Balkan-dope

DAAR ZATEN WE DAN. In een aftandse auto, bestuurd door een junk met ogen als schoteltjes en heroïne op zak, in het zicht van de laatste Servische controlepost. Terugkeren zou zelfmoord zijn, doorrijden zou ook wel eens verkeerd kunnen aflopen. De speciale politietroepen keelden wel Albanezen voor minder dan vermoed drugsbezit.

Zeki, een lange, slungelige Albanees met uitgemergelde kop, werkte maandenlang als tolk en gids voor journalisten in Kosovo. Hij woonde in Pec, de op twee na grootste stad van de provincie, nu naar verluidt volledig verlaten en verwoest. Toen we eens naar een UCK-gebied gingen waar regelmatig schermutselingen plaatsvonden, vlak bij de Albanese grens, vertelde hij doodleuk (terwijl we recht op de politiepost af reden) dat hij nooit op weg ging zonder één bolletje bruin achter zijn kiezen en één in het dashboardkastje. Goed spul, want gekocht van Albanese broeders. Hoe zou het met Zeki zijn? Zou het hem zijn gelukt te vluchten voor de paramilitaire moordenaars, met schoteltjesogen en de horse gierend door z'n lijf? Die keer bij het Servische checkpoint kwamen we erdoor, maar een paar uur later ging het mis. Zeki raakte overmoedig in zijn drugsroes en leidde ons zonder toestemming van de plaatselijke UCK-commandant diep het guerrillagebied in. Geharde strijders ergerden zich aan de dopegrimas van de slungel en maakten bruut een einde aan onze tocht. Zeki werd geschopt en geslagen, de fotoapparatuur doorzeefd met kogels en de journalist bijkans een kopje kleiner gemaakt. Einde verhaal, einde van Zeki’s carrière als tolk en gids. En misschien wel het einde van Zeki als levend wezen. Want eenmaal terug in het toen nog veilige Pristina verzekerde ons een Albanese kennis die in contact stond met het UCK dat we van Zeki geen last meer zouden hebben. ‘Zeki is een schande voor de Albanezen en voor UCK. Drugs brengen ons in diskrediet. Hij zal eindigen in een greppel.’ Hij moest eens weten hoeveel het UCK aan dope te danken heeft. IN DE MAANDEN vóór het laatste Servische offensief was Kosovo doordrenkt met drugs. Die werden gretig afgenomen, want er was weinig waaraan jongeren niet wilden ontsnappen. Er was geen werk, noch hoop op een betere toekomst, en buiten Pristina stond Kosovo in brand. Er werd gezopen en geblowd bij het leven - er was een weelderige zelfteelt van wiet - en angstwekkend veel jongeren, zowel Serviërs als Albanezen, gaven zich over aan de heroïne. Bane, een jonge Serviër die de teloorgang met lede ogen aanzag, vroeg zich af waarom de heroïne in Kosovo veel goedkoper was dan elders in Joegoslavië: 'Hier betaal je voor een bolletje dertig mark, in Belgrado tussen de vijftig en de tachtig. Heroïne werd hier zo'n vier jaar geleden plotseling goedkoop. Niemand begreep dat. Het was tijdens de sancties, toen werkelijk alles duur was. Ik heb in die tijd verscheidene vrienden aan die troep verslaafd zien raken. Er wordt gefluisterd dat zo veel mogelijk Albanese jongeren verslaafd moesten raken. Albanezen hebben een enorm hoog geboortecijfer hier, weet je. En als je geboorten niet kunt stoppen, dan dood je de kinderen toch gewoon met drugs?’ Een Serviër die een complot zag van zijn 'eigen’ geheime dienst. Hij moest eens weten. Want volgens verschillende internationale onderzoeken hebben de Kosovo-Albanezen de drugsmarkt vast in handen. Er is een grote kans dat de wapens waarmee het UCK onze camera’s doorzeefde en waarmee Albanezen als Zeki, die hun volk te schande maken, naar de andere wereld worden geholpen, zijn gekocht met Albanees drugsgeld. Dat wordt de duizenden jonge Albanezen die zich bij het Ushtria Clirimtare e Kosoves aansluiten, niet verteld. NAVO-WOORDVOERDER Jamie Shea bejubelde twee weken geleden het Kosovo Bevrijdingsleger als een feniks die uit zijn as herrees. Hij prees de tegenstand die de guerrilla’s de Serviërs nog steeds boden in Drenica, het hart van Kosovo. 'Dat hadden de Serviërs niet meer verwacht’, sprak hij bewonderend. De UCK-strijders waren verzetshelden. Maar een jaar geleden dacht de internationale gemeenschap daar nog heel anders over. Wat nu wordt beschouwd als een gerechtvaardigde vrijheidsstrijd gericht tegen Servische barbarij, werd in 1993 in gang gezet als een liquidatiecampagne in Ira-stijl. Die was weliswaar gericht tegen de etnisch-Servische staat van Milosevic, die in Kosovo de Albanese meerderheid hardvochtig onderdrukte, maar maakte een onherroepelijk einde aan het pacifistische verzet van Ibrahim Rugova met zijn ondergrondse Republiek Kosova. Het LNCK (Levizje Nacional Clirimtare e Kosoves: Nationale Bond voor de Bevrijding van Kosovo), en later het UCK, pleegde niet alleen moordaanslagen op Servische agenten, maar liquideerde ook Albanese 'collaborateurs’ en soms Servische burgers. Bovendien werden tientallen Serviërs en Montenegrijnen ontvoerd. Het is terecht dat een volk dat wordt beknot in zijn culturele en politieke rechten in opstand komt, maar met de aanslagen van het UCK werd een proces in gang gezet dat uiteindelijk, met de Navo-bombardementen als katalysator, heeft geleid tot de tragedie die zich nu in Kosovo afspeelt. Balkan-historicus Raymond Detrez meent dat het UCK Milosevic welbewust uit zijn tent heeft gelokt. Milosevic was er de man niet naar om de aanslagen in Kosovo te blijven negeren. In februari 1997 liet hij troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken (MUP) ongehoord bruut ingrijpen en trapte zo in een list die al sinds de negentiende eeuw op de Zuid-Balkan wordt beproefd. De zwakkere partij lokt de sterkere uit en schreeuwt vervolgens om internationale inmenging, die hij nog krijgt ook. En zoals altijd is hoe dan ook de burgerbevolking slachtoffer van het Balkan-stratego. Dat met ingrijpen (te) lang is gewacht, komt niet alléén door de moeizame besluitvorming en de ingebakken terughoudendheid van de internationale gemeenschap. De aard van het UCK, van haar handelwijze en haar achtergrond, heeft de internationale gang van zaken niet bepaald bespoedigd. In februari 1998 noemde de speciale VS-gezant Robert Gelbard ten overstaan van de wereldpers het UCK nog een terroristische organisatie. Gelbard: 'This is without any question a terrorist group. I refuse to accept any kind of excuses. Having worked for years on counterterrorist activity I know very well that to look at a terrorist group, to define it, you strip away the rhetoric and just look at actions. And the actions of this group speak for themselves.’ In juli van hetzelfde jaar riep de Contactgroep voor ex-Joegoslavië alle landen op urgente maatregelen te nemen om de financiering van het UCK te blokkeren. Bovendien werd onderzocht of met een troepenmacht in Albanië de logistiek en de bevoorradingslijnen van het Bevrijdingsleger konden worden afgesneden. Kennelijk moest korte metten worden gemaakt met het UCK. IN DEZELFDE TIJD dat de heroïne in Pristina voor een habbekrats van de hand ging, kelderde de prijs van een bolletje bruin in Nederland met 25 procent. Dat was geen toeval. De oorlogen in voormalig Joegoslavië hadden tot gevolg dat de traditionele drugslijnen in de Balkan (strategisch gelegen tussen het Midden-Oosten en het Westen) werden verlegd. Ze liepen niet meer via Kroatië en Belgrado maar via Noord-Albanië, Macedonië en Kosovo. Door betere controles gingen ook de Oost-Europese drugslijnen steeds meer via etnisch-Albanees gebied. Vooral de Kosovaren, met hun sterke clan-cultuur, hun erecodes en diaspora, ontpopten zich als onstuitbare en meedogenloze handelaren. Binnen enkele jaren ontstonden Kosovaarse drugssyndicaten die tot in de Verenigde Staten reikten. Toen de Kosovo-Albanezen eenmaal de drugslijnen stevig in handen hadden, kwam de heroïnetoevoer op gang als nooit tevoren, zowel op de Balkan als in West-Europa. Volgens de Observatoire Geopolitique des Droques, een onafhankelijke onderzoeksinstantie die jaarlijks de mondiale drugshandel uitvoerig in kaart brengt, was het Kosovaarse stadje Veliki Trnovac begin jaren negentig het 'Medellin van de Balkan’. Drie rapporten (1996/ 97/ 98) van het Amerikaanse federale Bureau for International Narcotics and Law Enforcement Affairs bevestigen de sterke positie van de Kosovaarse drugskartels. Niet alleen het UCK, ook een aantal Servische geheime diensten en Zeljko Raznjatovic, beter bekend als militieleider Arkan, controleren een deel van de drugsdoorvoer (Bane zat er dus niet ver naast). Maar zij vallen in het niet bij de Kosovaarse drugsclans, die de markten van Zwitserland, Italië, Duitsland en Tsjechië goeddeels in handen kregen. Van de inkomsten kochten de Albanezen wapens, vaak in Zwitserland: uzi’s en kalasjnikovs. Die werden doorverkocht aan de strijdende partijen in Bosnië, óók aan de Serviërs, of afgestaan aan het Kosovo Bevrijdingsleger. Smokkelaars moesten geld en wapens afdragen aan het UCK en zijn voorloper LNCK om ongehinderd door haar gebieden te komen. Twee weken geleden verklaarde Walter Kege, woordvoerder van Europol, tegenover The Boston Herald: 'We hebben bewijs dat het UCK in verbinding staat met Albanese heroïnedealers. Het is duidelijk dat veel drugsgeld is gebruikt om wapens te kopen voor het UCK.’ Dick Leurdijk, Balkan-expert bij Instituut Clingendael, is niet verbaasd. 'Er gaan allerlei geruchten over het UCK. Zo'n ondergrondse beweging zal waarschijnlijk duistere paden bewandelen om aan geld en wapens te komen. Dat kun je nooit uitsluiten. Ik zou er bovendien niet van opkijken als ze worden gesteund door landen als Iran. Die steunden immers ook de Bosnische Moslims.’ HET KOSOVO Bevrijdingsleger wordt officieel gefinancierd door de Albanese diaspora. Vanuit alle hoeken van de wereld, vooral uit Duitsland, België en de Verenigde Staten stroomt geld naar het leger. Vendlindja Thërret (Het Vaderland Roept) is het bekendste steunfonds. Er is een soort oorlogsbelasting ingesteld door de Kosovaarse regering in ballingschap. Ook vanuit Nederland wordt geld geschonken. Een Albanees die liever anoniem wil blijven: 'Dit jaar wordt 500 gulden gevraagd per werkende persoon, vorig jaar was dat 700. In principe gaat het naar draagkracht. Betalen is niet verplicht, maar vrijwel iedereen doet het. In de VS is het vrij normaal dat Albanezen een tweede hypotheek nemen op hun huis zodat ze veel kunnen bijdragen aan de strijd. Ook hier sluiten mensen soms leningen af. Je doet het omdat het je plicht is. Oorlogen win je niet door met stenen te gooien. We hebben wapens nodig.’ Geld van nette mensen, via nette banken op weg naar een rechtvaardige oorlog. Nergens wordt Vendlindja Thërret een strobreed in de weg gelegd, ondanks de oproep van de Contactgroep vorig jaar en ondanks het feit dat het geld wordt benut voor illegale wapenaankopen ten behoeve van een groepering die minstens zo virulent nationalistisch is als de Serviërs doorgaans wordt aangewreven. Bovendien lenen de fondsen zich goed voor het witwassen van grote sommen geld. Om die reden heeft Duitsland (300.000 Kosovo-Albanezen!) geprobeerd het doorsluizen van de oorlogsbelasting naar het UCK te voorkomen. Maar de Duitse banken negeerden het verbod. FORMEEL ZIJN ALLE bezwaren tegen het UCK nu verleden tijd. Het Bevrijdingsleger is geschrapt uit de Amerikaanse lijsten met terroristische organisaties en is stilletjes geaccepteerd als strijdmakker van de Navo. Of liever: het bondgenootschap heeft zich gedegradeerd tot de luchtmacht van het Kosovo Bevrijdingsleger. Iets waarvoor het zich nóóit zou lenen, zo beloofden ons verscheidene groten der aarde. Woordbreuk, want het behoort tot de slechtst bewaarde geheimen van operatie Allied Force dat lokale UCK-commandanten zijn uitgerust met satelliettelefoons waarmee ze Servische posities aan de Navo-luchtstrijdkrachten doorgeven. Senatoren en generaals b.d. verdringen zich op CNN om op te roepen tot bewapening van het UCK. Er is voorgesteld om 25 miljoen dollar in de oorlogskas van het Bevrijdingsleger te storten. Afgelopen week maakte het UCK in een persconferentie bekend dat het - mits afdoende van oorlogsapparatuur voorzien - graag zou optreden als landstrijdkracht van de Navo, zodat het bondgenootschap haar eigen manschappen zou kunnen sparen. Clingendael-onderzoeker Dick Leurdijk: 'Voorlopig zal elke formele samenwerking door de Navo worden afgehouden. Als ze Kosovo eenmaal in handen hebben, zie ze dan nog maar eens te ontwapenen. En bovendien: er zijn waarschijnlijk nog aardig wat Servische burgers in het gebied. Als het UCK de provincie verovert met westerse luchtsteun, dan is er een groot gevaar van oog om oog, tand om tand. Het worden spannende weken. Als de Apache-helikopters in actie komen en de Servische tanks worden uitgeschakeld, wordt het voor het UCK makkelijker om terrein te winnen. Met alle gevolgen van dien.’ Observatoire Geopolitique des Droques: www.ogd.org/fr/rapport97.html Bureau for International Narcotics and Law Enforcement Affairs: www.state.gov/www/global/narcotics\_law/