Bangkok moet leren leven met smog

Bangkok – De straatverkoper van offerkransjes is bij het krieken van de dag de brenger van het slechte nieuws. Midden in zakenwijk Silom wijst hij omhoog naar een plek tussen de kantoorkolossen. Dan zien ook de voorbijgangers de witgele smog boven de hoofdstad. Viezigheid die de inwoners van de Stad der Engelen alleen kennen van, in hun ogen, armoedige Aziatische steden als Jakarta en Bombay. De autoriteiten melden ’s middags dat er geen reden is voor paniek. Op grond van zelf aangeleverde meetgegevens scoorde de lucht in Bangkok eerder opvallend goed in een internationale vergelijking. En ook nu leren metingen dat de lucht op straatniveau schoon is. Maar computermodellen van onafhankelijke experts tonen een dag later aan dat de Thaise rekenmethode niet klopt. Zelfs nadat de smog is verdwenen blijkt de lucht gevaarlijk tot levensgevaarlijk verontreinigd met ultra-fijnstofdeeltjes.

De autoriteiten geven schoorvoetend toe dat de zeventien miljoen inwoners tellende metropool daadwerkelijk, en waarschijnlijk al jaren, kampt met ernstige luchtvervuiling. Dan gaat het snel: schoolkinderen mogen niet buiten spelen, ouderen moeten binnen blijven, iedereen moet mondkapjes dragen. Dat laatste doet bijna niemand. De ondernemende bloemenkransverkoper heeft kapjes ingekocht. Maar anders dan zijn offergaven raakt hij ze nauwelijks kwijt. Een klant zegt dat hij uit ervaring weet dat offeren bij geestenhuisjes beter helpt dan luisteren naar autoriteiten. Waar het om de mondkapjes gaat, geven deskundigen hem later gelijk.

Milieugroepen stellen dat Bangkok de problemen heeft zien aankomen, maar niets deed. Langs doorgaande wegen stinkt het al jaren. Vooral door de duizenden oude dieselbussen, die walmend optrekken en afremmen in de hoofdstad met de meeste files ter wereld. Jaarlijks verschijnen vijfhonderdduizend nieuwe auto’s op de weg. De groeiende middenklasse laat zien dat het goed gaat. Trein en metro zijn sowieso geen alternatief, omdat weinig haast is gemaakt met het doortrekken van de lijnen naar voorsteden. Ook de bouw van steeds meer kolencentrales om te voorzien in de snel stijgende elektriciteitsbehoefte, is een aanslag op de luchtkwaliteit. Ze draaien overuren. Elk jaar openen in Bangkok – ook nog eens gemiddeld ’s werelds heetste hoofdstad – drie nieuwe airco-gekoelde mega-shoppingmalls die net zoveel stroom verbruiken als een middelgrote provinciestad.

Of het nog goed komt met Bangkok? De chef van het tot voor kort onbekende Nationaal Bureau Omgevingsziektes is somber: ‘Ik vrees dat we met luchtvervuiling moeten leren leven.’