Experts over het Irak-rapport

‘Balkenende-bashen is te makkelijk’

Historicus Christ Klep en defensiedeskundige Rob de Wijk vinden dat de ophef in Den Haag over het Irak-rapport voorbijgaat aan ‘hoe de dingen werken op dit gebied’.

Medium davids

NA DE PRESENTATIE van het Irak-rapport van de commissie-Davids reed militair historicus Christ Klep van Den Haag naar Hilversum. Hij zou bij Nova in de uitzending komen. Op de autoradio volgde hij de ontwikkelingen. Hij hoorde de eigenwijze reactie van Balkenende, die de belangrijkste conclusies van tafel veegde, en het onaanvaardbaar dat de PVDA daar ogenblikkelijk over uitsprak. Twee regeringspartijen die al luttele uren na de presentatie van een snoeihard rapport met elkaar in de clinch liggen: dat is smeuïger nieuws dan de ingewikkelde materie van het rapport zelf. Terwijl Klep onderweg was hing Nova aan de lijn om hem af te bestellen. ‘Het politieke gevecht gaat nu even voor’, was de boodschap. Ook het Kamerdebat de volgende dag ging over de gewraakte reactie van de premier en geen seconde over de inhoud van het onderzoek.
'Het rapport is munitie geworden in het Balkenende-bashen, maar dat is te makkelijk’, zegt Klep. 'Het is heel belangrijk dat er een inhoudelijke discussie komt. Wat mij betreft gaat die met name over de grote invloed van het parlement op het buitenlandbeleid. Dat vereist vertrouwen in de regering, want het is volkomen onvoorspelbaar. Dus moet je de regering ruimte bieden om op ontwikkelingen in te spelen. In het rapport-Davids bespeur ik de teneur dat meer controle door het parlement leidt tot een beter buitenlandbeleid. Ik betwijfel of het zo werkt.’
Ook defensiedeskundige Rob de Wijk vindt dat de ophef voorbijgaat aan 'hoe de dingen nu eenmaal werken op dit gebied’: 'We moeten het wel in perspectief plaatsen. Het lijkt nu bijna of we hebben meegedaan met de oorlog, maar we zaten niet in de Coalitie. We hebben politieke steun gegeven aan iets wat maximaal fout was en de vraag is waarom dat gebeurde. Het antwoord is dat in het buitenlandbeleid nu eenmaal al zestig jaar lang een Atlantisch perspectief heerst. Dat wordt niet zomaar overboord gezet omdat een deel van de Kamer moeilijk doet. Dus volgen wij de Amerikanen.’

HET VORIGE WEEK dinsdag gepubliceerde rapport van de Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak, voorgezeten door de oud-president van de Hoge Raad Willibrord Davids, bevatte 49 heldere conclusies. Enkele daarvan domineerden dagenlang het nieuws.
Ten eerste: er was geen volkenrechtelijke legitimatie voor de oorlog; ten onrechte beweerde de regering dat er geen nieuwe Veiligheidsraad-resolutie nodig was, aangezien de term serious consequences in resolutie 1441 in combinatie met eerdere resoluties het toepassen van geweld zou legitimeren.
Ten tweede: Buitenlandse Zaken, onder leiding van minister De Hoop Scheffer, bepaalde al in een vroeg stadium zonder overleg met andere ministeries de beleidslijn, nota bene in een brainstormsessie van nog geen uur: steun aan de Britten en de Amerikanen, no matter what.
Ten derde: de kwestie van de volkenrechtelijke legitimatie werd aan die steun ondergeschikt gemaakt en uit inlichtingenrapporten en de rapportages van wapeninspecties werd slechts gebruikt wat de Atlantische beleidslijn ondersteunde.
Binnen en buiten de politiek leidden deze onderzoeksconclusies tot verontwaardiging. Rob de Wijk en Christ Klep, beiden expert op het gebied van veiligheidsbeleid, reageren echter nuchter. In twee apart gevoerde gesprekken zetten zij hun visies uiteen.
Rob de Wijk: 'Buitenlandse Zaken bepaalt of Nederland steun geeft aan een oorlog of een vredesoperatie. Het ministerie kijkt daarbij naar de positie van Nederland in de buitenlandse politiek. In de kwestie-Irak ging het eigenlijk alléén om het volgen van de Verenigde Staten, want dat werd in ons belang geacht. Daar kun je verontwaardigd over doen, maar zo gaat het dus altijd.’
De Wijk wijst op de oorlog om Kosovo in 1999, toen de Navo overging tot het bombarderen van Servische militaire doelen en zich later ook richtte op strategische infrastructuur zoals bruggen, wegen en elektriciteitscentrales. Het bombardement op het hoofdkwartier van de Servische staatstelevisie (zestien doden) was volgens Amnesty International zelfs 'een moedwillige aanval op een burgerobject en daarmee een oorlogsmisdaad’. Die oorlog, waaraan Nederland bijdroeg met een recordaantal bombardementsvluchten van F16’s, had evenmin een volkenrechtelijk mandaat. Er was geen resolutie van de Veiligheidsraad die geweld legitimeerde; de Navo zei in te grijpen om een humanitaire noodsituatie het hoofd te bieden. De sluitendheid van die redenering wordt nog altijd door volkenrechtjuristen betwijfeld.
'Vanaf het moment dat er gebombardeerd werd, werd het in Kosovo een nog grotere rotzooi dan het al was’, zegt De Wijk. 'De Navo riep dat de Serviërs genocide pleegden, maar daarvoor is nooit bewijs geleverd. Maar ja, Milosevic is geëindigd in de gevangenis, dus had niemand het meer over de omstandigheden. De winnaar heeft altijd gelijk. Als het goed was gegaan in Irak was er niets aan de hand geweest. Zo simpel is het nu eenmaal in de buitenlandse politiek.’

DE ONDERZOEKSCOMMISSIE stelt dat 'sommige ambtenaren’ op het ministerie van Buitenlandse Zaken 'een onevenredig grote invloed hebben gehad op de door Nederland te kiezen beleidslijn’. Directoraten, zoals die van juridische zaken, die kritiek hadden op de beleidslijn werden genegeerd. De regering 'verschanste’ zich achter de keuze om de Britten en Amerikanen te steunen. Christ Klep: 'Davids kritiseert in feite een tunnelvisie bij Buitenlandse Zaken, maar die is niet nieuw. Sterker, die heerst in zekere mate op elk departement. Blijkbaar verwacht de commissie dat de minister een blanco blad is en dat hij zich laat adviseren door de knapste koppen van het ministerie. Dat zou een ideale situatie zijn, zo werkt het helaas niet. Er is concurrentie tussen allerlei afdelingen en de minister heeft ook zo zijn opvattingen. De ambtelijke top van het ministerie is conservatief en overwegend Atlantisch gericht en De Hoop Scheffer was zelf ook een Atlanticus. Wat verwacht je dan? Dat Buitenlandse Zaken opeens een volslagen andere lijn kiest in het buitenlandbeleid?’
In het rapport wordt kritisch geschreven over de 'Atlantische reflex’, maar volgens Klep zijn er gegronde redenen voor oriëntatie op de Britten en de Amerikanen in het veiligheidsbeleid: 'We zijn een maritieme, handelvoerende natie, net als zij. Bovendien vormen de Amerikanen de militaire elite. In het veiligheidsbeleid kies je voor zekerheid, want een verkeerde beslissing kun je niet even terugdraaien. Het volgen van de Amerikanen was nu eenmaal de veiligste troefkaart, ook al kregen we Guantánamo Bay er gratis bij.’
OVER HET ONTBREKEN van een volkenrechtelijk mandaat schrijft de onderzoekscommissie: 'Deze bijna totale verdwijning van de juridische bezwaren tegen eenzijdig optreden kan nauwelijks gezien worden als een compliment voor het Nederlandse besluitvormingsproces.’ Maar ook hierover zijn de experts genuanceerder.
De Wijk: 'Ik begrijp heel goed dat volkenrechtelijke aspecten terzijde worden geschoven voor het Nederlandse belang. Het bondgenootschap met Amerika wordt nu eenmaal belangrijker geacht dan het stipt naleven van het volkenrecht. Dat betekent niet dat ik het goedkeur, maar het is een rationele beslissing die vanuit het Nederlandse belang verdedigd kan worden.’
Klep: 'Was er een alternatief? Bij Buitenlandse Zaken besefte men dat een nieuwe resolutie geblokkeerd zou worden door Frankrijk, Rusland en China. Bovendien was 1441 destijds bedoeld als de ultieme resolutie, de allerlaatste waarschuwing. Dat was voor iedereen duidelijk.’ Volgens Klep leidde later de strijd van Frankrijk, Duitsland en China met de Amerikanen en de Britten tot nieuwe resoluties. Dat was politiek, met volkenrecht had het niets te maken. 'Dus het was minder gek dan we nu denken dat het kabinet destijds vasthield aan 1441.’

DE VERONTWAARDIGDE REACTIES op het rapport-Davids tonen dat het Nederlandse publiek in een droomwereld leeft waar het de Nederlandse deelname aan gewelddadige operaties betreft. Militaire inzet wordt door het kabinet nooit 'oorlog’ genoemd en de achterliggende belangen komen doorgaans niet in debatten aan de orde. Het bevorderen van de internationale rechtsorde is zelfs als plicht opgenomen in de grondwet. Maar of dat het volkenrecht, met zijn verbod op de agressieoorlog, heilig maakt?
Klep: 'Om de paar jaar komen we voor vrij fundamentele keuzes te staan in ons veiligheidsbeleid, afgedwongen door de VS. Doen jullie mee of niet? Dat was het geval bij Kosovo, bij Irak, bij de commando’s in Zuid-Afghanistan, bij Uruzgan. Dan zie je steeds dat Nederland meegaat in de Amerikaanse lijn, welke regering er ook zit. Ook zie je steeds dat de regering zo'n beslissing altijd overgiet met een ideële saus.’
Volgens Klep leeft bij Buitenlandse Zaken het idee dat de missies niet verkocht kunnen worden voor wat ze zijn: onderdeel van een Atlantische coalitiepolitiek, gekozen uit eigenbelang: 'Blijkbaar denkt het ministerie dat de mensen een missie alleen accepteren als gepretendeerd wordt dat we goed willen doen in de wereld.’
De Wijk: 'In de kwestie-Irak ging het er niet om de wereld mooier te maken, ook al werd ons dat verteld. Het ging puur om het volgen van de machtige Amerikaanse bondgenoot. Dat is verdedigbaar.’ Dat betekent niet dat De Wijk achter die oorlog stond. Daar is meer voor nodig dan een geldige reden om ten strijde te trekken: 'Ik ben bijna altijd tegen. Sun Tzu stelde het al vast en Von Clausewitz deed dat later opnieuw: als de middelen waarmee je een oorlog vecht niet zijn afgestemd op het doel dat je wilt behalen, is het een verloren zaak. Dus stel ik mij altijd eerst de vraag: zijn er vitale Nederlandse belangen in het geding? Nee? Dan doen we wat mij betreft niet mee. Zo ja, dan is de vraag: is er een duidelijke doelstelling en hebben we de middelen om die te behalen? Niet? Dan zou ik zeggen: thuisblijven. Helaas is de makke van politici dat ze geloven in een zaak: “We moeten meer doen voor Afrika”, of: “Die meisjes moeten toch naar school”. Allemaal ideologie. Dat bemoeilijkt het maken van een scherpe afweging. En tóch moet die er komen, want het gaat niet om iets onbetekenends. Het gaat om oorlog en vrede.’
Opvallend is de nadruk die in de verkooptactiek van verschillende kabinetten steeds wordt gelegd op de internationale rechtsorde, terwijl Buitenlandse Zaken volgens Klep helemaal niet zo VN-minded is. Ook Balkenende beweerde dat de Irak-oorlog legaal was. Maar hij wist dat dit niet klopte vanwege rapportages van de juridische afdelingen van Buitenlandse Zaken en Defensie. Klep: 'In het parlement en daarbuiten vinden we dat het volkenrecht heilig moet zijn. Dat is ons aangeleerd. De onderliggende werkelijkheid voor beleidsmakers is echter anders. Net als bij Hugo de Groot geldt dat we steunen op het volkenrecht zolang dat in ons eigen belang is.’

Foto: Chris Kleponis/EPA/ANP