pak ik mijn spullen en vertrek ik naar de stranden van Djibouti’, zegt hij. Hij loopt naar de bar voor zijn tweede Tusker.


Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door: Postcode Loterij Fonds (Free Press Unlimited) en Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl)