Commentaar: Buitenland

Balkanbemoeizucht

Terwijl men druk doende is Milosevic’ uitlevering te kopen, wordt de Macedonische regering gestraft voor haar optreden tegen wat EU-leiders zelf eerder Albanese «terroristen en bandieten» noemden.

Westerse inmenging en Balkangeweld gaan hand in hand. Waar vroeger Balkankrachten openlijk tegen elkaar werden uitgespeeld wegens geostrategische belangen van de grootmachten, doen westerse naties zich nu graag voor als morele waakhonden. Pappen en nathouden, is wat het Westen sinds 1991 heeft gedaan. Om dan uiteindelijk, als de frustratie over het uitblijven van enig effect zich diep heeft ingevreten, partij te kiezen en al het genuanceerde werk van jaren eerder teniet te doen. Een ongehoorde verspilling van tijd, talent en mensenlevens. Deze dagen zijn van het westerse bemoeiproces gelijktijdig twee verschillende stadia te zien.

Joegoslavië heeft na een harde politieke strijd een decreet aangenomen dat het mogelijk maakt van oorlogsmisdaden verdachte onderdanen uit te leveren aan het Joegoslavië Tribunaal. Dat gebeurde onder enorme westerse druk en met meer dan een miljard dollar als chantagemiddel. Het Westen heeft na jaren gelapzwans in de Kroatische, de Bosnische en de Kosovaarse oorlog gekozen tegen Milosevic. Dus hij moet en zal worden uitgeleverd, ook al wilde Joegoslavië hem eerst zelf berechten. Dat dat niet was voor «oorlogsmisdaden» toont de enorme kloof tussen de westerse en de Servische perceptie van de oorlogen. Het uitleveringsdecreet brengt met zich mee dat ook oud-strijders die worden beschouwd als «helden» naar Den Haag moeten. En het decreet is door het Westen «gekocht» voor hulpfondsen van meer dan een miljard dollar. Het is alles koren op de molen voor de Servische nationalisten die nu juist de wind uit de zeilen genomen moet worden. «Hag» («Den Haag» op zijn Servisch) zal tot in lengte van dagen worden beschouwd als een instituut van de vijand.

In Macedonië bevindt de bemoeizucht zich nog in het stadium van het pappen en nathouden. Nu de strijd zich in een essentiële fase bevindt, veroordelen de westerse leiders plotselin de Macedonische regering (nu nota bene een nationale coalitie waaraan ook de twee Albanese partijen deelnemen) voor haar militaire optreden, en onderhandelt Kfor zelfs met de Albanese «terroristen en bandieten». Waar het Westen onomstotelijk duidelijk had moeten maken dat terrorisme nooit zal leiden tot politieke rechten, zorgde het juist voor een ongekende radicalisering onder de etnische Macedoniërs. Het parlement werd bestormd en «alle Navo-types» werden doodgewenst.

Het had ook anders gekund. De democratische regering van Servië heeft rond Presjevo laten zien hoe je een politieke guerrilla aanpakt: start een serieuze dialoog met de lokale bevolking en verpletter de rebellen militair. Dat moet ook de koers van het Westen zijn. En wat betreft Milosevic en andere verdachten: waarom niet éérst de eigen bevolking met ze laten afrekenen, alvorens ze internationaal te berechten?