Ook rijken stemmen extreem-rechts

Bang voor terugval en verlies

De welvarende klasse die in penthouses woont, de onzekere self made middenklasse – ook zij stemmen op populistisch rechts. Niet alleen die ‘verliezers van de globalisering’. En altijd is de buitenwereld de vijand.

Wie zijn de kiezers van populistisch rechts? In de publieke discussie is het gemeengoed hen te rubriceren als de verliezers van de globalisering. In theoretische zin passen ze zo netjes in dat hokje dat de vraag of zich daarbuiten ook potentiële kiezers bevinden niet meer wordt gesteld. Ook na de Brexit stond het zoeklicht direct gericht op de oude, ploeterende industriegebieden van Engeland, waar de achteruitgang concreet zichtbaar is in hoge werkloosheid, verkrottende buurten, gebroken gezinnen, alcoholisme.

Een blinde vlek beperkt het zicht op de realiteit, ook in dit geval. Het is onwaarschijnlijk dat de Britten die voor een Brexit hebben gestemd, bijna 52 procent van de kiezers, daadwerkelijk allemaal de achteruitgang aan den lijve ondervinden. Anders zou het wel heel beroerd gaan met dat land. Ongerijmd met deze redenering is ook dat de stemmen voor de Brexit vooral bij de Tories zijn te lokaliseren, de partij van de conservatieve bourgeoisie, terwijl Labour-stemmers overwegend kozen voor blijven in de EU.

Het wereldbeeld waarop populistisch rechts stoelt spreekt een bredere kiezersgroep aan. Het gevaar van dit extremisme met al zijn agressie tegen andersdenkenden is daarmee groter dan wanneer het overzichtelijk zou zijn te lokaliseren bij die ene groep van ‘globaliseringsverliezers’. Ook de politieke reactie op de dreigende autoritaire wending zal dieper moeten steken dan louter maatregelen om het verlies dat deze mensen treft te bestrijden.

Vooralsnog lijkt de oude politieke orde zich echter geen raad te weten met de ontwrichtende werking die de opkomst van populistisch rechts uitoefent. In Engeland is het beeld na de Brexit dat van politieke ontreddering die als olie op het vuur kan werken.

De politicologe Sarah de Lange, hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam en kenner van het Europese populisme, beaamt deze conclusies. ‘In de sociale wetenschappen willen we altijd mooie, sluitende verklaringen voor verschijnselen als deze’, zegt ze. ‘Dus bestaat de neiging zo’n eendimensionaal label als globaliseringsverliezers op het electoraat van populistisch rechts te plakken, want dan heb je het verklaard. Maar het blijft een veronderstelling, zonder empirisch bewijs, die bovendien andere verklaringen voor de ruk naar rechts negeert.’

Hoezeer populistisch rechts ook afwijkt van de geijkte patronen, dat geldt niet voor de diepere motivatie van deze beweging. Tot de kern teruggebracht gaat het, zoals altijd in politieke strijd, om belangen en het verwerven van macht om deze belangen te behartigen. In de baaierd van standpunten van populistisch rechts is één belang te onderscheiden dat, openlijk of verholen, telkens een rol speelt, ook in de Brexit: de afscherming van de eigen welvaart voor ‘buitenstaanders’, zoals immigranten, en voor instellingen die in de beeldvorming meer kosten dan opbrengen, de Europese Unie voorop.

De machtsstrijd om dit belang veilig te stellen heeft des te grimmiger trekken gekregen sinds zich met de crisis van 2008 openbaarde hoe kwetsbaar de welvaart is. In haar meest agressieve, racistische vorm is de reactie zichtbaar in het filmpje dat een vrouw na de Brexit in een tram in Manchester maakte van de Amerikaan Juan Jasso, al achttien jaar in het land, die door drie tieners wordt belaagd en met bier overgoten: hij is een ‘klote immigrant’ en moet opdonderen naar Afrika. Maar de gedachte dat de welvaart exclusief voor zichzelf mag worden opgeëist kan ook bij hoger opgeleide, maatschappelijk geslaagde individuen postvatten, die menen dat zij het op eigen kracht zo ver hebben geschopt en dat anderen hun falen aan zichzelf te wijten hebben. Ook dit zelfbeeld kan tot de keuze voor populistisch rechts motiveren.

Medium populisme 1

Studies van het onderzoeksbureau Motivaction wijzen in deze richting. Ook Koen Damhuis, een Nederlandse socioloog die voor het European University Institute in Florence het populisme bestudeert, kwam tijdens zijn onderzoek menige self made man tegen, allesbehalve verliezer van de globalisering. Damhuis: ‘Voor de interviews die ik Wilders’ kiezers afneem moet ik soms ook bij penthouses aanbellen. Deze mensen redeneren: ik werk harder dan anderen en draag meer bij aan de welvaart, terwijl de lanterfanters profiteren.’

Het welvaartschauvinisme appelleert dus aan verscheidene groepen kiezers. Dat verklaart waarom naast de pvv, de extremistische representant van dit denken die vooral de verzorgingsstaat wil afschermen, ook de vvd populistisch rechtse trekken vertoont, zowel in haar benadering van de immigranten als in haar opvattingen over Europa. In de liberale logica zijn immigranten alleen welkom als zij bijdragen aan de welvaart en moet het aantal oorlogsvluchtelingen, eerder kostenpost dan economisch productief, zo snel mogelijk naar nul. En Europa is in de visie van de vvd geen solidariteitsgemeenschap maar een vrijhandelszone, louter van belang om de groei van de nationale economie te bevorderen.

‘Deze mensen redeneren: ik werk harder dan anderen en draag meer bij aan de welvaart, en de lanterfanters profiteren’

De socioloog Koen Abts, verbonden aan de Universiteit van Leuven, ziet in Vlaanderen een vergelijkbare dubbele gedaante van het populisme. Het Vlaams Belang, dikke maatjes met de pvv, is de extremistische variant, de Nieuw-Vlaamse Alliantie (n-va) van Bart De Wever de liberaal-nationalistische. ‘De n-va trekt bij alle kiezersgroepen aanhang’, zegt Abts. ‘Zij is een volkspartij pur sang. De n-va benut de gevoelens van onbehagen om Vlaanderen tegenover België te plaatsen. Als men in Nederland op iets wil afgeven is het Europa, in Vlaanderen is het België, want je kunt nooit een hele kudde zondebokken hebben.’

In zijn proefschrift onderzocht Abts de relatie tussen extreem-rechts stemgedrag en ressentiment, etnocentrisme en politiek cynisme. Hij zegt: ‘Mijn voornaamste kritiek op alle literatuur rond extreem-rechts is dat de aandacht vooral uitgaat naar identiteit en culturele breuklijnen. Hoewel dat niet zonder belang is, is dat volgens mij de buitenkant, waaronder de werkelijke belangenstrijd min of meer verborgen blijft. Als je goed luistert als mensen het hebben over ongewenste migranten, dan gaat het uiteindelijk om wie het hier voor het zeggen heeft en om de angst dat zij dat niet meer zijn. Al dat praten over cultuur, identiteit, de kleur van de huid maskeert dat de werkelijke inzet een strijd om de macht over de eigen welvaart is en ook om de definitiemacht van wat goed is en wat slecht, wat mag en wat niet mag.’

De verliezers van de globalisering zijn wellicht het kernelectoraat van populistische partijen, erkent Abts, maar zeker niet de enige kiezersgroep die ontvankelijk is voor de retoriek van verlossing. ‘De these van de globaliseringsverliezers is natuurlijk geen onzin’, zegt hij. ‘Het is begrijpelijk dat het populisme aanslaat bij mensen in de sloppen van de samenleving die schuldigen zoeken voor de werkloosheid, dalende uitkeringen, stijgende kosten waarvan zij de dupe zijn. Met de globalisering zijn de banen die hun vroeger enige zekerheid in het bestaan gaven grotendeels verdwenen. Bij hen, zo’n vijftien procent van de bevolking, leven het ressentiment, het cynisme over de politiek, de afkeer van migranten volop.’

Een potentieel grotere groep kiezers van populistisch rechts zijn de mensen die nog geen concreet verlies lijden, maar dat wel vrezen. Zij voelen zich allengs meer in hun bestaanszekerheid bedreigd. ‘Dat zijn de mensen in de middenklasse die steeds harder moeten spartelen om boven te blijven. Verliezers zijn zij niet, nog niet althans. Ze zijn wel bang dat te worden, met al die risico’s van achteruitgang die ze om zich heen zien. Kunnen ze zich wel handhaven? Ze maken zich zorgen over van alles en nog wat en zijn bang dat al hun inspanningen toch niet voldoende zullen zijn om te houden wat ze hebben. Ze vrezen voor hun sociale status en vrezen de toekomst, voor zichzelf en meer nog voor hun kinderen. Ondertussen kijken ze naar boven, naar de bevoorrechten die het lekker makkelijk hebben, én naar onderen, naar de mensen die naar hun idee de vruchten van de collectieve welvaart in de schoot krijgen geworpen.’

De middenklasse kampt dus niet zozeer met concrete achteruitgang als werkloosheid of inkomensverlies, zegt Abts, maar met een diep gevoel van kwetsbaarheid. Vooral voor mensen met een mbo-opleiding kan de val naar beneden dichtbij zijn. ‘De lagere middenklasse is het eerste slachtoffer van de robotisering. Een hele sector van banen staat op de tocht. Je ziet dat werk gewoon verdwijnen. Sommige politicologen spreken al snel in morele termen over een proteststem. Dat vind ik een veel te gemakzuchtige verklaring. Achter elke stem zit een logica, zoals deze crisis van de toekomst.’

Hij schrijft die crisis toe aan het wegvallen van het vooruitgangsgeloof als drijvende kracht en bron van optimisme. In plaats van de hoop op beter belooft de toekomst nu juist wanorde, onzekerheid en achteruitgang. Op zich verklaart dat de wending naar rechts nog niet. Volgens Abts ontstaat de ontvankelijkheid voor een stem op het rechtse populisme wanneer dat verontrustende besef van kwetsbaarheid gepaard gaat met een gevoel van machteloosheid.

‘Na de oorlog pacificeerde het vooruitgangsgeloof lange tijd veel maatschappelijke onvrede’, zegt hij. ‘Dat geloof heeft plaatsgemaakt voor angst voor terugval en verlies, niet alleen bij de lagere sociale klasse maar ook bij de middenklasse. Het kan explosief worden als je het gevoel hebt dat je niets kunt doen tegen die dreigende achteruitgang. Jij niet, de politici niet en evenmin de werkgevers of vakbondsleiders op wier bescherming je vroeger vertrouwde. Kijk naar de Brexit. Dat is ook een schop tegen de schenen van de gevestigde orde. De beschermende instituties van vroeger krijgen de schuld van de crisis van de toekomst. De populistische boodschap van zuivering kan dan aantrekkelijk worden.’

Het predikaat ‘globaliseringsverliezers’ gaat al helemaal niet op voor de welvarende klasse in de penthouses waar Koen Damhuis voor zijn interviews met kiezers van Wilders terechtkwam. Abts: ‘Zij behoren tot de individuen die zich inbeelden dat alles wat zij bereikt hebben louter een vrucht is van de eigen talenten, inspanningen en prestaties: “Wij kunnen dat zelf.” Hun zelfbeeld is dat van sterke individuen die op eigen kracht hun levensproject vormgeven. Elke vorm van empathie verdwijnt. Zo ontstaat een blinde vlek. Ze zien niet in dat zij de positie die ze in de samenleving bereiken mede te danken hebben aan de emancipatiemachine die wij “verzorgingsstaat” noemen. De studieleningen, de staatsgefinancierde onderwijssystemen, de huisvestingssubsidies, de zorgverzekeringen.’

Volgens Abts heeft de verzorgingsstaat de mensen meer vrijheid gegeven, dankzij de uitweg die hij bood uit collectiviteiten waarop zij vroeger waren aangewezen. ‘En dan ontstaat die kritiek: de overheid, de verzorgingsstaat, die mag wel wat kleiner. Zo zie je hoe de verzorgingsstaat als emancipatiemachine onder zijn eigen succes lijdt. Toen ik mijn proefschrift verdedigde heb ik aan het slot vooral de instituties bedankt die mij het geld en de mogelijkheden hebben geboden. Doorgaans doet niemand dat. Iedereen begint zijn familie te bedanken, of zijn vrouw, zijn prof, zijn vrienden. Zij zien niet dat wat ze hebben volbracht mede mogelijk is dankzij die instituties. Kennelijk heb je daar een beetje sociologische verbeeldingskracht voor nodig.’

‘Het vooruitgangsgeloof heeft plaatsgemaakt voor angst voor terugval en verlies, ook bij de middenklasse’

Het grootste gevaar van het xenofobisch geladen welvaartschauvinisme van populistisch rechts schuilt volgens Abts bij deze groep, bij de onthechte individuen die menen dat de overheid alleen maar afpakt en niets in ruil geeft. Zij hebben dankzij hun gezag, hun geld en hun cruciale posities in de maatschappij meer macht en invloed dan de sappelende mensen in de middenklasse, laat staan de globaliseringsverliezers.

‘Voor deze groep heb ik de meeste schrik’, bekent hij. ‘Zij zeggen al gauw dat de overheid al die immigranten hier naartoe laat komen en laat profiteren van wat zij hebben opgebouwd. Als ik over de jaren dertig lees, dan vraag ik me af: hoe was het in hemelsnaam mogelijk dat weldenkende mensen zó snel meegingen in de verkeerde stroom? Hoe voorzichtig ik ook wil zijn: zo’n totalitaire backlash kunnen we ook nu niet uitsluiten. En ik wil zeker niet de parallel trekken tussen de n-va en de foute krachten van toen, maar zorgelijk is het wel hoe snel al die mensen zich achter het nationalisme scharen. In tien, twintig jaar tijd is het maatschappelijk klimaat totaal veranderd. Wat toen niet te tolereren was in de sfeer van vreemdelingenhaat en discriminerende taal is nu common sense, ook in de hogere middenklasse.’

Medium populisme 2

De politieke conclusie van Koen Abts is dat het rechtse populisme geen intermezzo is. Het is een blijvende kracht, zegt hij, met een grote potentie om verder te groeien. Op grond van een vergelijkbare redenering komt ook Michael Minkenberg, hoogleraar politieke wetenschappen aan de European University Viadrina in Frankfurt an der Oder, tot die slotsom. Met monocausale interpretaties van de opkomst van populistisch rechts, zoals weerstand tegen immigratie in West-Europa of het autoritaire verleden van Oost-Europa, onderschat je het gevaar, zegt hij.

Ook Sarah de Lange zegt dat extreem-rechts allesbehalve een eendagsvlieg is. In het kiezersonderzoek van Ipsos is de pvv al lange tijd de partij met de grootste vaste aanhang. Wilders heeft de meeste kiezers achter zich die zeggen alleen op zijn partij te zullen stemmen en geen andere te overwegen.

‘We moeten er rekening mee houden dat de pvv een grote partij wordt én blijft’, zegt De Lange. ‘Het idee dat we een tijdje na Fortuyn hadden, dat het extreem-rechtse golfje weer snel voorbij zou zijn, is een illusie. Kijk naar Oostenrijk, Frankrijk, België. Dat zijn landen waar die partijen al dertig jaar een substantieel aantal kiezers krijgen. In België feliciteerde men zichzelf toen het Vlaams Belang na de opkomst van de n-va en interne strubbelingen inzakte. In Oostenrijk gebeurde dat met het vertrek van Jörg Haider uit de fpö en het inzakkende stembusresultaat daarna. In beide landen had men de neiging te denken dat het begin van het einde van die partijen een feit was. Beide keren had men het mis. De fpö heeft weer een kans bij de presidentsverkiezingen. Het Vlaams Belang maakt met de nieuwe leider Tom Van Grieken een snelle spurt in de peilingen.’

De Lange wijst op mogelijk psychologische factoren, hoeveel aarzelingen ze ook bij dit type verklaringen heeft vanwege het risico van determinisme of stigmatisering van de kiezers van Wilders. ‘We weten dat laagopgeleide mensen meer moeite hebben met complexiteit, diversiteit, hoge informatiedichtheid en dus met de politiek als het domein waar weerbarstige problemen en tegenstrijdige belangen naar voren komen. Uit psychologisch onderzoek blijkt bovendien dat niet alleen ons denken ons handelen bepaalt, maar dat er ook een omgekeerde relatie is, dat ons gedrag van invloed is op ons denken. Een soort haasje-over-effect. Stel: je bent kritisch over migranten en je besluit toch maar eens op Wilders te stemmen. Dan heb je de neiging ook op andere terreinen je denken in overeenstemming te brengen met je stem, met als gevolg dat de pvv de volgende keer beter bij je opvattingen aansluit en je die partij trouw blijft. Wilders wordt jouw held.’

Wie stemt op xenofobe en politiek cynische partijen wordt zelf xenofober en politiek cynischer, zegt De Lange op grond van studies. ‘Ook hier zie je dat haasje-over-effect.’ Ook selectief mediagedrag heeft die invloed. Het rapport Gescheiden werelden, een gezamenlijke studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en het Sociaal en Cultureel Planbureau, bevestigt dat.

‘Media spelen een grote rol in de perceptie die mensen van de werkelijkheid hebben’, zegt De Lange. ‘En als jouw beeld van de realiteit alleen wordt bepaald door De Telegraaf, het Algemeen Dagblad, Metro en Hart van Nederland, dan zie je een andere werkelijkheid dan wanneer je NRC Handelsblad, Trouw en De Groene Amsterdammer leest en naar de publieke omroep kijkt. Hier speelt het verschijnsel van de cognitieve dissonantie een rol. Mensen proberen alles wat niet in hun opvattingen past buiten te sluiten en beperken zich liever tot media die hen in hun denkbeelden bevestigen. Er ontstaat ook een wisselwerking met de media zelf. Onder druk van de commercialisering redeneren steeds meer media: dit is wat mijn lezers of kijkers willen, dus geven we ze dat. Onjournalistieke argumenten gaan een rol spelen, zoals dat nieuws spannend moet zijn of een columnist prikkelend.’

‘Dat is de belofte van het populisme: de omkering van de machts­relatie. Zij krijgen het weer voor het zeggen’

Koen Abts redeneert dat populistisch rechts zich zo krachtig manifesteert omdat het een logische politieke reactie is op de moderniteit van vervagende grenzen en wegvallende sociale structuren: ‘Tot de jaren zeventig beleefden we een periode van relatieve zekerheid, stabiliteit en vooruitgang. De nationale staat was duidelijk begrensd. De sociale scheidslijnen en de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke groepen gaven de maatschappij een heldere structuur. Nu zijn de externe, nationale grenzen poreus, of zelfs verdwenen, en is de interne, sociale structuur vervaagd. De samenleving is uiteengespat, om het wat bruusk te zeggen. Alles wat vast was vervluchtigt. Er zijn nieuwe conflictvelden in het politieke systeem ontstaan, waarop de oude politieke orde eigenlijk geen idee van een antwoord heeft. De populisten hebben dat wél, met hun streven naar een gesloten samenleving die terugplooit op het eigene en zich afkeert van het vreemde.’

In dezelfde trant redeneert de Amerikaanse journalist Thomas Friedman. Volgens hem gaat de geruststellende gedachte dat de sprong in het duister van de Brexit een typisch Britse anti-Europese afwijking is niet op. Hij meent dat het politieke systeem te traag is om trefzeker te reageren op de grote veranderingen van deze tijd, zoals de technologische revolutie en de wereldwijd verschuivende machtsevenwichten. Dat is geen typisch Brits maar een algemeen verschijnsel.

In zijn column in The New York Times schrijft Friedman: ‘Het is het verhaal van onze tijd. We hebben handel en productie globaal gemaakt en robots en systemen van kunstmatige intelligentie geïntroduceerd, in een tempo dat veel sneller is dan we de vereiste sociale vangnetten, beschermingsconstructies en onderwijskundige aanpassingen tot stand kunnen brengen. Dat heeft het bestaan van veel mensen ontwricht. Het duizelt ze.’

Tegen deze achtergrond is de politieke boodschap van het populisme een slimme constructie die alles wat mensen in de moderniteit benauwt in een passend patroon samenbrengt. Met zijn belofte van een sluiting van de samenleving, als middel om het ‘eigene’ te herstellen, appelleert het aan heimwee naar de tijd toen alles duidelijk was. De Brexit toont opnieuw hoe diep dat verlangen kan zitten. Met zijn heldere onderscheid tussen ‘wij en zij’ ordent het populisme weer en creëert het overzichtelijkheid in een complexe maatschappij met poreuze grenzen en vervaagde sociale structuren.

Abts zegt het zo: ‘De sluiting van de samenleving houdt in de eerste plaats in dat we terug moeten naar naties met duidelijke grenzen. En dan volgt intern een nieuwe structurering, op basis van identiteiten, langs de lijnen van wij versus zij. En wie tot dat “wij” behoort zullen wij formuleren.’

De Poolse filosoof Leszek Kolakowski wist al: de menselijke behoefte aan zekerheid is óók een behoefte aan een helder onderscheid tussen goed en kwaad. Dat schreef hij in 1994 in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Het populisme voorziet in die behoefte, door de samenleving onder te verdelen in vrienden en vijanden. In die beeldvorming zit het miskende volk klem tussen een wereldvreemde elite aan de ene kant en vreemdelingen aan de andere. Alle onvrede kan zo worden geprojecteerd op de buitenwereld.

Het populisme biedt bovendien een leider die deze overzichtelijkheid belichaamt met zijn zelfverzekerd uitgedragen overtuiging dat hij het volk (‘de miljoenen achter mij’) kent en weet wat het wil. ‘De waarheid ligt aan onze kant’, zei Wilders op een bijeenkomst met Europese geestverwanten op 29 januari 2016. ‘Wen er maar aan.’

‘De miskende laatsten kunnen de machtige eersten worden’, zegt Abts. ‘Dat is de belofte van het populisme: de omkering van de machtsrelatie. Zij krijgen het weer voor het zeggen, de mensen die zich nu achteruit geschoven voelen, die menen dat voor de migranten alles wordt gedaan en voor hen niets. Die belofte maakt het populisme sterk. Het biedt een krachtige remedie tegen de gevoelens die zijn potentiële kiezers nu zo beklemmen: kwetsbaarheid en machteloosheid.’

Volgens hem vult het populisme op deze wijze ‘de lege plek van de democratie’: ‘Politieke bewegingen ontlenen hun kracht aan het samenbrengen van drie factoren. Ze representeren een bevolkingsgroep met een duidelijke identiteit, ze brengen het belang van die groep onder woorden en behartigen dat, ze streven naar macht. Dat was lange tijd het succes van de christen-democraten, de sociaal-democraten en de liberalen. Nu lukt ze dat niet meer goed. Dat is de crisis van de representativiteit. Ook al is ze geconstrueerd, rechts slaagt er wel in die drie-eenheid tot stand te brengen, met zijn heldere ordening van een volk, het belang van dat volk en een onbewimpeld streven naar macht.’

De antidemocratische, autoritaire gedaante van populistisch rechts kan volledig te voorschijn komen als zijn beelden van de werkelijkheid een fantasie blijken en zijn beloftes loos. Stel dat Geert Wilders of Marine Le Pen gaat regeren en de kiezers ontdekken dat het helemaal niet waar is wat ze hun hebben voorgespiegeld. Dat ze het niet beter krijgen, dat de migranten blijven komen, dat de welvaart nog steeds niet alleen van hen is, dat het gevoel van kwetsbaarheid en machteloosheid hen nog altijd beheerst. Het ligt niet in de aard van het rechts populisme dan zijn ongelijk te erkennen. Eerder zal het opnieuw de schuld leggen bij de oude zondebokken, van wie het volk alleen verlost zal zijn als een sterke man het voor het zeggen krijgt.

Ook Abts ziet dat gevaar: ‘Het populisme heeft een heel reactionair verhaal. Het refereert aan de betrekkelijk gesloten samenleving van de jaren veertig, vijftig en biedt geen beeld van de toekomst, behalve dan dat die op het verleden zal lijken. De leegheid van dat verhaal werd in de Brexit meteen pijnlijk zichtbaar. Men heeft het establishment een pootje gelicht, maar hoe nu verder? Het populisme kan alleen floreren bij de gratie van zondebokken. Het zit met een probleem als de grote afrekening heeft plaatsgevonden en de ontnuchtering volgt: oei, wat nu? Als volgende stap dreigt dan een nog radicalere, antidemocratische beweging die belooft nu echt eens schoon schip te maken.’