Kees ‘t Hart

Ballen

In Het Volkskrant Magazine van vorige week een interview met de 61-jarige couturier Frans Molenaar. Zo snel mogelijk lezen. Vraag van interviewer Gert Jonkers: «Hoe wordt de nieuwe wintercollectie?» Zegt Molenaar: «Schitterend.» Ze rijden samen naar Utrecht. Ik mee. Mijn inlevingsverlangen neemt alweer snel een zeer hoge vlucht. Wat bespreken we allemaal, wat zeggen we, wanneer mag ik ook meedoen?

Ik zit achter in de auto, al jaren. Ik beloof absoluut niks te zullen zeggen, mij hoor je niet. Een week later gaan we volgens het artikel uit dineren, ik mag weer mee. Zegt Gert Jonkers: «Zou je willen dat ik je nu versier?» De beslissende Martinus Nijhoff-zin. Waarover zou je willen dat ik schrijf? Wat een zin! Zou je willen dat ik je nu versier? Waarover zullen we het hebben? Tintelend. Zegt Frans Molenaar: «Nou nee, ik probeer alleen maar uit te leggen… Bovendien laat jij je snor staan, daar hou ik dus helemaal niet van. Je scheert je ballen toch wel, mag ik hopen?» Ik hou me muisstil achter in de auto, ik ben er niet, van mij hebben ze geen last. Mag ik hopen.

Vandaag ga ik mijn ballen scheren, ik ben ermee opgestaan, heb mijn scheerapparaat bezichtigd. Wat doe je schat? O, ik kijk even naar het scheerapparaat. Zou je de vuilniszakken niet even buiten zetten? Daarna de hond uitlaten, uitstellen dus, zachtjes in mezelf praten. Ben je wel volkomen eerlijk, of is het alleen je eeuwige inlevingsverlangen dat je ooit ook ertoe heeft aangezet een paar maanden lang een Helmut Schmidt-schipperspetje te dragen? En toen je een sik had? Was dat wel je eigen sik? Of in de tijd van de hoge schoenen, droeg je wel je eigen hoge schoenen of waren het toch weer die van anderen die je geschikt probeerden te krijgen voor hún hoge schoenen? Hoe scheer je je eigen ballen? Met een scheermes. Terug met hondje mee naar huis, gewoon deur opendoen, hondje naar mand begeleiden. Hoe zeg ik dit precies tegen haar? Hallo schat, ik ga even mijn ballen scheren. Nee, zo moet het niet, het moet volkomen vanzelfsprekend zijn. Ik heb vanmiddag mijn ballen even geschoren, dat moet ik zeggen. O, nou, dat is fijn voor je, dat zegt zij dan. Of gewoon niks zeggen en het doen.

Ga je vanmiddag nog de stad in? Hoe bedoel je? Nou, of je de stad in gaat? Ik weet het nog niet, wil je me weg hebben? Ik wil je helemaal niet weg hebben. Maar waarom zeg je het dan? Zomaar. Maar als jij wilt dat ik de stad in ga dan ga ik de stad in hoor. Van mij hoef je de stad niet in, je kunt rustig thuisblijven. Wat ga jij dan doen? Ik ga een beetje boven werken. Wat doe je eigenlijk met dat scheermes in je hand? O, dat. Ja, dat. Nou, ik wilde even kijken of het nog goed scherp was. Maar je hebt je vanmorgen toch al geschoren? Ja, dat is waar, nou ik ga naar boven hoor. Als je me nodig hebt dan roep je wel, hè? Ja, dan roep ik wel.