Sport

Bahama’s winnen Spelen

Sport is altijd oneerlijk. De natuur geeft de een meer lengte, de ander meer balgevoel. «Een combinatie van talent en training», geeft wiel renner Lance Armstrong als verklaring van zijn succes. Een vluchtige blik op de medaille spiegel van de Olympische Spelen laat niettemin zien dat ook politieke en economische factoren belangrijk zijn. Ook het aantal inwoners speelt een rol bij het succes van een sportnatie. Met een vijfde van de wereldbevolking is het niet verwonderlijk dat China in de top drie van het algemeen klassement staat.

Maar de bij de Olympische Spelen in Athene behaalde medailles, gecorrigeerd naar het aantal inwoners van een land – en dus zonder deze demografische «oneerlijkheid» – levert de Bahama’s als winnaar op: 6,6 medailles per miljoen inwoners. In deze wordt Australië tweede (qua aantal medailles nu vierde), Cuba derde, Estland vierde en Slovenië vijfde. Behaalt Australië met twintig miljoen inwoners 49 medailles, in China zijn er evenveel mensen nodig om er één te halen. In de top twaalf van deze lijst staan zeven landen die decennialang een communistisch bewind kenden. Voor Nederland maakt de «inwonerscorrectie» niet veel uit. Het eindigt als dertiende. Amerika belandt op een 38ste plaats, nog onder Canada dat in Athene 0,375 medaille per miljoen inwoners won. Grote verliezer is India, waar een miljard mensen nodig waren voor één medaille.

De lijst kan ook «gecorrigeerd» naar inkomen per hoofd van de bevolking. In welvaart kan een sporter immers eerder tot top prestaties komen dan in armoede. Met de gegevens van Wereldbank en CIA is de relatieve kracht van de verschillende landen te berekenen. Als je het aantal medailles deelt door het inkomen per hoofd van de bevolking in duizenden dollars, kom je tot de volgende top vijf: Ethiopië, China, Rusland, Oekraïne en Kenia. De slechtst presterende sportnaties zijn in deze ranglijst: Israël, Finland, Verenigde Arabische Emiraten, Ierland en Hongkong. Amerika komt op de 24ste plaats. Nederland is 45ste. Opvallend is dat elf van de eerste vijftien landen communistisch zijn of waren, Ethiopië niet meegerekend.

Voor de Olympische Spelen verrichtte het wereldwijde consultancykantoor PriceWaterhouseCoopers een onderzoek naar de variabelen die een rol spelen in het behalen van medailles. Ook dit bedrijf, dat winsten haalt op de vrije markt, concludeerde dat op de laatste drie olympiades is gebleken dat de planeconomie kennelijk wel werkt. De managementconsultants deden ook voorspellingen voor Athene. De schatting van de Nederlandse prestatie klopte nagenoeg, maar voor de rest vergisten de adviseurs zich gruwelijk. De Verenigde Staten zouden zeventien medailles verliezen ten opzichte van Sydney en Rusland zelfs 24. Beide landen behaalden juist meer medailles dan vier jaar geleden.

Maar de belangrijkste conclusie van de rapporteurs is juist gebleken: «We ontdekten dat, gemiddeld genomen, het aantal gewonnen medailles per land toeneemt met de groei van de bevolking en het BNP, maar minder dan proportioneel.»

Dat minder dan proportioneel is belangrijk. Anders zou niemand kunnen verklaren waarom de voormalige sovjetrepublieken met rond de 150 medailles tezamen nog altijd fluitend de concurrentie achter zich laten, bijna een derde meer dan de huidige winnaar Amerika.