Banier

Het banier dat Rory Pilgrim maakte ter gelegenheid van de opening van het Stedelijk Museum, drukt een oud Engels sentiment van hoop uit.

Het nieuwe Stedelijk Museum in Amsterdam werd geopend met, zoals dat heet, een performance – dat is te zeggen met een plechtig zangstuk, uitgevoerd door een meisjeskoor – keurig in het gelid, in het zwart op een wit podium. Het was een afgemeten opstelling die door de maker van het werk, de jonge kunstenaar Rory Pilgrim, met zorg was ontworpen. Dat kon je zien. Het koor zong langzaam en afwisselend luider of zachter, a capella, met zilverachtig klare stemmen. Dit is wat ze zongen: Where do we find hope that builds from the past. What do we hope to become, in a future to come. Always remain open. Het zijn stukken tekst die Pilgrim had verzameld in gesprekken met zeer jonge museum­medewerkers waarbij hij vroeg naar de hoop en verwachtingen voor hun toekomst en die van het museum. In verschillende fraseringen en opeenvolgingen, en wisselend in toonaard, voegen deze gestileerde tekstfragmenten zich samen tot een stemmige hymne.

Toch is deze performance niet alleen een gelegenheidsstuk. Wat er ook bij hoorde, bij de uitvoering, is een kleurig en ernstig banier – langs de randen daarvan zijn de gezongen (gedeclameerde) teksten geborduurd. Het veld is lichtblauw, de zoom daaromheen donkerblauw. De letters daarin, in een voornaam type, zijn roze, groen, lichtblauw en vooral stralend rood. Open staat er, gebogen, als het licht van de opgaande zon boven de horizon, de datum ook gebogen, als tegenbeweging – en in de hoeken daarboven Always en Remain, in weer een andere sierlijke letter. Dit banier is het hart van het werk dat Open 2012 heet. De typografie is die van reclame en militante propaganda uit de jaren twintig, dertig van de vorige eeuw, in Engeland. Daarvandaan komt eigenlijk ook het ernstige, hooggestemde Victoriaanse sentiment in deze beeldende formulering en het statige taal­gebruik. Dit soort banieren, geborduurd door de vrouwen, stammen in dit geval uit de prachtige geschiedenis van de traditionele Engelse vakbeweging waar ze werden mee­gedragen in optochten. Hun sentiment van hoop is net zo hartverwarmend als de hymne, The Red Flag, die gezongen wordt aan het slot van elke jaarlijkse conferentie van de Labour Party. Het refrein eindigt met We’ll keep the red flag flying here – op de wijze van het zachtaardige kerstlied O dennenboom, o dennenboom, wat zijn je takken wonderschoon. Natuurlijk is het banier nu in een Engels atelier genaaid en geborduurd omdat ze het daar goed kunnen en omdat Rory Pilgrim daar vandaan komt – uit een familie van Anglicaanse predikanten waar muziek en zang een belangrijke rol spelen.

Modern nu in kunstmaken is dat van alles door elkaar en simultaan gebruikt wordt – ik bedoel nieuwe media en daarom ook, als te zien in dit werk Open, andere vormgevingen. Het ideaal van beheerste zuiverheid en heldere formulering dat we uit het modernisme kennen (minimal art vooral) raakt op de achtergrond. Er zijn te veel moderne middelen en mogelijk­heden om die niet te gebruiken. In die context zien we, als eerder al in de kunst van Tracey Emin en Sarah Lucas, ook een bijzondere verbinding met ervaringen van zeer persoonlijke aard. Op de expositie waar Open deel van uitmaakt, zijn daar meer voorbeelden van te zien.

Het waren lang geleden Gilbert George die met de brutaliteit van hun werk voor een hele jonge generatie Britse kunstenaars het ijs gebroken hebben – van Damien Hirst tot en met Rory Pilgrim. Dat heb ik eerder beweerd en daar blijf ik bij. Kijk naar een willekeurig en typisch werk als Red Fists. We realiseren ons dan dat G wandelaars zijn. Niet door eenzame landschappen echter, als hun collega Richard Long, maar door de stad – dat wil zeggen door Londen waarbij ze niet de luister ervan waarnemen, of de parken waarin de dames flaneren, maar de harde zelfkant van die opwindende multi­culturele smeltkroes. Zij lopen daar te kijken en zien met mededogen, als William Blake (hun voorganger) in een gedicht over de donkere stad: in every face I meet/ marks of weakness, marks of woe. Hun geconstrueerde, fotografische beelden gaven hun de precieze en wendbare vormgeving om hun waar­nemingen uit te drukken. We zien een donker gezicht in het midden dat ons aankijkt, geflankeerd, in de zwartwitte poppen­kast, door twee jongens die in het sentiment van G als jonge helden beschouwd moeten worden. Zelf verschijnen de kunstenaars in een positie van starre verbazing, in een verdraaide houding. Om in dit beeld, dat werkt als een slogan, de strijdbare toon te zetten verschijnen er de twee vuisten. Tegen het zwart zijn die, omdat je alles kunt fingeren, ook gewoon rood. Want uiteindelijk zijn Gilbert George gewoon ook realisten – alleen van een onbedaarlijk romantisch soort.


PS Het werk van Rory Pilgrim maakt deel uit van de tentoonstelling Beyond Imagination die nog enige tijd in het Stedelijk Museum te zien is