Menno Hurenkamp

Balkenende

Precies een jaar geleden schreef ik hier dat het goed zou zijn voor het landsbelang als premier Balkenende een weekje Center Parcs zou nemen. Dat lag voor de hand. Hij maakte een wat overspannen indruk, de premier. Onhandig gemanoeuvreer in affaires rond het koninklijk huis en een wazig verhaal over waarden en normen maakten dat Balkenende geen steady indruk wekte. Hij wist het rommelige beeld dat was ontstaan na het optreden en uiteenvallen van zijn eerste kabinet niet weg te nemen.

In het afgelopen jaar maakte hij een stabielere indruk. Van een pedante kluns werd hij een pedante premier, zonder dat veel van zijn eigen verdiensten in beeld kwamen. De benoeming van De Hoop Scheffer als secretaris-generaal van de Navo straalde ook op Balkenende af. De crisis in Irak eiste veel aandacht op, maar Balkenendes steun aan het steeds problematischer Amerikaanse ingrijpen werd nooit echt bevraagd. Zijn binnenlandse optreden bleef niet-overtuigend. Het waarden-en-normendebat heeft in de media veel losgemaakt, maar gewone mensen zegt het nog altijd weinig. Nieuwe opvattingen daarover stammen eerder uit de door de Tweede Kamer aangejaagde discussie over integratie. De kenniseconomie, een tweede prioriteit van de premier, is ook nog niet uit de verf gekomen. Die economie werkte van meet af aan niet mee. Het was dus te verwachten dat coalitiepartner en informeel VVD-baas Jozias van Aartsen het vuur zou openen, zoals hij eerder deze week deed met de uitspraak dat Balkenende daadkracht mist.

Balkenendes derde prioriteit, Europa, moet het bewijs voor die daadkracht worden. Met de historisch ongeëvenaarde uitbreiding van Europa in het verschiet lijkt het voorzitterschap van de EU een schitterend terrein om zich te bewijzen. Vervelend is dat iedereen ontevreden is over die uitbreiding. Dat met de groei van de Unie de kans op oorlog afneemt, raakt niemand nog. Oorlog komt niet meer uit buurlanden maar uit bompakketten. Oude lidstaten en hun inwoners vinden de uitbreiding duur of gevaarlijk. De nieuwe lidstaten en hun burgers vinden de toetredingseisen vernederend of bedreigend. Het ongenoegen vraagt van politieke leiders een offensieve reactie — met inspirerende plannen of ten minste het overtuigend en hardop afwegen van voor- en nadelen.

Of Balkenende dat misnoegen wel wil aanvechten is de vraag. Hij is tot nu toe geen geloofwaardige Europeaan. Omdat hij kritiekloos achter het Amerikaanse beleid aan loopt. Omdat hij zich druk maakt om het belang van de eigen cultuur, in plaats van zijn onderdanen te vertellen dat die cultuur volkomen verweven is met een veel grotere Europese identiteit. De ambitie van het kabinet is aan burgers laten zien dat Europa «best belangrijk» is, en in het dagelijks leven zeer aanwezig. Die ambtelijke opstelling garandeert wellicht een half jaar voorzitterschap zonder kleerscheuren, maar is het een passende omlijsting bij de totstandkoming van een geheel nieuwe EU, en drukt iemand die minister-president, leider, baas wil blijven zijn politieke prioriteiten zo uit? Op een retorische vraag verwacht men geen antwoord, zou die minister-president zelf parmantig opmerken (hij was tenslotte ooit professor).