Documenta 13, Kassel

Baktrische prinsessen en spinaziebeignets

Met een ‘holistisch’ tentoonstellingsconcept geeft Documenta-curator Carolyn Christov-Bakargiev dit jaar de exposerende kunstenaars alle vrijheid . Misschien zelfs te veel vrijheid.

Natuurlijk verwachten we niet dat kunst een antwoord heeft op onze belangrijkste vragen. Zelfs niet op een paar daarvan. En toch gaan we eens in de vier jaar met een slordige acht­honderdduizend anderen naar Documenta in Kassel, Duitsland, in de hoop dat de kunst ons enig inzicht zal geven in de tijd waarin wij leven, en misschien zelfs met een visionair tegenvoorstel zal komen. Want met die mythe is de moderne kunst nu eenmaal bekleed. De huidige artistiek directeur van Documenta (13), de Amerikaans-Bulgaarse Carolyn Christov-­Bakargiev, heeft die mythe stevig omhelsd.

‘Holistisch’ noemt ze haar tentoonstellingsconcept, en zo ruim als dat klinkt, zo ruim is de tentoonstelling opgezet. Ze strekt zich uit over vele instellingen en locaties in Kassel, betrekt ook Kaboel, Alexandria en Banff erbij en telt 193 westerse en niet-westerse kunstenaars en deelnemers. Allen zijn gekozen omdat ze ‘onderzoek doen naar engagement, materie, dingen, belichaming en actief leven in relatie met, maar niet onderworpen aan, theorie’. Of dat onderzoek kunst heet of niet is hierbij van ondergeschikt belang want, stelt Christov-Bakargiev, ‘de grens tussen kunst en niet-kunst wordt steeds onbelangrijker. Ook objecten kunnen bezield zijn en beladen met geschiedenis.’

Geen afgebakende terreinen dus en geen grenzen, wat natuurlijk een statement is nu begrippen als controle, regulering en professionalisering ons regeren. Misschien moeten we de koele wind die bij binnenkomst in het Frideri­cianum, het hoofdgebouw van Documenta, door de vrijwel lege zalen waait, dan ook symbolisch opvatten: de grenzeloosheid van de kunst heeft geen vaste vorm meer nodig. Maar wel betekenis, en wie geeft die, hoe en waarom? Ryan Gander, de kunstenaar achter de bries, lijkt met de titel I Need Some Meaning/I Can Memorise/The Invisible Pull die vraag eerst en vooral bij ons neer te leggen. Hoe interpreteren we wat we voelen, horen, zien? Vanuit welk perspectief, welke herinneringen doen we dat? Wat zijn daarbij onze drijfveren? Die vragen bestormen je in de rotonde van het Fridericianum, door de curator ‘Het Brein’ gedoopt omdat hier de gedachtelijnen achter de tentoonstelling in gecondenseerde vorm te vinden zijn. Voor wie bereid is te puzzelen, dat wel, want het verband tussen de dicht op elkaar gepakte kunstwerken, artefacten, afbeeldingen en voorwerpen is moeilijk te vinden. Zo dat er al is.

Neem de vierduizend jaar oude, handgrote sculptuurtjes van zittende Baktrische prinsessen. Adembenemend mooi zijn ze, en je zou graag wat meer context willen, maar drie passen verder staan we al weer voor een vitrine met een foto en een handdoek van Adolf Hitler, een parfumfles van Eva Braun en een rijtje readymades van Man Ray: metronomen met uitgeknipte zwart-witfotootjes van een oog. Wat verderop zes vroege, maar niet de beste schilderijen van Morandi, een landschapsfoto van een vol water gelopen bommenkrater in Vietnam door Vand Rattana, smartphone-opnamen van de opstand op het Tahrirplein van Ahmed Basiony, een paletmes van Etel Adnan, een amateuristisch geschilderd berglandschapje van Mohammad Yoesef Asefi, kortom een globale bazaar die de tekstborden en gids hoogst noodzakelijk maken. Daar vinden we telkens het verhaal achter wat we zien, en dat zal kenmerkend blijken voor deze Documenta.

Al lezend komen we te weten dat de kunstenaar achter het berglandschapje tachtig schilderijen uit de National Gallery van Kaboel heeft gered van de beeldenstorm van de Taliban door alle mensen en dieren die erop stonden met waterverf te bedekken, dat Basiony op het Tahrirplein door scherpschutters is doodgeschoten, dat de bizar verwrongen en geblakerde ‘sculptuurtjes’ ooit uit ivoor, ebbenhout en metaal gemaakte pronkstukken waren van het Natio­naal Museum in Beiroet en dat de twee met primitieve antennes uitgeruste bakstenen van Tamás St. Turba ‘Tsjechoslowaakse radio’s’ zijn, die tijdens de Warschaupact-invasie in beslag werden genomen omdat de bezetter ze aanzag voor de verboden échte radio’s.

Oorlog, geweld en vernietiging: het is geen vrolijk ‘brein’ dat we hier zien. Maar er speelt wel voortdurend hoop doorheen, en geloof in de veerkracht, moed en inventiviteit van de mens. Tussen deze twee polen bewegen de gedachtelijnen van de curator steeds heen en weer. Met een forse dosis naïviteit overigens, maar zonder dat kun je nu eenmaal geen hemel bestormen, en dat is hier telkens weer de inzet. Letterlijk soms, zoals bij de petitie die Christov-Bakargiev als curator van Documenta aan verschillende ambassadeurs heeft gestuurd, met het pleidooi om de atmosfeer als een kostbaar en onmisbaar goed voor de mensheid op de Wereld Erfgoedlijst van de Unesco te zetten. De brief hangt op zaal aan een muur, omlijst door ontwijkende antwoorden. Het kortste komt van de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Unesco: de brief zal worden doorgestuurd. Alleen de Zwitserse ambassadeur gaat werkelijk op de petitie in. Hij schrijft dat het idee hem bijzonder abstract voorkomt en dat hij het zinvoller acht om overal en op vele gebieden actie te ondernemen. Het is moeilijk hem geen gelijk te geven en je vraagt je af wat Christov-Bakargiev met dit alles heeft beoogd. Wilde zij de politieke onwil aan de kaak stellen? Maar die maken we dagelijks al mee. Het ziet er meer naar uit dat ze een overtrokken beeld heeft van wat Documenta en de kunst in het algemeen kunnen bewerkstelligen.

In die richting wijst ook de commotie rond een brokstuk van de meteoriet El Chaco. De 37 ton wegende reuzensteen landde vierduizend jaar geleden in Argentinië, waar hij nog steeds door de Mogoit-indianen wordt vereerd als een geschenk van God. Zij zagen het idee van Guillermo Faivovich en Nicholas Goldberg om de steen voor de duur van Documenta naar Kassel over te brengen niet als een poging om het stuk meteoriet en de regio op de Wereld Erfgoedlijst te krijgen, zoals de intentie was van de kunstenaars, maar als de zoveelste kolonisatie van hun cultuur. Toen hun protest in Argentinië grote bijval kreeg, blies de Documenta-directeur het project af. ‘Verdeeldheid creëren was nooit onze bedoeling’, lichtte ze toe. ‘Onze intentie was juist om via dit object mensen bij elkaar te brengen.’ Dat zal ongetwijfeld waar zijn, maar niet minder waar is dat de westerse kunstopvatting niet overal wordt begrepen en gewaardeerd.

Wat bijvoorbeeld zullen inwoners van Kaboel begrijpen van het werk van Mario Garcia Torres, dat zowel daar als in Kassel wordt geëxposeerd? De Mexicaanse kunstenaar doet via een zwart-witdiaserie en een gedragen voice-over verslag van de speurtocht die hij via internet en archieven heeft ondernomen naar het One Hotel dat de in 1994 overleden Italiaanse kunstenaar Alighiero Boetti in de jaren zeventig in Kaboel heeft opgezet. Veel meer dan een detective-achtig persoonlijk verhaal komt daar niet uit, het verleden blijft gesloten, ook dat van Kaboel. Wat wel zichtbaar wordt is dat Torres een bijna obsessieve fascinatie heeft voor het leven en werk van een andere kunstenaar en dat tot zijn onderwerp maakt. In Kassel heet het dat Garcia Torres ‘ruimtes opent voor reflectie over de aard van kunst en haar betrekking tot het leven’. Maar wat betekent dat in Kaboel? Zullen de inwoners het kunstwerk opvatten als een ‘radicale daad van de verbeelding’ en doen alsof het weer even de bruisende jaren zeventig zijn en de oorlogs­situatie niet bestaat, zoals Christov-Bakargiev schrijft in de vuistdikke catalogus? Of doet ook zij maar alsof, en weet ze best wel dat het westerse kunstdiscours niet direct in Afghanistan een ‘tuin van discussies over morgen’ zal openen?

Ik denk dat Christov-­Bakargiev te veel een gelovige is. Nee, niet in de kunst op zich, maar in de doeltreffendheid van het frame waarbinnen een object of idee als kunst functioneert, of dat nu een museum is of een tentoonstellings­concept. Binnen dat kader krijgt alles een andere, meer symbolische waarde, ook de meest banale dingen en ideeën die in het dagelijks leven als totaal absurd, utopisch of verwerpelijk worden beschouwd. Dat is de vrije ruimte die kunst heeft, maar wel een ruimte die zwaar onder druk staat nu kunst steeds meer andere dan artistieke belangen moet dienen. Juist daarom is het belangrijk dat de curator onafhankelijke, scherpe keuzes maakt en de objecten en ideeën in een perspectief plaatst dat nieuw licht op ze werpt, geloofwaardig overkomt en aanzet tot persoonlijke betrokkenheid. Dat lukt Christov-Bakargiev alleen daar waar je niet te veel stoot op haar geloof in haar eigen goede bedoelingen en de positieve uitwerking daarvan op anderen. Want precies dit heeft geleid tot een raamwerk dat beheerst wordt door politieke correctheid. Een genre dat jammerlijk goed gedijt in precies die ruimte waar het niet hoort: de vrijplaats van de kunst.

Uitgangspunt daarbij is telkens de geschiedenis, met een zwaar accent op de verschrikkingen daarvan, waarbij Duitsland vooroploopt. Dat kondigt zich al aan in ‘Het Brein’ met de badkamerspullen van het echtpaar Hitler en loopt door naar de foto’s van oorlogsfotografe Lee Miller in bad. Niet zomaar een bad, lezen we, maar het bad in Hitlers woning in München. En het moment is ook niet willekeurig, want juist die dag pleegde Hitler in zijn Berlijnse bunker zelfmoord. In de ogen van de curator krijgen de foto’s daardoor mythische trekken. Ze maakt Miller, die net in Dachau was geweest, tot een symbool van algemene reiniging en tegelijk ‘een feministische aanklacht tegen de patriarchale wereld van de militairen’.

Niet beladen met feministische zelfverheerlijking en daardoor werkelijk indringend is een klein monument van verdriet en misschien ook wel reiniging, dat voor de bijgebouwen staat van het in onbruik geraakte Hauptbahnhof, een van de andere expositieplekken. Het bestaat uit een oude kleine spoorkar waarop duizend stenen met namen liggen. Die namen zijn er door de inwoners van Kassel in gekrast en geslepen en behoren aan de duizend van de 2500 joden uit de stad die hun deportatie niet hebben overleefd. Dat weten is genoeg om ieders verbeelding de vrije baan te laten.

Er zijn tal van oorlogsverhalen op Documenta te vinden. Wat Duitsland betreft noem ik nog de liefdevolle, precieze schilderijtjes van appels, van 1910 tot 1960 gemaakt door Korbinian Aigner, een Beierse dorpsdominee die vanwege zijn verzet tegen het nationaal-­socialisme naar Dachau werd gedeporteerd en daar in de groentetuin in het verborgene vier nieuwe appelsoorten kweekte. Christov-Bakargiev heeft te zijner ere in het Karlsaue Park een boompje geplant dat de nog altijd bestaande Korbinian-appel draagt. De Amerikaan Jimmie Durham plantte er een Arkansas Black Apple-boompje tegenover.

Ook de kruistochten doen mee dankzij Cabaret Crusades: The Horror Show File, een overweldigende, vierdelige poppenanimatiefilm van de Egyptenaar Wael Shawky. Met tweehonderd jaar oude marionetten die zich in schitterend gemaakte steden, paleizen en godshuizen bewegen, geeft hij een fascinerende interpretatie van de kerkelijke en wereldlijke machtsstructuren en intriges die in de tijd van de eerste twee kruistochten (van 1096 tot 1149) in West en Oost dood en verderf hebben gezaaid.

De Thaise Araya Rasdjarmrearnsook voert een ander soort oorlog. Zij bekommert zich om het erbarmelijke lot van honden in Thailand en om dat aan de orde te stellen leeft ze tijdens de honderd dagen die Documenta duurt dertig dagen lang samen met haar hond in een van de vijftig tijdelijke houten kunstpaviljoentjes in het Karlsaue Park. Bezoekers zijn niet toegelaten. Donaties voor haar op een video te bekijken hondenasiel zijn wel welkom.

Misschien is het zinvol hierbij op te merken dat Christov-Bakargiev zelf een groot honden­liefhebber is (op foto’s poseert ze graag met haar hondje), en niet alleen aan het dieren- en plantenleven maar ook aan pure materie, zoals El Chaco, een ziel toekent. De zorg om de planeet is dan ook een vanzelfsprekende ‘gedachtelijn’ op de tentoonstelling. Vandaar de keuze voor AND AND AND, een verzameling van individuele kunstenaars (waaronder de Nederlanders Bik Van der Pol en Jan van de Pavert) en kunstenaarscollectieven die overal ter wereld met performances, ‘interventies’ en evenementen het publiek willen doordringen van de naderende planetaire ramp. Het schuldige kapitalistische systeem wordt daarbij natuurlijk niet gespaard, maar er wordt tegelijk intensief naar alternatieven gezocht. Voor Documenta heeft AND AND AND met onderzoekers en studenten van de universiteit in Kassel een openbaar programma ontwikkeld met workshops, therapeutische sessies, discussies, stedelijk tuinieren en tal van andere activiteiten. Het paviljoentje in het park waar je biologische spinaziebeignets en melk uit de regio kunt kopen, hoort er ook bij.

Is dat kunst? Laat ik het zo zeggen: het is een kunstenaarsactiviteit, met in dit geval als doel ‘de politieke en esthetische verbeelding van het publiek te inspireren’. Vooral dat ‘esthetische’ valt op, zeker nu de Biënnale van Berlijn dat aspect van de kunst maar helemaal heeft weggelaten en in plaats daarvan de Occupy-­beweging in de kunstinstellingen royaal onderdak biedt. Maar hoe krachtig juist het esthetische een pleidooi voor bezinning kan vormen, wordt op een formidabele manier bewezen door Pierre Huyghe in het Karlsaue Park. Je moet je ervoor een weg banen door de dumpplaats van het park: reusachtige composthopen waarop tussen het hoog opspelende onkruid vreemd genoeg ook prachtige exotische planten bloeien, stapels stoeptegels en bouwmateriaal, alles omringd door grote, door algen giftig gekleurde plassen. En dan plotseling ligt ze daar: een rank vrouwenfiguurtje van grijs beton met als vreeswekkend en toch betoverend mooi hoofd een grote klomp van af- en aanvliegende bijen.

Met te veel kunst op Documenta ben je snel klaar: te veel cliché, te veel pathos, te makkelijk gedacht. Maar het paviljoentje met de twee­delige film One, Two, Many van Manon de Boer houdt je lange tijd vast. Eerst volgen we lange tijd een fluitspeler bij het technische, maar intens fysieke proces van gelijktijdig in- en uitademen. Dan zien we hoe vier mannen en vrouwen, ieder afzonderlijk maar in antwoord op elkaar, intens geconcentreerd hun adem inzetten om verschillende klanken te vormen. De aanzet misschien voor een gezamenlijk lied met betekenisvolle woorden. Net als deze Documenta.


Documenta 13 in Kassel, Duitsland, tot 16 september