H.J.A. HOFLAND

Bang Europa

Op de eerste dag van zijn presidentschap heeft Obama maatregelen genomen die ertoe moeten leiden dat het gevangenkamp Guantánamo op Cuba wordt gesloten. Een goed begin. Hij had het in zijn campagne beloofd. In alle campagnes wordt altijd te veel beloofd. Zo heeft hij laten zien hoe hoog het op zijn urgentielijst staat. Het concentratiekamp dat geen concentratiekamp genoemd mocht worden, waar gevangenen werden gemarteld met technieken die geen marteling mochten heten, die werden berecht in processen die niets met de westerse rechtsgang te maken hadden, Gitmo heeft de reputatie van Amerika onbecijferbaar kwaad gedaan. De nieuwe president heeft om te beginnen alle daar gevoerde processen tegen de van terrorisme verdachten 120 dagen opgeschort. Als hij woord houdt, gaat het kamp binnen een jaar dicht. De vraag is wat er dan met de gevangenen moet gebeuren.
Het is geen onverdeeld fris gezelschap. Vijf worden van medeplichtigheid aan de aanslagen van 11 september 2001 verdacht. Ze willen bekennen en dan de doodstraf krijgen om martelaar te worden. Hun leider, Khalid Sjeik Mohammed, is tegen iedere vorm van uitstel. Een andere verdachte, Said Ali al-Shihri, werd in 2007 overgedragen aan een gesticht voor heropvoeding in Saoedie-Arabië, ging daarna naar Jemen en sloot zich aan bij de plaatselijke vertakking van al-Qaeda. Bijna de helft van de overgebleven gevangenen zijn Jemenieten. Er is al overwogen ze terug te sturen, maar of dat zal gebeuren is afhankelijk van de resultaten van het Jemenitische programma tot heropvoeding. Als dat van dezelfde kwaliteit is als het Saoedische, lijkt het me geen goed idee.
De toekomst van Guantánamo en de gevangenen is niet alleen een Amerikaans probleem. Al vanaf de dag waarop het kamp in gebruik ging, is er in Amerika en Europa heftige kritiek geweest. Het water boarding waarbij de ondervraagde de overtuiging krijgt dat hij verdrinkt, het feit dat de processen in het geheim werden gevoerd, de ‘renditions’ (vakterm van de CIA voor het geheime vervoer van gevangenen naar landen waar mag worden gemarteld), de uitzichtloze rechteloosheid van de gevangenen, dat alles bij elkaar vormt een van de grote oorzaken van het groeiende transatlantische wantrouwen uit de jaren van Bush. Op de keper beschouwd behoort Guantánamo tot het grote complex van Bush. Dit is een van de juridische kanten. Zo zijn er ook de economische, de militaire, de geopolitieke. Van dit complex hebben de Europeanen buiten hun schuld groot nadeel ondervonden, om het voorzichtig te zeggen.
Nu, met president Obama, bevindt Amerika zich in de eerste dagen van zijn reclassering. We kennen Obama’s beloften. Daaraan heeft hij zijn ongekende bijval te danken. Maar de beloften moeten nog uitgroeien tot programma’s. Bij de uitvoering daarvan ontmoet het nieuwe bewind onvermijdelijk de weerspannigheid van de praktijk. Door de sluiting van Guantánamo gaat binnen afzienbare tijd een belangrijke Europese wens in vervulling. Het zou van bondgenootschappelijke solidariteit getuigen als de Europese Unie behulpzaam zou zijn bij de uitvoering van dit belangrijke programmapunt, bijvoorbeeld door het opnemen van gevangenen. In het nieuwe Washington wordt dit gezien als een lakmoesproef voor het bondgenootschap.
Europa houdt de boot af. Na de vergadering van afgelopen maandag in Brussel werd duidelijk dat geen van de 27 lidstaten bereid is een gevangene op te nemen. Portugal en Duitsland toonden zich nog het meest ontvankelijk. Nederland, bekend om zijn humanitaire instelling en rotsvaste trouw aan de Atlantische solidariteit, liet weten dat dit een zuiver Amerikaans probleem is en dat dit zo moet blijven. Bush heeft ons niet geraadpleegd toen Guantánamo werd opgericht. En nu moet zijn opvolger het sluiten. Daar hebben wij niets mee te maken. Zo vat ik het standpunt van minister Verhagen samen. Hij krijgt steun in de media. Wie weet welke terroristische smeerlappen we binnenhalen als we aan Obama’s verzoek gevolg zouden geven.
Maar Washington heeft de Europeanen nog niets gevraagd. We schreeuwen voordat we geslagen worden. Door deze weerstand bij voorbaat krijg je de indruk dat de Amerikaanse president morgen onze premier zal bellen om hem te vragen de gevaarlijkste terrorist uit Guantánamo onderdak te geven in Hotel Des Indes. En dan zal die zijn onverbiddelijke ‘Nee!’ laten horen. Op deze manier zal het in de praktijk niet gaan. Als welk Europees land ook een gevangene zou opnemen, zou dat het slot zijn van een grondig onderzoek en zorgvuldige onderhandelingen. Maar de bereidheid moet blijven bestaan. Dat is iets anders dan een botte afwijzing te laten horen, nog voor we weten welk verzoek ons zal worden gedaan. En ik kan niet laten het te zeggen: toen we de aanval op Irak moesten steunen, waren we heel wat bereidwilliger. Waarom? Dat weten we nog steeds niet.