Bang voor kritiek

Gordon Brown heeft YouTube ontdekt. Afgelopen week kondigde de Britse premier langs deze weg een nieuw onkostenvergoedingsysteem voor Kamerleden aan.

Immers, dagelijks komen Britse kranten met nieuwe onthullingen over wat politici zoal op kosten van de belastingbetaler aanschaffen, van patiokachels tot tandenborstelhouders, van breedbeeldtelevisies tot barbecues. Daarvoor in de plaats stelde Brown voor om een dagvergoeding in te voeren, een fraudegevoelig systeem waarmee in Brussel reeds slechte ervaringen zijn opgedaan. Inmiddels heeft hij het plan ingetrokken, omdat hij van alle kanten kritiek had gekregen.

Hoewel, van alle kanten? Op YouTube kunnen lezers en kijkers doorgaans hun commentaar kwijt, maar dit bleek niet mogelijk te zijn voor de ruim vierduizend internetgebruikers die Browns video tot nu toe hebben aangeklikt. Het bewijst eens te meer dat Brown kritiek haat. Niet voor niets was het maandenlang onmogelijk om een e-mail te sturen naar 10 Downing Street. In een hoofdredactioneel commentaar leverde The Times kritiek op Browns vrees voor boze reacties: β€˜The internet is a fiercely democratic medium, available to all, allowing anyone to say what they want to say; even if it is occasionally scary what they do want to say. But the test of democracy is freedom to criticise. Evidently, what Mr Brown craved was a pulpit rather than a conversation.’