Hoofdcommentaar: Noord-Korea

Balkenende en Kim Jong-il

Het is in de Nederlandse politiek een beproefde methode: wie een pijnlijk probleem onder ogen moet zien, kijkt de andere kant op.

In de Verenigde Staten kennen ze die truc niet. De Amerikaanse Senaat bereidt sinds begin vorige week een onderzoek voor naar de feitelijke houdbaarheid van motivatie en argumentatie voor de oorlog tegen Irak. In het Britse Lagerhuis heeft premier Tony Blair een vergelijkbaar verzoek een paar dagen later alleen dankzij de fractiediscipline van Labour weten af te wenden.

Een eerste aanleiding tot deze zelfreflectie in politieke kring is onder meer een interview met onderminister Wolfowitz van Defensie. De adjunct van Rumsfeld gaat in het zomernummer van Vanity Fair zeggen dat de vermeende massavernietigingswapens van Irak zijn gebruikt om de «regeringsbureaucratie» in Washington tot zwijgen te brengen en State Department en Pentagon op één lijn te krijgen. De tweede aanleiding is het feit dat er in Irak tot nu toe geen massavernietigingswapens zijn gevonden, hoewel Saddam Hoessein die volgens Blair in drie kwartier in stelling had kunnen brengen.

Aan het Binnenhof heerst echter de rust van het kerkhof. PvdA-parlementariër Bert Koenders vroeg vorige week de regering om «opheldering». De SP deed er een schepje bovenop en eiste een parlementair onderzoek naar het «waarheidsgehalte» van de informatie die Nederland ertoe bracht de oorlog politiek te steunen.

Opheldering noch waarheid ligt in het verschiet. Minister Jaap de Hoop Scheffer was er afgelopen vrijdag als de kippen bij om de vragen van de oppositie te ontmantelen. «Het is niet aan de regering om een oordeel uit te spreken over uitspraken van leden van de Amerikaanse regering over de redenen die in de VS hebben geleid tot militair ingrijpen», aldus De Hoop Scheffer. Om vervolgens de redenering in een handomdraai op haar kop te zetten: «De regering gaat uit van hetgeen van de kant van de Amerikaanse regering wordt gesteld. De Amerikaanse regering huldigt niet het standpunt dat er geen massavernietigingswapens gevonden zullen worden.»

De pirouette illustreert het buitenlands beleid in een semantische notendop. In het jargon van het heersende tijdperk-Bal kenende heet dat «wisselen». Sinds hij premier is, is de CDA-leider namelijk niet in gesprek of desnoods in debat. Nee, hij «maakt een punt» en «wisselt» vervolgens ideeën, meningen en eventueel standpunten. Wie hem over zo’n punt een vraagt stelt, krijgt het antwoord dat hij er graag over wil «wisselen». Wie hem kritiseert, hoort dat alles nu wel is «gewisseld».

Toch is deze verbluffende vorm van dialoog niet al te lang meer vol te houden.

De kwestie van de massavernietigingswapens heeft voor de oorlog om Irak weliswaar achteraf geen betekenis meer. Die is voorbij. Ook al is er nog lang geen sprake van Iraqi Freedom — om de dag sneuvelt er momenteel een Amerikaanse soldaat in het bevrijde Irak — de wereld is een massamoordenaar armer. Daarover rouwen alleen collega-criminelen van Saddam Hoessein en onverbeterlijke anti-Amerikanisten. Maar voor de bestrijding van massavernietigingswapens elders in de wereld heeft het leugentje voor eigen bestwil van Wolfowitz en Blair wel degelijk gevolgen. Wie gelooft ze op hun woord?

Noord-Korea heeft daarom openlijk de aanval gekozen. Kim Jong-il erkent sinds Pinksteren zonder omhaal dat hij kernwapens wil hebben. Hij toont zich daarmee een goede leerling van Josif Stalin, een alerte analyticus van de Golfoorlog en een huiveringwekkende experimentator. De diagnose in Pyongyang is helder. De oorlog tegen Irak is mede zo overrompelend geweest omdat Saddam geen vinger aan de trekker van massavernietigingswapens had. Om een oorlog tegen massavernietigingswapens te voorkomen, moet je ze juist hebben. De Sovjet-Unie heeft haar massagraven tot 1990 immers ook kunnen verdonkeremanen.

Komend jaar staat Noord-Korea in het centrum van de aandacht. Als de coalitiepartners tegen terrorisme en schurkenstaten trouw aan zichzelf zijn, moeten ze in actie komen.

Wat doet Nederland dan? Het tweede kabinet-Balkenende is namelijk intern veel minder coherent dan de coalitiepartners CDA, VVD en D66 willen weten. Van de drie partijen is alleen de VVD van meet af aan helder over Irak geweest. De VS en Groot-Brittannië dienden inderdaad te worden gevolgd. Maar dat de Nederlandse regering haar politieke steun niet met militaire steun complementeerde, vond de VVD onjuist. «Politieke steun geven en dan militair boycotten, is hypocriet», aldus de liberalen aan de vooravond van de operatie Iraqi Freedom. D66 hing in die dagen nog aan de andere kant van het schip. Thom de Graaf, toen buitenlandwoordvoerder, plaatste indertijd «essentiële» vraagtekens bij de «legitimiteit en opportuniteit» van gewapend ingrijpen. Zonder VN-resolutie was oorlog voor hem «niet acceptabel». CDA’er Camiel Eurlings stond indertijd tussen VVD en D66 in: het was helaas onvermijdelijk.

Deze drie partijen moeten zich nu gaan voorbereiden op de kwestie-Korea. Een sleutelrol kan daarin worden gespeeld door met name China en in mindere mate Rusland en Japan. Dat vereist wel een wat multilateralere koers dan de Verenigde Staten tot nu toe varen. Want als de VS geen ruimte geven aan de Aziatische grootmachten, kan het link worden.

De tussenpositie van het CDA zal de regering tegen die tijd weer van pas komen. Nederland is zo soeverein dat het de bondgenoten soeverein ongestoord kan volgen.

Voor de rust aan het Binnenhof is dat een mooie plek. Iedereen kan er naar hartelust standpunten «wisselen» à la Jan Peter Balken ende zonder dat er iets van plaats verwisselt. Maar met buitenlands beleid heeft het niets te maken.