De SP-geschiedenis

Bakermat Oss

Journalist Kees Slager werkt aan een lokale geschiedenis van de Socialistische Partij in Oss. Op een woonerf ter plaatse tekent hij de herinneringen op van twee partijleden. ‘Eigenlijk deden we bepaalde dingen van Mao al voordat we erover lazen.’

‘AAP, NOOT, MIES, Wim, zus, Jet, Teun, vuur, Gijs, lam, Kees, bok, weide, does, hok, duif, scha-pen.’ Kees Slager (61), journalist en geestelijk vader van het VPRO-radioprogramma OVT, test zijn opnamerecorder. Sinds 1 januari 2000 is hij met pensioen, maar de komende tijd werkt hij op verzoek van de Socialistische Partij (SP) aan een lokale geschiedenis van de partij in Oss. Vanavond heeft hij met twee SP-leden de eerste oral history-sessie over hoe het zo’n dertig jaar geleden allemaal begon.


In SP-kringen spreekt men graag van het ‘wonder van Oss’. In 1974 haalde de partij vanuit het niets drie zetels in de gemeenteraad en sindsdien is zij er altijd vertegenwoordigd geweest. Het was in Oss, woonplaats van de landelijke SP-leider Jan Marijnissen, dat de partij enkele jaren geleden voor het eerst ging meebesturen. En anno 2000 is de SP veruit de grootste lokale partij en met niet minder dan drie wethouders praktisch de baas in het college van b. en w.



JAN VAN DER DOELEN (51), SP’er van het eerste uur, kent het aloude leesplankje niet. ‘Wij zijn van een latere generatie dan u’, verontschuldigt hij zich tegenover Slager. We zitten bij Van der Doelen thuis op een woonerf te Oss. De SP-tomaat pronkt onder de deurbel. Op de wc hangt het competitieschema van de plaatselijke voetbalglorie TOP, aan de muur opvallend gelijkende kindertekeningen van een man met een baard.


Naast Van der Doelen zit Toon Voets (49), evenals hij vanaf het prille begin namens de SP actief in de Osse gemeentepolitiek. Zij zijn opgegroeid in een klein dorp in de omgeving van Oss, waar de pastoor de contributie voor de KVP ophaalde. Maar al vroeg voelden beiden het vuur van de opstandigheid in zich branden. Voets: ‘Toen we een jaar of twintig waren hebben we tijdens de Vredesweek met een paardenkar door het dorp gezeuld om derdewereldspullen te verkopen: houtsnijwerk, beeldjes, armbandjes, dat soort non food-zaken. Er zat geen paard voor die kar, we trokken hem zelf.’ Niet veel later schreven ze zich in voor een avondcursus in het plaatselijke jongerencentrum in Oss, waar ze door linkse zendelingen uit de universiteitssteden werden onderwezen in de grondbeginselen van Marx en Engels. Onder de deelnemers bevond zich ook een piepjonge Jan Marijnissen.


Begin 1970 stichtten Van der Doelen en Voets met een handjevol andere actievoerders de Osse afdeling van de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (marxisties-leninisties). De KEN(ml), zoals de afkorting luidde, was het maoïstische gezelschap waaruit later de SP zou voortkomen. Slager wil weten waaruit de werkzaamheden voor de partij bestonden. Voets: ‘We gingen vanaf het eerste begin de wijk in. Al onze vrije tijd ging eraan op. Zaterdags De Tribune colporteren in de stad, op zondag vaak als afgevaardigde naar het Centraal Comité van de partij in Rotterdam. Op doordeweekse avonden langs de deuren. ’s Avonds hielden we nabespreking op het flatje van een van ons. Met koffie — geen biertje, want we moesten de wereld veranderen. Het was hartstikke serieus werk.’


Wilde je lid worden van de KEN(ml), dan moest je werken. Volgens Mao’s richtlijn behoorde de revolutionair zich immers tussen de arbeiders te begeven. In ‘rode’ steden als Nijmegen, Tilburg en Utrecht stopten jonge idealisten met hun studie om als metaaldraaier te gaan werken. Maar Van der Doelen en Voets waren al arbeider. Volgens hen ging het er in Oss vanaf het begin heel anders aan toe. Slager: ‘Maar hoe ging het er dan aan toe?’ Voets: ‘Bij ons heerste meer een sfeer van: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. We deden aan dingen als zelfkritiek en we waren zeker hard voor elkaar. Er haakten ook mensen af die niet dag in dag uit op hun resultaten afgerekend wilden worden. De combinatie van jeugdigheid en gedrevenheid maakte dat het er vaak fel aan toe ging. Maar bij ons bestonden geen sekte-achtige taferelen.’


In de begintijd werden de socialistische actievoerders in Oss met de nek aangekeken. Maar het langs de huizen gaan had op den duur succes. De bekendheid van de KEN(ml) nam gestaag toe, al was het maar omdat hun acties voortdurend negatief afgeschilderd werden in het Brabants Dagblad. Het bleek dat er wel degelijk wat op gemeentelijk niveau te veranderen viel, zoals aan het onderhoud van de huizen door de woningbouwverenigingen. Later verlegden Van der Doelen en Voets hun werkplek van de wijk naar de fabriek. Voets ging speciaal in de plaatselijke vestiging van Unilever werken om medearbeiders tot de revolutie te bekeren.


Slager is benieuwd naar de mate van actiebereidheid onder de werknemers. Voets: ‘We hebben toen met veel succes een aantal wilde stakingen georganiseerd. Iedereen was in beweging. We dachten echt dat de revolutie dichterbijkwam.’



DE BEL GAAT en Jules Iding treedt binnen. Iding haalde in 1996 de landelijke pers toen hij als eerste SP’er in Nederland wethouder werd. Hij heeft voor Slager een flinke stapel pamfletten uit de begintijd van de KEN(ml) meegebracht. Het pronkstuk van de verzameling is een serie brochures geschreven door Koos van Zomeren, toentertijd partijbons in Nijmegen, met klinkende titels als Onze partij, Onze wereldbeschouwing en Een maatschappij voor mensen. Mao en zijn Het rode boekje zijn alom vertegenwoordigd in de geschriften. Hoe zat het in Oss met de Grote Roerganger?


Van der Doelen: ‘We hebben wel bepaalde dingen van Mao overgenomen, zoals de “massalijn” en je tussen het volk begeven, maar eigenlijk deden we al die dingen al voordat we erover lazen.’ Van der Doelen kan zich niet één citaat uit Het rode boekje herinneren: ‘We sloegen elkaar hier niet met bijbelteksten om de oren.’


Maar was het socialistische actiewezen niet toch een soort geloof? Voets: ‘Wat er in de bijbel geschreven staat over Jezus, was oorspronkelijk gewoon een deel van de geschiedenis. Pas later is daar geloof van gemaakt. Zo was het ook met ons: we hadden het gevoel dat we geschiedenis konden schrijven.’ Van der Doelen: ‘Jezus was de eerste communist, met die leuze heb ik mijn moeder de partij ingekregen.’ Iding groet het gezelschap en gaat weer weg. De gemeentepolitiek vereist zijn aanwezigheid elders.



TERWIJL IN OSS het primaat van de praktijk regeerde, leidde onenigheid over de exegese van Mao’s gedachtegoed begin jaren zeventig tot een breuk in het landelijke Centraal Comité van de KEN(ml). De theoretische diehards gingen verder onder de oorspronkelijke naam en het restant noemde zich voortaan Socialistiese Partij. De beweging werd een partij. Ook in Oss kwam een einde aan het buitenparlementaire karakter, met veel succes: bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1974 behaalde de SP drie zetels. Voets en later ook Van der Doelen namen zitting in de raad. En ze bleven er, ook na de daaropvolgende verkiezingen, tot op de dag van vandaag.


De SP is sinds 1974 een belangrijke factor in de Osse gemeentepolitiek. Het was dankzij de ruim twintig jaar ervaring in de raad dat de partij in 1996 zonder al te veel problemen op het bestuurspluche plaatsnam. Heeft de macht, tegenwoordig in Oss groter dan ooit, de partij nooit wezenlijk veranderd, wil Slager weten. ‘Het werk in de wijk zijn we altijd blijven doen, hoewel het noodgedwongen minder is geworden. Maar het klimaat is ook veranderd.’


En de revolutie? Die is in de loop der jaren uit het zicht geraakt. Van der Doelen: ‘De omwentelingen in 1989 in Oost-Europa zijn voor ons een heel grote schok geweest. Dat het systeem toch mislukt is. Maar ik geloof nog steeds in socialisme, zij het niet op de Russische manier.’ Voets: ‘We komen er wel, maar ik zal het niet meer meemaken. Ik denk dat we naar een soort wereldregering op VN-niveau toegaan, met een overheid die de grote lijnen uitzet.’


Het nieuwe beginselprogram van de SP, waarin de laatste restjes marxistisch-leninistische dogmatiek over boord zijn gezet, krijgt de steun van beide oudgedienden. Is men niet bang dat de SP nu zo regierungsfähig wordt dat de partij aantrekkelijk gaat worden voor gladde carrièrejagers? Voets: ‘Een belangrijke rem op dit soort ontwikkelingen is nog altijd dat we ons volledige salaris aan de partijkas afstaan.’ Over het loslaten van de beginselen uit de jaren zeventig zijn de heren niet rouwig. Van der Doelen: ‘Mensen zijn nu eenmaal niet gelijk. Het maakt niet uit hoeveel iemand verdient, als-ie z’n werk maar goed doet. Wanneer een directeur meer werk en verantwoordelijkheden heeft dan een eenvoudige werknemer, mag het van mij zo zijn dat hij meer verdient.’ Voets: ‘Laten we eerst maar eens kijken of we alle ellende in de Derde Wereld kunnen oplossen, dan gaan we daarna zien of we allemaal gelijk kunnen worden.’