Balkan-dandy op Roots Festival

Balkan-Wagner Bregovic

Goran Bregovic, voormalig rockster uit voormalig Joegoslavië en filmcomponist van de burleske spektakelfilms van Emir Kusturica, weet een jong en zeer internationaal publiek te interesseren voor zigeunermuziek. Zijn «gypsy opera» Karmen opent het Roots Festival.

Onder Joegoslaven blijft Bregovic het gezicht van Bijelo Dugme, in de jaren tachtig de populairste rockgroep van toenmalig Joegoslavië. Met zijn muziek voor het burleske balkandrama Underground (Emir Kusturica, 1995) wist hij internationaal ongekend veel aandacht te bewerkstelligen voor de muziekculturen van de Balkan. Als artiest is zijn balboekje gevuld met de grootste namen uit de niet-Angelsaksische wereld. Zo nam Bregovic op met de wereldberoemde Griek George Dalares, de koning van het zigeunerlied Saban Bajramovic, de Poolse sterren Krawzcyk en Kayah, wijlen Ofra Haza uit Israël, de Kaapverdische diva Cesaria Evora en de «godmother» van de Turkse pop Sezen Aksu.

Niemand kan zo droevig jubelen als Bregovic in de moderne klassieker Mesecina of zo pijnlijk schmieren als in Tale V (Andante Amoroso). Zoals alle grote kunstenaars herhaalt ook Bregovic zichzelf voortdurend. Bovendien is hij controversieel: de wijze waarop Bregovic (van Servo-Kroatische komaf) als een muzikale struikrover tekeergaat, dwars door de zigeunertradities van de Balkan heen, provoceert menige hardcore liefhebber van zigeunercultuur. Maar als «kwestie» behelst Bregovic niets meer dan de aloude strijd tussen rekkelijken en preciezen, alleen dan in de arena van de wereldmuziek. Goed, de melodie van Mesecina werd gejat van Saban Bajramovic’ Djeli Mara. Ederlezi is een klassieker uit het publieke domein van de zigeuners, dus om daar je eigen naam als auteur achter te zetten is niet chic. Maar mede door de bewerking van Bregovic kon dit aloude Macedonische zigeunerlied wel uitgroeien tot het beroemdste van deze tijd.

Verwijten aan het adres van Goran dienen dan ook vooral te worden samengevat onder de noemer muzikantenrancune. Ook speelt het beroepssnobisme van critici, die bij iedere pakkende of schrijnende melodie «goedkoop effectbejag!» noteren, Goran meer dan eens parten.

Vooralsnog is het onmogelijk te bepalen of Bregovic nu geniale balkanpop, vernieuwende wereldmuziek of superieure kitsch maakt. Wat vaststaat is dat hij een jong en ongekend internationaal publiek voor zigeunermuziek weet te interesseren. Succesvolle deejays (zoals Shantel met zijn Bucovina Club) plukken hiervan de vruchten, net als menig zigeunerorkest dat met grote wereldtournees de kansloze Roemeense grond heeft kunnen ontvluchten.

Garth Cartwright geeft in zijn meesterlijke boek Princes Amongst Men: Journeys with Gypsy Musicians de beste typering van de ster: «Bregovic’s not capable of creating anything but Balkan-lite, yet sometimes that’s no bad thing. [His] concerts synthesise a pick’n’mix of the region’s folk flavours into vivid spectacle, one that’s proved immensely successful internationaly. OK, it’s a Balkan minstrel show, grandiose and soulless – Bregovic’s compositions bearing the same relation to Gypsy music that Led Zeppelin’s did to blues – but the music’s verve and epic scale remain impressive.»

Onder de mooie titel My heart has become tolerant tart Bregovic eerder dit jaar in Vredenburg, Utrecht, de grenzen van het betamelijke. Acht zigeunerblazers, vijf vocalisten (twee Bulgaarse en drie oriëntaalse zangeressen), een klassiek strijkkwartet uit Belgrado, vijf traditionele Arabische musici, een veertienkoppig mannenkoor, een percussionist/dirigent en Bregovic zelf op gitaar en laptop. Toch lukt het de postmoderne balkantroubadour om hiervan een zinvol geheel te maken. Gemarineerd in liters balkanmelancholie en levensdrift heeft dit «oratorium» een overweldigend effect. Vooral tijdens So Nevo Si en de toegift, wanneer Bregovic het mannenkoor en de zigeunerfanfare tegelijkertijd het publiek laat imponeren, voelt het alsof alle esthetische receptoren worden overbelast. Dankzij die typische kwaliteit van zigeunermuziek (noem het een gesublimeerd en dansbaar verdriet) zeker geen onaangename sensatie.

Misschien nog wel het opmerkelijkste van deze uitputtende concertervaring is het contrast tussen de timide, in wit pak geklede Bregovic en de orkaankracht die hij met dit orkest weet op te roepen. Een Balkan-Wagner, in de kelder van het Fantasia van Mickey Mouse – hoewel Bregovic zijn getoonzette waanzin wel degelijk in bedwang weet te houden, zij het ternauwernood. Als dít zielloos is, mag men vrezen voor bezielde muziek.

Een week later spreek ik Bregovic, vlak voor de Antwerpse première van zijn zigeuneropera Karmen, gypsy opera with a happy end. Goran Bregovic: «My heart has become tolerant begon als een compositieopdracht. Het werd voor het eerst opgevoerd in de Parijse kerk waarin menige Franse koning begraven ligt. Voor deze compositie heb ik vanuit Vaticaanstad advies gekregen over de liturgie. Dat was in de periode dat de paus excuses aanbood voor al het leed dat het christendom de mensheid heeft aangedaan. Alle muzikanten komen uit een religieuze context. De belangrijkste zanger van de Arabische sectie, Said Mechbal, is de koranvoorzanger van de Marokkaanse koning. Het mannenkoor uit Belgrado komt ook uit de kerkelijke traditie. Ik ben altijd gefascineerd geweest door priesters en ceremonieel. Tijdens mijn studie filosofie en sociologie heb ik serieus overwogen priester te worden. De liturgie heeft in synagoge, moskee en kerk veel overeenkomsten. Voor een dienst stap je een synagoge, moskee of kerk binnen, er is een priester die vanuit een actueel thema de geschiedenis leest en vervolgens stap je de wereld weer in met een toekomstgerichte gedachte. In de drie grote monotheïstische godsdiensten is dit de praktijk. Ik vond dit een goed uitgangspunt voor een nieuwe, muzikale liturgie, hoewel dit stuk eerder geschreven is met een humanistische dan met religieuze intentie.»

Bregovic werd geprezen om zijn soundtracks voor Time of the Gypsies (1989), Arizona Dream (1993), La Reine Margot (1994) en Underground (1995). Bregovic: «Het ironische is dat Kusturica van een filmacademie komt waarvan het credo luidt: alleen slechte regisseurs hebben muziek nodig. Ineens vroeg hij aan mij als ex-rockster met een liefde voor zigeunermuziek of ik een demo wilde maken voor Time of the Gypsies. Het was een vriendendienst, ik deed het voor niets. Maar het heeft wel mijn leven omgegooid.» Ondanks de veertig soundtracks die hij op zijn naam heeft staan, ziet Bregovic het schrijven van soundtracks niet als zijn professie. Over zijn carrière als componist spreekt hij even charmant als vals bescheiden: «Om eerlijk te zijn vind ik mijzelf als filmcomponist te melodisch en agressief; mijn muziek is veel te aanwezig. Voor sommige films werkt dit en het abstracte karakter van soundtracks spreekt me zeker aan. Mijn laatste album (Tales and Songs from Weddings and Funerals, 2002) is deels bedacht als soundtrack, voor een niet-bestaande film, maar ik zie het niet als mijn grootste talent.»

Hoe is het om als aartsvader van de actuele balkanmuziek te worden gezien? Bregovic: «Het zijn interessante tijden voor zigeunermuziek. Roemeense fanfares die met deejays als Shantel opnemen, dat is een uitstekende wending. Voorheen speelden veel folkloristische zigeunergroepen vooral als virtuoze snelheidsduivels, maar door die samenwerking met deejays en producers beginnen ze zich meer te ontfermen over sterke melodieën en dansbare tempi. Persoonlijk ben ik nu echt gegrepen door het componeren. Vanmiddag kreeg ik de bevestiging voor een nieuw project dat verder zal gaan waar My heart has become tolerant ophield. De werktitel: Drie brieven van drie profeten.»

Kunstcentrum De Singel blijkt geheel uitverkocht. Bregovic dirigeert deze avond de eerste échte zigeuneropera, waarbij «echt» meer naar het levensgevoel van zigeuners dan naar de musicologische vorm verwijst. De Karmen van Bregovic vertrekt vanuit de gedachte: hoe zou een zigeuner Bizets Carmen waarderen? Theatraal weet Bregovic niet te overtuigen: de vertelling is nogal warrig en het acteerwerk roept voortdurend een acuut verlangen op naar de muziek. In de brochure wordt gerept over naïef theater, wat te waarderen is als een welgemikt eufemisme. Maar mijn hemel, wat een fantastische muziek! Goran Bregovic, voor de voorstelling: «Ik schreef het libretto met een film in gedachten, ik wilde iets in de stijl van John Cassavetes. Maar toen werd het ingewikkelder: het idee voor een muziektheaterstuk ontstond. Volgend jaar hoop ik alsnog de film te maken.»

Vanwaar het zo benadrukte happy end? Bregovic: «Een oude zigeunergrap luidt: een zigeuner stapt een kamer binnen en ziet zijn grootmoeder een pornofilm bekijken. Hij vraagt haar wat ze doet en krijgt als antwoord: ‹Wanneer gaan ze nu trouwen?› Zigeuners houden van een happy end, misschien is dat wel verklaarbaar vanuit de miserabele omstandigheden waarin ze doorgaans leven. Het verhaal van de opera is erg simpel, ik associeer het met op straat spelen voor een fooi.»

Dan dringt de manager van Bregovic, een overrompelend aanwezige Franse dame, zich op: «Bregovic staat met dat project in de belangrijkste zalen van Europa. In Nederland zal dat het Concertgebouw zijn.» De lezer is gewaarschuwd.

Karmen opent het Amsterdam Roots Festival (17 juni, Paradiso, uitverkocht). 18 juni speelt Bregovic met zijn Wedding and Funeral Band in Haarlem (Patronaat), Shantel + Bucovina Club Orkestar op 23 juni in de Melkweg, Amsterdam