Bananenschil

De Republikeinse presidentskandidaat Rick Perry heeft zijn kans op een staatsmanscarrière verspeeld. In een televisiedebat zei hij dat hij drie ministeries wilde opheffen. Dat van Handel, van Onderwijs en van… stilte. Je zag hem wanhopig in zijn hersenen zoeken. Nee, het derde ministerie wilde niet komen. ‘Oops!’ zei hij. Later bleek dat hij het ministerie van Energie bedoelde. Intussen hadden honderdduizenden mensen het op de televisie gezien, je kon er op YouTube nog eens van genieten, maar nu niet meer, want de televisiemaatschappij CNBC wil auteursrechten.

Van een andere kandidaat, Herman Cain, is bekend geworden dat hij vier vrouwen heeft geïntimideerd. Waarschijnlijk heeft ook hij zijn toekomst vergooid, hoewel dat nog niet volstrekt vaststaat. Berlusconi heeft zich aardig weten te handhaven nadat bekend was geworden dat hij een liefhebber van bungabunga-feestjes was en met een Marokkaanse schoonheidskoningin naar bed was geweest. Maar als je je niet kunt herinneren welk ministerie je wilt opheffen, ja, in verkiezingstijd is dat van een andere orde.
Het avontuur van Rick Perry doet denken aan Dan Quayle, vice-president onder George H.W. Bush (de vader). In de campagne voor hun herverkiezing in 1992 nam hij deel aan een spellingtest voor kinderen van de lagere school. Het woord potato werd hem noodlottig. Hij dacht dat het potatoe was. Ook toen was dat al wereldnieuws. Het woord ‘oops’ was nog niet in de mode. Als kandidaat voor het vice-presidentschap onder John McCain heeft Sarah Palin laten blijken dat ze dacht dat Afrika een land was en geen werelddeel. Ook die vergissing heeft even mondiale ophef veroorzaakt, maar binnen het geheel van haar optreden was het een betrekkelijke kleinigheid.
Soms houd ik mijn hart vast voor Obama. Hij heeft de gewoonte een trap in looppas te bestijgen, vaak met twee treden tegelijk. Er is een niet geringe kans dat hij dit doet op advies van zijn pr-adviseur. Een jonge wereldleider die een trap op sukkelt, geen gezicht. Maar wat zou er gebeuren als hij struikelt, als een politieke tegenstander een roe heeft losgemaakt zodat het tapijt in een verborgen hindernis is veranderd. Pats, daar ligt de wereldleider. Hij heeft zich pijn gedaan, misschien iets gebroken. Veiligheidsagenten snellen toe, hompelend wordt Obama afgevoerd. Dat komt allemaal in extenso op de wereldtelevisie, want de president wordt overal gefilmd. Het gaat eindeloos in herhaling. Er komt een zondvloed (tsunami) van grappen. Hij kan zijn herverkiezing wel vergeten. Met andere woorden, de manier waarop een politicus loopt kan een verborgen gevaar voor zijn carrière zijn. Nicolas Sarkozy en Mark Rutte nemen meer risico dan Angela Merkel en Geert Wilders.
Ik noem dit het oepsverschijnsel. Het heeft niets met politiek talent of staatsmanskunst te maken. Het bestaat dankzij de massamedia, vooral de televisie, internet en het wereldpubliek. Politicus is een moeilijk beroep waarvan veel mensen de finesse niet begrijpen, hoewel er steeds meer zijn die denken dat ze het beter weten. Vandaar dat de politicus niet alleen zijn eigenlijke werk doet maar ook voortdurend aan zijn imago bouwt. Baby'tjes optilt, kleine kinderen over het bolletje aait, zich met sporthelden vertoont, met veteranen praat. Allemaal voor de camera. Maar altijd ligt ergens de reuzenbanenenschil verborgen. En dan plotseling gaat hij, zoals het in modern Nederlands wordt genoemd, op zijn bek.
Dat wil iedereen zien. Het komt in de herhaling, in de week- en jaaroverzichten, het wereldpubliek kan er niet genoeg van krijgen. Hoe groter de schuiver die onze held gemaakt heeft, hoe beter. Het mooiste vermaak is leedvermaak.
Dat is niet nieuw. Het is verwant aan het kwaadaardige gerucht. Daarover bestaat een standaardwerk, Rumeurs: Le plus vieux média du monde, van Jean-Noël Kapferer, verschenen in 1987, vóór de periode van internet. En hoewel op internet alles te controleren valt, is het nu ook de grootste bron van insinuaties en laster. In dit opzicht werkt het als een vergrootglas waaronder een kleine vergissing tot een fatale fout wordt.
'Laster is als een zacht briesje, een vriendelijk zuchtje dat zoetjes aan begint te ruisen. Lispelend, gonzend gaat het rond, dringt behendig binnen in de oren der mensen, en doet hun hoofd en hun hersenen duizelen en opzwellen. En als het uit hun mond komt, groeit het gekakel. Het vliegt van plaats naar plaats, verdubbelt zich. Brengt een geraas voort dat de lucht doet weergalmen. Een koor van haat. En de ellendige belasterde crepeert; door dit boosaardig lot vernederd en vertrapt, onder de gesel van de mensen.’ Dit schreef Beaumarchais in 1775 in De barbier van Sevilla. Een profetische blik? De techniek wordt steeds beter, de mensen veranderen niet. Trek je conclusies.