Grootstedelijke kunst

Ballet van waterkanonnen

Kunstcentrum De Appel brengt met de tentoonstelling Artificial Amsterdam een ode aan de hoofdstad. In het Stedelijk Museum fileert kunstenaar Erik van Lieshout de grondvesten van Rotterdam. Waar vinden kunstenaars vandaag de stad?

Amsterdam vanuit de lucht. Een web van grachten en bruggen, de grootste drukte gevangen in het hart van de stad, de Dam. Het toonbeeld van zorgvuldig geconstrueerde architectuur, tegenwoordig Unesco Werelderfgoed. In Een fotograaf filmt Amsterdam (1982) filmt Ed van der Elsken zijn stad, eerst vanuit een cirkelend vliegtuigje, later vanaf de grond. Het is hier, op straat, dat hij de flitsende jeugdcultuur van de jaren tachtig vastlegt. Hij zoomt in op vrouwen in hotpants, flirt met een meisje met twee verschillende kleuren sokken aan haar voeten in een bushokje en roept iets bijdehands naar een stoere jonge vader op een gezellig druk terras. Dit is Amsterdam op-en-top.

Dertig jaar later is de stad als kunstwerk een beproefd genre. De tijdgeest sijpelt nog altijd door de rasters van de stadsplattegrond heen en kunstenaars trekken als sociologen over straat om eigenaardigheden op te tekenen. Met undercover-interventies lokken ze zelf nieuwe activiteiten op onverwachte plekken uit. Vaak met de voorbijganger als nietsvermoedend hoofd­personage, en de kunstwereld die zich staat te verkneukelen om de hoek.

Kunstcentrum De Appel brengt in de tentoonstelling Artificial Amsterdam 25 kunstenaars bijeen, grotendeels afkomstig van de Rijks­akademie en de Ateliers, met de stad als hun jachtterrein. De Dam blijkt als filmdecor nog altijd in trek. Linda Bannink (1975) filmde hier het levende standbeeld Magere Hein, een van haar acht ‘stadsportretten’ in de tentoonstelling. Toeristen van allerlei pluimage lopen voor haar camera langs en de spanning loopt op wanneer de Dood, leunend op zijn zeis, onrustig om zich heen begint te kijken. Als de kerkklokken slaan, kijkt hij verschrikt omhoog naar de tijd.

Na de jaren tachtig van Ed van der Elsken vervolgt de tentoonstelling met de jaren zestig, toen het gebouw van De Appel aan de Prins Hendrikkade als poppodium Fantasio wereldfaam genoot. Jan Rothuizen (1968) legde de geschiedenis van deze ontmoetingsplaats van vrijdenkers vast in een wandvullende tekening in zijn verhalende tekenstijl, voorzien van veel tekst. In dit pand gedoogde men voor het eerst het gebruik van softdrugs. Hier werden de grenzen van de vrije seksuele moraal naar hartelust afgetast en kon men naar seksfilms kijken, geleend uit de eerste seksshop van het land, op de Wallen. De zusjes Zavelberg liepen er poedelnaakt rond in slechts een kartonnen koker. Dat soort herinneringen. Artificial Amsterdam kabbelt minstens zo nostalgisch door de eerste zalen als een rondvaartboot door de grachten.

In een video uit 1987 rijden zwaar beschadigde trams, met vlammen die uit de ramen slaan, over de Dam en kletteren auto’s van grote hoogte op de keien vlak voor het Paleis, en vlak voor een massaal toegestroomd publiek. In een uitgebrand tramstel draait een auto rond als een varken aan een spit. Dit optreden van de Franse straattheatergroep Royal de Luxe kon toen ongehinderd door strenge veiligheidsvoorschriften en bureaucratische vergunningendrift plaatsvinden, merkt De Appel in de zaaltekst op.

Een botsing tussen de rechtlijnigheid van de grachten en de vrijzinnigheid van de inwoners – dat wás Amsterdam. Maar hoe laten kunstenaars zich vandaag door de stad inspireren? In De Appel vaak op een heel abstract niveau, blijkt in de zalen die volgen. In Staging Silence (2) (2013) bouwen de handen van de Belgische kunstenaar Hans Op de Beeck (1969) een stad van suikerklontjes. Vervolgens pakken ze een gieter en besproeien ze de huizen en wolkenkrabbers met water, totdat de zoete bouw­stenen verzadigd raken, langzaam krimpen en ten slotte volledig verdwijnen. In een volgende scène planten de handen boompjes op het lege podium en strooien ze suikerkorrels als sneeuw op de grond. De eenvoud van deze huis-tuin-en-keukenstad is treffend.

Van totaal andere aard is het werk van de Spanjaard Fernando Sánchez Castillo (1970), die een haast ontroerende choreografie voor ballet dansende waterkanonnen ontwierp. In de video Pegasus Dance (2007) draaien en spuiten twee pantserwagens als lichtvoetige dansers om elkaar heen, op een verlaten terrein in de Rotterdamse haven.

Als deze kunstwerken iets communiceren over de staat van de hedendaagse stad, dan is dat een verlangen naar vrijheid. Om hoogbouw zacht te kunnen laten smelten of te dansen met een pantserwagen. Vrijheid is niet altijd te lokaliseren en de kunstenaars die hier in De Appel wel een poging toe doen, belanden op een dood spoor. James Beckett (1977) bijvoorbeeld trok speciaal voor Artificial Amsterdam naar Amsterdamse schoolpleinen, vergezeld van twee Engelse wichelroedelopers. Beckett zette deze archaïsche onderzoeksmethode, waarbij twee stokjes de weg naar water of edelstenen moeten wijzen, in om de historische functies van de speelplaatsen te achterhalen. In de zaaltekst zegt hij: ‘Interactie met de geschiedenis heeft geen vaste uitkomsten. Hoe losser ik het houd, hoe rijker de resultaten kunnen zijn’. De zoektocht resulteerde in een moeilijk te doorgronden installatie met een collectie wichelroedes, onverstaanbare geluidsfragmenten en een partij stoeptegels.

Lara Almárcegui (1972), die dit jaar Spanje vertegenwoordigt op de Biënnale van Venetië, speurde al in 2000 naar ‘afwijkende’ plekken in Amsterdam. Haar Wasteland Map Amsterdam toont dat er op dat moment onder meer driehonderd vierkante meters aan de Haarlemmerstraat 106 onbenut bleven en vijfhonderd vierkante meter aan de Keizersgracht 268-270 braak lag. Het avontuur ligt in deze wastelands volgens Almárcegui gewoon op ons te wachten. Ze zette haar zoektocht voort in andere delen van de wereld. In onder meer Taipei wist ze landeigenaars en overheden ervan te overtuigen stukken verloren land de officiële status van ‘permanent braakliggend terrein’ te geven.

Maar wat de kunstenaars nu precies met hun vondsten willen doen, dat wordt in De Appel niet duidelijk. Egle Budvytyte (1982) en Bart Groenendaal (1975) doen in een fotomontage een voorstel voor een tekst op de muren van het buitenverblijf van de leeuwen in Artis: ‘Something is not right here.’ Kunstenaar Inti Hernández (1976) zit in de fotoserie Shared Experience (2005) op zijn hurken bij een opengebroken stoep. Hij drukt vormpjes in het zand met het patroon van de keukenvloer uit zijn huis in Cuba, als een kind in een zandbak. Hernández annexeerde de openbare ruimte kortstondig, zónder vergunning, verzucht de zaaltekst. Spannender dan dat wordt het in De Appel niet. Een spektakelshow van brandende trams in 1987 is vervangen door blussende waterkanonnen op een veilig afgelegen terrein.

wat een mistroostigheid, ingegeven door een geïdealiseerd verleden, vrij van bureaucratie en vol ruimte voor spontaniteit. Alsof vergunningen creativiteit in de weg zouden staan en regels niet bestaan om er een eigen weg in te vinden. Kunstenaar Erik van Lieshout bijvoorbeeld had wel een plan voor een leegstaande plek. In de film Commission (2011), een recente aankoop van het Stedelijk Museum en daar in een speciale zaal te zien, opent Van Lieshout een winkel in het Rotterdamse winkelcentrum Zuidplein.

Zuidplein werd in 1962 gebouwd op een wasteland, ingeklemd tussen metro en snelweg. Destijds gold overdekt winkelen als een revolutionair concept en Zuidplein werd gelanceerd als het toonbeeld van grootstedelijke harmonie. Een halve eeuw later blinkt het winkelcentrum vooral uit in veiligheid. In 2003 werden er 53 vaste camera’s geïnstalleerd en elf camera’s met een zoomfunctie, volgmogelijkheden en infrarooddetectoren, zo vermeldt de website. In 2005 werd hier automatische gezichtsherkenning op het winkelende publiek getest. In 2007 volgden 27 bestuurbare camera’s rond het Zuidplein. Samenscholen is hier verboden. Vandaag worden jongeren bij de ingang vanaf metrostation Zuidplein geweerd met hoogfrequente tonen, alleen hoorbaar voor een bepaalde leeftijds­categorie.

Op weinig plekken botsen architectuur en mensen zo frontaal op elkaar als in een overdekt winkelcentrum en op uitnodiging van Sculpture International Rotterdam bracht Erik van Lieshout (1968) deze dynamiek van het moderne winkelen in beeld. Iedere ochtend schuiven de winkelpuien piepend omhoog, langzaam de benen onthullend van de winkelmeisjes die er al achter staan te wachten. De kunstenaar struint wat rond met zijn camera, maar de veiligheid waar Zuidplein prat op gaat, kent een keerzijde. Filmen is verboden, overal wordt hij weggestuurd. De winkeliers zijn stug. De toilet­juffrouw, voor wie Zuidplein, zoals Van Lieshout vaststelt, haar huiskamer is, denkt met weemoed terug aan vroeger. De enige manier om hier echt aanwezig te zijn, is door zelf een winkel te openen. Van Lieshout huurt voor vijfduizend euro per maand een winkelpand annex film­studio waar hij een assortiment troep in uitstalt. Een scheve stellage fungeert als een waterval van schroeven, kabels en strengen knoflook. Aan de muren hangt hij posters van Pim Fortuyn, Ahmed Aboutaleb en Rem Koolhaas, om de tongen van zijn klanten wat los te maken. ‘Echte luxe is niets kopen’, prijkt in grote letters boven de deur. Van Lieshout duikt midden in het bureaucratische bolwerk van regels en moordende concurrentie. Het levert hem een volstrekt eigen dynamiek op, en vrijheid. Rotterdammers wandelen zijn winkel in en uit en spuien openlijk hun meningen over veiligheid, politiek, consumeren en echte luxe. ‘De koning is klant’, mompelt een man die verbouwereerd naar de voorjaarscollectie puinhoop staart. Winkeliers informeren of Van Lieshout wel lid is van de winkeliersvereniging.

Met Commission weet Van Lieshout de machteloosheid van de bewoners om hun Rotterdam naar wens in te richten raak te portretteren. Tegelijkertijd brengt hij de grenzen van de kunstenaar om de stad in een kunstwerk te grijpen aan. Want waar bevindt de hedendaagse stad zich nu eigenlijk? In de stenen van de gebouwen, onder de grond, in alles wat niet mag, in de bewoners zelf? Lang na Een fotograaf filmt Amsterdam heeft Rotterdam nu een goedgelijkend stadsportret.


Artificial Amsterdam, t/m 30 oktober, De Appel, Prins Hendrikkade 142, deappel.nl. Erik van Lieshout,Commission, t/m 22 september, Stedelijk Museum Amsterdam, stedelijk.nl