Film: ‘Mug’

Bakkes

Mug, regie Malgorzata Szumowska © Amstelfilm

Mug, de Engelstalige, internationale titel van de Poolse film Twarz, geeft de wrange, komische betekenis weer van dit verhaal waarin een man een gezichtstransplantatie krijgt en zijn leven vanaf dat moment op zijn kop staat. ‘Smoel’ zou een Nederlandse vertaling kunnen zijn. Of ‘bakkes’. Het punt is, het is crisis in het leven van Jacek (Mateusz Kosciukiewicz). En hij had het zo goed. In de streng gelovige gemeenschap van een plattelands dorpje in Polen werkt hij als bouwvakker mee aan een reusachtig standbeeld van Jezus (nog groter dan dat in Rio de Janeiro). Zelf is Jacek tamelijk satanistisch in zijn levensvisie. Hij zit onder de tatoeages, heeft lang haar en een baard en luistert naar heavy metal. Verkering heeft hij met een blondine, Dagmara (Malgorzata Gorol), die graag in de kroeg haar topje uitdoet terwijl ze danst op de maat van technomuziek. Dan grijpt God in, althans volgens de inwoners: Jacek stort tijdens werkzaamheden aan het standbeeld van de nek van Jezus (het hoofd zit er nog niet op) naar beneden. Halfdood. En zijn gezicht is aan flarden.

Regisseur Malgorzata Szumowska, die met eerder werk vaak in de prijzen viel op Europese festivals, gebruikt breedbeeldfotografie in een verhaal waarin je veel close-ups zou verwachten. De visuele toonzetting schept een epische sfeer die in botsing komt met de psychologie van hoofdpersoon Jacek. Na zijn ongeluk krijgt hij een nieuw gezicht dankzij de ‘eerste transplantatie van dit type in Europa’. Zelf vindt Jacek het best. Hij kan er de grappige kant van inzien: opeens heb je gewoon een andere smoel. Maar zijn omgeving gruwt ervan. Om te beginnen: hij ziet eruit als een monster. Dagmara is niet onder de indruk.

Constant op de achtergrond is het standbeeld van Jezus. De inwoners zijn er trots op, maar hun vroomheid is een rookscherm. Onder de oppervlakte zijn ze bang en huichelachtig. Het mooie van Mug is dat regisseur Szumowska hun angst voor alles wat vreemd is nooit veroordeelt. Dit zijn mensen die leven van dag tot dag. Meer dan hun gemeenschap en hun geloof hebben ze niet. De kwestie van identiteit komt vroeg in de film aan de orde als een zwager van Jacek een racistische grap vertelt tot groot vermaak van iedereen. De verschijning van Jacek met zijn nieuwe gezicht confronteert de inwoners met hun benepen denken. Dit kán geen Jacek zijn, want hij ziet er anders uit. Het standbeeld geeft de clou: het lichaam van Jezus is geen Jezus zolang zijn hoofd er niet op zit.

Het hoogtepunt in deze slimme film komt tijdens een exorcisme. Ja, het kwaad zit in Jacek nu hij een nieuw gezicht heeft. En de plaatselijke priester kent een priester die een priester kent, die arriveert met alle benodigde anti-diabolische parafernalia. Aldus belanden we in de woonkamer van Jacek waar het klusje moet worden geklaard. Maar de jonge Poolse bouwvakker kent zijn filmklassiekers als het gaat om duiveluitdrijving, wat schitterende satire oplevert.


Te zien vanaf 6 juni