Sport

Balen

Zelfs de niet-wielrenliefhebber moet de schoonheid van de scène hebben erkend: hoe in de laatste honderden meters van het wereldkampioenschap wielrennen op de weg Tom Boonen, in een groep van zeventien, een achterstand op de zesmanskopgroep goedmaakte en doorstootte naar een afgetekende, soevereine overwinning.

Het was majestueus. In het zicht van de finish lagen zes rijders op kop, met een kleine voorsprong op een achtervolgende groep van zeventien. Boogerd, Moerenhout en vier anderen maakten zich op voor de ultieme sprint. Medaillekansen voor Nederland! juichten Mart Smeets en consorten.

Het oranjegevoel van Balkenende begon alweer op te spelen. De slimme Boogerd en de sluwe Moerenhout zaten voorin. Op de Paseo de la Castellana was de voorsprong net groot genoeg om gezessen de finish te halen.

Niet dus. De voorsprong was net niet groot genoeg. De achtervolgende groep haalde de zes in, ouderwets erop en erover. De Belg Peter van Petegem reed het gat dicht, met maar één doel: zijn kopman in stelling brengen.

Dat deed hij perfect. Maar ook als hij dat niet had gedaan was Tom Boonen wereldkampioen geworden. Want de manier waarop hij zichzelf lanceerde, over zijn opponenten heen ging en de boel af maakte, met anderhalve fietslengte voorsprong, was van zo’n verpletterende eenvoud en schoonheid en vanzelfsprekendheid dat er maar één conclusie restte: dit is een wielrenner van een andere orde.

In de voorbereiding op het WK zei Boonen dat hij misschien maar eens niet moest winnen, omdat hij al zo veel had gewonnen. In Madrid wekte hij de indruk dat hij, ook al had hij geprobeerd niet te winnen, toch, per ongeluk, tegen zijn zin, de rest het nakijken had gegeven.

Tom Boonens wereldsprint was van een grote schoonheid. Geen duw- en trekwerk of gezwabber, geen hangen en wurgen, maar de elegantie van de eenvoud.

Het geheim van Tom Boonen is volgens Tom Boonen: «Keep cool, geloof in jezelf. Als mijn kop het houdt, kan ik blijkbaar veel realiseren. Ik ben sterk in mijn hoofd. Dat is mijn sterkste punt.»

Maar het echte geheim van Tom Boonen is Balen. Het dorpje waar hij woont, in Vlaanderen.

De tv-verslaggever voerde het Belgische volk mee naar de overwinning: «Tom! Tom! Tommeke! O-o-o-o! Moeder, we zijn nog niet thuis!» Op Zaventem werd Boonen verwelkomd door heel Balen.

Sporza bracht een kleine reportage uit Balen, waar alle inwoners dronken van geluk waren. Leden van fanclub de Kassei Fretters hadden hun eigen beddenlakens beschilderd met scheve letters, en in het café vertelde de barman dat er 65 vaten bier doorheen waren gegaan.

(De column van treurende verliezer Michael Boogerd in De Telegraaf na het WK had de titel Balen.)

Balen is Boonen. De moeder van Tom zei in de krant dat toen haar zoon vermagerd thuiskwam uit de Ronde van Spanje zij hem boterhammen met choco gaf.

«De God van Balen», heet Tom ook wel, en het dorp verafgoodt hem dienovereenkomstig. Van pastoor tot barkeeper, Tom maakt iedereen gelukkig. Daarom lijkt het een enorme vergissing van Tom dat hij heeft besloten te verhuizen naar Monaco, waar hij tenminste niet herkend zal worden op straat. Want daar wordt hij wel eens moe van, zegt hij, de hele tijd die aandacht. Monaco, waar hij naast te vroeg te rijk geworden jetset-tennissers en -autocoureurs terechtkomt.

In de camera zei een Balense vrouw, enigszins onzeker en zichtbaar ontdaan: «Maar Tom blijft van Balen.»