Media

Bajeslezen

Het zal weinigen ontgaan zijn, het prachtige bericht dat afgelopen week zo’n beetje alle kranten haalde: dat de Braziliaanse overheid via een officiële afkondiging in het Staatsblad gevangenen met ingang van direct de mogelijkheid geeft voor elk boek dat ze lezen hun straf met vier dagen te verminderen.

Dit met een maximum van twaalf boeken oftewel 48 dagen per jaar. De gevangenen krijgen vier weken om een boek te lezen en er vervolgens een essay over te schrijven dat, aldus de maatregel, correct in paragrafen ingedeeld moet zijn, geen doorhalingen mag bevatten, kantlijnen dient te respecteren, goed leesbaar is, niet al te veel uitweidingen bevat en, vanzelfsprekend, niet gejat is. Een door de gevangenis aangestelde raad zal beslissen welke gevangenen voor deze bijzondere vorm van strafkorting in aanmerking komen. Aldus kan iemand verlicht en met een ruimere blik de gevangenis verlaten, becommentarieerde een van de betrokkenen, de advocaat Andre Kehdi uit São Paulo. Hij zorgt er al jaren voor dat Braziliaanse gevangenissen een behoorlijke bibliotheek bezitten. ‘Zonder twijfel worden ze hierdoor een beter mens’, voegde hij eraan toe.

Het ligt voor de hand dat het bericht hilarische commentaren ontlokte, ‘ze zullen vast allemaal The Great Escape willen lezen’, maar er waren ook serieuze reacties. Een daarvan stond in The Guardian, van de hand van Erwin James, een man die vanwege moord twintig jaar vast zat en naar eigen zeggen veel baat had bij de boeken die hij in die tijd las. ‘Ik kreeg daarvoor geen strafvermindering’, schrijft hij, ‘maar werd mede daardoor wel de persoon die ik had moeten zijn.’ Die persoon, de James van nu, schrijft regelmatig in de krant, verontschuldigde zich openlijk voor zijn daden, geeft lezingen voor de Engelse Open University en publiceerde tal van autobiografische teksten. In het artikel in The Guardian vertelt hij welke titels destijds de meeste indruk op hem maakten. Dat waren een boek over de Dreyfuss-affaire, Dostojevski’s Schuld en boete, Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj van Solzjentsyn, The Grass Arena van John Healy (dakloze dronkaard wordt groot schaker) en een boek over een Ierse Republikein die een moord pleegde, vrijkwam maar voor zijn gevoel toch gevangen bleef. ‘Iets wat velen na hun invrijheidstelling overkomt’, becommentarieert James, die zijn lezers vervolgens om suggesties voor meer titels vraagt. Hij kreeg er al tientallen.

Hoe mooi op het eerste gezicht ook, aan het project zitten heel wat haken en ogen. Een daarvan, niet onbelangrijk, is dat van de ongeveer een half miljoen Braziliaanse gevangenen zo’n zeventig procent nooit een lagere school heeft afgemaakt en dertig procent zelfs geheel of grotendeels analfabeet is. Ze kunnen dus niet eens boeken lezen, ze moeten eerst leren lezen. Dit impliceert welhaast vanzelf dat je ook Jip en Janneke-_achtige lectuur tot het project zult moeten toelaten, anders wordt het wel erg oneerlijk. Maar doe je dat, dan gaat wellicht iedereen kinderlijke teksten lezen, wat is dan nog het nut van het project? Deze laatste vraag treft vanzelfsprekend de kern van de zaak. Want worden mensen daadwerkelijk ‘beter’ van lezen? Het is een veronderstelling die in de westerse cultuur op z’n minst sinds de Verlichting (Kants _Erziehung zur Mündigkeit) bon ton is maar er is, voorzover ik weet, nog nooit iemand geweest die de juistheid ervan heeft aangetoond. Kunnen mensen bijvoorbeeld niet ook slechter worden van lezen? Wat te denken van de invloed van Mein Kampf of, afhankelijk van de religieuze inslag van degene die het betoogt, de bijbel, de koran of de torah? Liberalen zullen het Communistisch Manifest levensgevaarlijk vinden terwijl overtuigde linkspolitieken fundamentele bezwaren zullen hebben tegen het werk van, zeg, Ayn Rand. En er is nog iets. Waarom zouden alleen teksten invloed kunnen hebben? Dat is zeker in een multimediale wereld als de onze toch wel een erg beperkt gezichtspunt. Kan de invloed van films, plaatjes of geluidsopnamen niet net zo groot zijn als die van letters? Maar laat je plaatjes toe, dan zullen gevangenen wellicht vooral Playboys willen inzien en dan is het project terug bij af. Tegelijkertijd is het onmogelijk hard te maken dat mooie afbeeldingen van mooie vrouwen en mannen, naakt of gekleed, of van landschappen, maatschappelijke situaties en verre landen niet ook heilzaam kunnen zijn. Hier staat weer tegenover dat er, als je op deze wijze verder redeneert, van het project niets overblijft en het cynisme triomfeert. Dat lijkt me onjuist en ongewenst. Hoop is ook in deze een morele plicht, die hoop moet ergens vandaan komen en boeken zijn dan zeker niet de slechtste bron. Kortom, een mooi en tot nadenken stemmend project. Dit laatste te meer omdat het een aardig uitgangspunt is voor een denkspel: welk boek of ander mediaproduct (film, hoorspel, website) zou mensen het best uit de put kunnen halen? Net als James in zijn artikel doet, zou ik zeggen: suggesties zijn welkom. Op naar de gevangeniscanon!