Bal demasqué

Hoe harder Mark Rutte riep ‘ik lieg niet’, hoe gênanter het werd. Maar ook de Tweede Kamer moet het zich aanrekenen dat deze verkennende fase in de zoektocht naar een nieuw kabinet zo belabberd verliep.

Het is een lied van de Franse zanger en componist Michel Fugain, Le bal démasqué. De titel dringt zich op tijdens het lange debat over het failliet van de eerste verkenningsronde na de verkiezingen, inmiddels alweer drie weken geleden. Verder ken ik de liedtekst dan nog niet.

Maar een paar uur nadat vvd-fractievoorzitter Mark Rutte op de vroege vrijdagochtend voor het paasweekend een motie van afkeuring aangenomen ziet worden in de Tweede Kamer, zoek ik de tekst op. Vrij vertaald staat er in de laatste zin van het eerste couplet: ‘Met getrokken sabel, een oude generaal verdedigde de linie’. En het lied eindigt met’: ‘Verdomme, verdomme, men is ontmaskerd’. Voor Rutte, de oude generaal, zou het zo gevoeld moeten hebben tijdens dit gedenkwaardige debat.

In mijn journalistieke loopbaan heb ik menig kabinet zien vallen of minister zien opstappen, maar wat er de afgelopen twee weken is gebeurd, was nog verbijsterender dan alle eerdere crises. Wij van de media krijgen daarvan vaak de schuld, we zouden te veel uit zijn op drama en hypes, te weinig gefocust zijn op de inhoud. Ook in deze onthutsende fase van de zoektocht naar een nieuwe regeringscoalitie bleek dat er door de verkenners naar de media werd gewezen toen via een foto van een gehaast weglopende D66-verkenner Kajsa Ollongren, met papieren open en bloot onder haar arm, uitlekte dat er binnenskamers gepraat werd over ‘Positie Omtzigt, functie elders’.

Maar in de wandelgang werden zelfs wij journalisten ‘stil’ van wat we afgelopen donderdag hoorden en zagen gebeuren. Het drama ontrolde zich, maar dit was geen hype, dit ging over iets wezenlijks, de politieke bestuurscultuur. Van dit ‘bal’ hoefde de journalistiek ook ‘slechts’ verslag te doen: de politiek ontmaskerde zichzelf.

Dat Mark Rutte zich in zijn ruim tien jaar premierschap graag beroept op ‘ergens geen herinnering aan hebben’ is inmiddels breed uitgemeten. Ook nu deed hij dat weer. Deze keer zou hij zich niet hebben herinnerd dat hij het in zijn gesprek met de verkenners over de positie van het cda-Kamerlid Pieter Omtzigt had gehad, de man die hem in het debat over de kinderopvang-toeslagenaffaire had toegebeten dat we hier in een bananenmonarchie leven. Hoe geloofwaardig is dat gebrek aan herinnering als je het er met de verkenners zelfs uitgebreider over hebt gehad dan alleen de opmerking dat je Omtzigt wel minister ziet worden in het nieuwe kabinet? Om toch maar vooral het cda weer als coalitiegenoot mee te krijgen.

Hoe geloofwaardig is dat als je je wel herinnert dat je hebt geknikt naar je twee ambtenaren van Algemene Zaken, nu tijdelijk in dienst van de Tweede Kamer om als secretaris te dienen tijdens de kabinetsformatie? En hoe geloofwaardig als je je vervolgens meent te kunnen verdedigen door in de aanval te gaan door jouw eigen probleem als gewetensvraag neer te leggen bij de andere fractievoorzitters: heb ik ooit tegen u gelogen?

Hoe harder en vaker Rutte riep ‘ik lieg niet’, hoe gênanter het werd. Blijkbaar heeft Rutte een heel eigen, private opvatting over wat liegen is. Een ‘functie elders’ is voor hem zo ongeveer het ambassadeurschap in een ver weg gelegen land, dus valt het met de verkenners over Omtzigt praten in een mogelijke rol van minister daar niet onder, want dat is niet ‘elders’.

En juist dat is tekenend voor het gebrek aan een verinnerlijkte gewetensvolle houding bij de premier, een houding die nodig is om een open bestuurscultuur te krijgen en meer dualisme in relatie tot de controlerende macht, de Tweede Kamer. De alom maar vooral ook door Omtzigt gevraagde transparantie hoeft niet te betekenen dat alles openbaar wordt en er op het Binnenhof binnenskamers niet meer getwijfeld mag worden en er geen ideeën meer geopperd zouden kunnen worden die nog onvoldoende gerijpt zijn. Maar het betekent wel dat er niet gespeeld mag worden met woorden om te verdoezelen wat er daadwerkelijk is gebeurd en daarna te beweren dat je niet liegt.

Als verkenner boven de partijen kunnen staan is een vereiste

Maar gelukkig hebben de twee ambtenaren van Algemene Zaken die de verslagen maakten van de gesprekken van de lijsttrekkers met de verkenners de toezegging van minister-president Rutte na de toeslagenaffaire om voortaan transparanter te zijn wél begrepen. Zij schreven op wat er werd gezegd in de eerste verkennings-ronde. Zodat wat Rutte, maar ook de twee verkenners beweerden zich niet te herinneren, toch op papier stond. Samengevat in de woorden: ‘Positie Omtzigt, functie elders’.

Het gebeurde dwingt ertoe de principiële vraag te stellen hoelang iemand in Nederland minister-president kan zijn. Weliswaar heeft een minister-president hier minder macht dan een president in de Verenigde Staten, maar ook hier zou het goed zijn als er een termijn wordt gesteld aan het aantal jaren dat iemand in het Torentje kan zitten. In de VS kan een president maximaal twee termijnen achter elkaar volmaken, in totaal acht jaar. Lang aan de macht zijn, wat hier in ons land betekent een zeer invloedrijke rol hebben in het landsbestuur, is namelijk niet goed.

Macht corrumpeert, al wil ik hiermee niet beweren dat Rutte corrupt is, want dat is hij niet. Maar er liggen wel andere gevaren op de loer. Zoals het vanzelfsprekend vinden dat je die rol van minister-president hebt. Het geen tegenspraak meer dulden. Niet meer openstaan voor nieuwe inzichten. Zo hechten aan je rol dat je die niet meer wilt afstaan en je daardoor ook geen opvolgers binnen de eigen gelederen hebt; allemaal al verdwenen en niet tot wasdom kunnen komen, waardoor je slechts paladijnen om je heen hebt verzameld. Het weg hebben weten te komen met trucjes en denken dat dit je altijd gaat lukken, geheugenverlies in het geval van Rutte. Het te ver weg komen te staan van de burger om wie het gaat en je niet meer kunnen inleven in zijn of haar angsten, onzekerheden en zich gemangeld voelen door de overheid. Zie de slachtoffers van de toeslagenaffaire en de gaswinning in Groningen.

Een dergelijke termijn kent Nederland niet. Dus is het aan de persoon zelf om in te zien dat het tijd is om te gaan. Dat Rutte daar geen oog voor heeft, gaf hij al aan toen hij zich vorig jaar wederom kandidaat stelde voor het lijsttrekkerschap van de vvd, op naar Rutte IV, om de langstzittende premier te kunnen worden.

Maar dat zijn tijd erop zit, voelde hij ook niet aan toen afgelopen donderdag een motie van wantrouwen tegen hem als minister-president het net niet haalde in de Tweede Kamer. En hij weigerde zelfs de opstap-conclusie te trekken toen hij als vvd-fractievoorzitter een motie van afkeuring met een overweldigende meerderheid aangenomen zag worden. Wat toch een breed gedragen, morele oproep is om te concluderen dat het moment gekomen is om het stokje over te dragen. Het is de boodschap: positie Rutte, functie elders!

Hoe nu verder? In verband met de coronacrisis was tempo geboden bij het tot stand brengen van een nieuw kabinet, maar inmiddels zijn er drie weken verspeeld. Wel heeft dit bal demasqué als een geluk bij een groot ongeluk laten zien dat de verkennende fase van de zoektocht naar een nieuwe coalitie anders moet, gestructureerder en met meer gezag en sturing vanuit de Kamer, met de Kamervoorzitter als belangrijke stuur-man/-vrouw.

D66 had gehoopt dat de verkennende fase anders zou verlopen dan de afgelopen twee keren zonder de koning. Daarom bedong de tweede partij sinds de verkiezingen een extra verkenner en schoof daarvoor een partijgenoot naar voren. D66 kreeg daarmee inderdaad wat anders, maar dit had ze niet voorzien.

Hoelang houdt deze trouw aan de leider Rutte stand?

Toch speelt ook hun keuze van de eigen verkenner daarin een rol. Ollongren lekte de papieren niet opzettelijk. Maar dat ook zij, net als Rutte en collega-verkenner vvd-senator Annemarie Jorritsma, geen herinnering had aan hun gesprek over Omtzigt was eveneens niet geloofwaardig. Dat roept de vraag op hoe onafhankelijk een verkenner kan zijn die zelf minister is in het huidige kabinet Rutte III of een vertrouweling van Rutte?

Voor beide politici, evenals hun – ook alweer afgeserveerde – opvolgers vvd-minister Tamara van Ark en D66-minister Wouter Koolmees, geldt dat ze te dicht bij de eigen partijen staan. De lijntjes zijn te kort en alleen al de verdenking van tussentijdse telefoontjes moet je voorkomen. Ook zijn de eigen belangen mogelijk te groot – denk aan een eventuele nieuwe ministerspost – en zijn de ingesleten patronen in de omgang te diep om ineens een andere, boven de partijen staande rol aan te kunnen nemen.

Terwijl boven de partijen kunnen staan een vereiste is. Dat betekent zelf geen belangen hebben bij een formatie. Streng kunnen zijn. Het al dan niet geschreven protocol betrachten dan wel kunnen bedenken dat past bij deze fase. En niet lekken waardoor er via via een telefoontje komt bij de reeds zittende premier en tevens onderhandelaar namens de grootste partij. Het is zowel Rutte als zijn collega D66-leider Sigrid Kaag kwalijk te nemen dat ze dit niet vooraf hebben bedacht. Zelfs niet toen het fout ging, want toen kwamen ze wederom met twee intimi aanzetten.

Ook de Tweede Kamer moet het zich aanrekenen dat deze verkennende fase in de zoektocht naar een nieuw kabinet zo slecht is geregeld. Er staat onvoldoende beschreven wat de voorwaarden moeten zijn om dit proces ordentelijk te laten verlopen. Bovendien toonde de huidige Kamervoorzitter Khadija Arib zich de afgelopen weken geen sterke stuurvrouw.

Dat het ondersteunende ambtelijke bureau voor de verkenners ook deze derde keer nog bemand wordt door ambtenaren van Algemene Zaken is daarbij veelzeggend. Een eerste keer, oké, toen was alles nieuw en lag bij Algemene Zaken de ervaring uit het tijdperk dat de koning de verkenner was. Maar dat had inmiddels door de Kamer, onder leiding van de Kamervoorzitter, zelf ter hand genomen kunnen en moeten worden. Ook dat voorkomt de verdenking dat de ambtelijke ondersteuning wel erg korte lijntjes heeft met een minister-president die tegelijkertijd onderhandelaar is in de verkenningsfase.

Rutte wil door. Zijn partij gunt hem dat. Vooralsnog. Want ze kan de man die de vvd bij de verkiezingen welhaast op persoonlijke titel wederom de grootste heeft gemaakt niet direct afvallen. Maar hoelang houdt deze trouw aan de leider stand? Ook als dit regeringsdeelname zou kosten?

Coalitiegenoot ChristenUnie heeft afgelopen weekend laten weten niet met een vvd onder Rutte te willen regeren. D66 en cda, de andere twee huidige coalitiepartners, verspelen hun geloofwaardigheid als ze dat wel zouden doen. D66-leider Kaag was duidelijk toen ze vrijdagochtend zei dat ze zelf zou zijn opgestapt na een dergelijke motie van afkeuring. En pvda en GroenLinks kunnen deelname aan een kabinet Rutte IV eveneens niet maken.

Er is voor hen wel één groot probleem: hebben ze de luxe om niet te gaan regeren met een vvd onder leiding van Rutte? Er zijn zeven partijen nodig om dat te realiseren. Dat is de troef die Rutte probeert uit te spelen.