POPMUZIEK

Bakvissenromantiek

Lana del Rey

‘Everybody’s mad for Lana del Rey: so what’s so bloody good?’ stond op de cover van de vorige editie van het Britse muziekmagazine Q. Toch lijken bijna net zo veel mensen 'mad át’ Lana del Rey te zijn als 'mad for’ als je haar naam op Google intikt. De hype rond de zangeres en haar 'echtheid’ bestaat al een tijdje.
Het begon vorige zomer allemaal met het onweerstaanbare Video Games. Dat bijzondere liedje met zelf (toch?) in elkaar geknutselde YouTube-video, met onze eigen Zundertse brommerjongeren in een bijrol, is inmiddels meer dan 25 miljoen keer bekeken. Het nummer bevat de aantrekkingskracht van Lana del Rey in een notendop: suggestie die interesse wekt, mysterie dat de aandacht vasthoudt en een melodie die na afloop in je hoofd blijft hangen. Een paar stemmige pianoakkoorden, vlakke zang met onderdrukte emotie en pathetiek die continu op de loer ligt, maar zelfs in het refrein met aanzwellende strijkers in toom blijft. Het fascineert juist in plaats van dat het irriteert en dat geldt zelfs voor de spaarzame harptokkel.
Daarna begon de kritiek: of ze wel echt zo selfmade is als het lijkt en niet is geplugd door de platenmaatschappij, of ze nu wel of niet een tijdje in een trailerpark heeft gewoond (ze blijkt van goede komaf te zijn) en zelfs over haar uiterlijk en haar naam (die is eigenlijk Lizzy Grant, waarmee ze al in 2008 debuteerde, maar die plaat is nergens te vinden). Echt interessant is uiteindelijk het antwoord op de vraag: is de muziek goed? Helaas overtuigt haar volledige album Born to Die maar half. Op zijn beste momenten heeft de plaat, een mix van pop met invloeden uit de jaren zestig, hiphop en soundtracks, de intrigerende sfeer die ook rond de zangeres zelf hangt. Veel mensen hebben die al vergeleken met die uit een film van David Lynch. Del Rey zou er met haar lange rode haar, niet symmetrische, maar best knappe gezicht met heel volle lippen (plastische chirurgie, beweren boze tongen) niet in misstaan.
Tweede single Born to Die heeft ook die gelaten melancholie die met een pakkende popsaus is overgoten. Ondanks die erg sterke singles maakt Del Rey de verwachtingen op Born to Die niet genoeg waar. Het verleidelijke Blue Jeans of de geslepen slowpop van Radio en Summertime Sadness brengen daar geen verandering in. De plaat bevat te veel doorsnee hitparadepop die van je af glijdt op het moment dat je het hoort. Zo valt ze flink tegen met Off to the Races en Diet Mountain Dew, vlakke bakvissenromantiek met hiphopbeat. De gezwollen dramatiek van Dark Paradise en het zeurderige Carmen halen de spanning en het niveau te veel omlaag. Ook haar schijnbaar autobiografische teksten over alle facetten van een adolescent leven, zoals liefdesleed, drank, drugs en seks(ualiteit) lijken vaak wat obligaat en suggereren veel, maar zeggen weinig. Op zich niet erg, maar als je de schijn tegen hebt maakt het je er niet geloofwaardiger op. Genoeg tegenstrijdigheden dus nog rond Lana del Rey. Het maakt een definitieve keuze voor 'groot talent’ of een 'slim fenomeen’ er niet makkelijker op.

Lana del Rey, Born to Die, label: Interscope/Universal