Bankgeheim gekraakt

GENEVE - ‘Het Joodse Wereldcongres moet ophouden met de lastercampagne tegen Zwitserland, anders moet u rekening gaan houden met een opleving van antisemitische gevoelens.’

Jacques Simon Eggly, parlementariër voor de Liberalen, spuugt het er bijna uit. ‘Laat onze souvereiniteit met rust, laat ons zelf alle zaken uitzoeken.’ Via een directe verbinding met Londen reageert Greville Jannot, vice-president van het Joodse Wereldcongres, op deze niet mis te verstane waarschuwing. 'Jullie hebben vijftig jaar de tijd gehad om de zaken uit te zoeken. Het is mooi geweest, de waarheid moet nu maar eens boven tafel komen.’
Sinds het Joodse Wereldcongres recent met nieuw belastend materiaal op de proppen kwam in de affaire rond de duistere handelsbetrekkingen van de Zwitserse banken met nazi-Duitsland, zitten veel Zwitsers niet meer zo lekker in hun vel. De media springen gretig in op de collectieve hoofdpijn. Tijdschriften met specials over de affaire zijn in een mum van tijd uitverkocht, televisieprogramma’s over het thema halen recordkijkcijfers en er wordt massaal gebeld naar call in-programma’s. Zwitserland voelt zich 'vies onderuit gehaald’ door het Joodse Wereldcongres.
Met het meest recente compromitterende materiaal uit de zogenoemde Safe Haven-archieven, verzameld door de Amerikaanse geheime dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog, zette het Congres de Zwitserse autoriteiten afgelopen maanden onder enorme internationale druk. Niet in de laatste plaats door de gelijklopende, agressieve mediacampagne van de New Yorkse republikein Alphonso d'Amato, die de gehele internationale pers van het nieuwe bewijsmateriaal voorzag. D'Amato heeft de affaire aangegrepen om het joodse electoraat in de machtige financiële wereld van New York voor zich te winnen.
Dat het Joodse Wereldcongres via de republikeinse senator druk uitoefent, geeft te denken. Maar het blijkt te werken. Na veertig jaar Oostindische doofheid voor de smeekbeden van holocaust-overlevenden en hun nabestaanden geven de Zwitserse banken eindelijk thuis. Zonder internationale druk had de regering in Bern nooit 'het meest desperate regeringsvoorstel ooit’ opgesteld. Hierin wordt geopperd om het heilige bankgeheim op te geven en vrije toegang te schenken aan een speciale onderzoekscommissie. Het parlement gaf een aantal weken geleden met grote eensgezindheid het groene licht aan de regeringsnota.
EEN HANDJEVOL kamerleden stond stil bij morele overwegingen. Lili Nabholz van de Vrijzinnige Democraten: 'Als onze banken dit beleid niet hadden gevoerd, had Hitler veel eerder op zwart zaad gezeten, was de oorlog eerder beëindigd en was veel lijden voorkomen.’ 'Hitler heeft ons neutraliteitsbeginsel slechts geslikt vanwege zijn handelsbelangen met onze banken’, voegde eenmansfractie Verene Grendelmeier daaraan toe. En socialiste Angeline Frankhauser meende dat een halve eeuw in feite weinig verschil maakt. 'Het verleden haalt ons in. Destijds hadden weinig Zwitsers echt medelijden met de joden. Men vond dat ze te welvarend waren en te weinig noeste arbeid verrichtten. Vandaag de dag klinken de geluiden over buitenlanders niet veel anders.’
Voorafgaand aan de stemming kondigde de kamervoorzitter een speciale procedure af voor 'het debat van de eeuw’. Alleen bewindslieden en de woordvoerders van de acht grootste partijen hadden het recht te debatteren. Hiermee hoopte de regering nationalistische uitlatingen en antisemitische praat te voorkomen, zodat het al zo gehavende Helvetische imago niet nog meer schade zou worden toegebracht. Uit protest boycotten daarop 42 volksvertegenwoordigers het debat.
Nu het Zwitserse parlement toch over de brug is gekomen, wordt het tijd dat het Joodse Wereldcongres een volgende stap neemt. De akkoorden van Washington moeten worden opengebroken. Zwitserland heeft tot nu toe pertinent geweigerd hieraan medewerking te verlenen. Het commentaar was dat met alle partijen in het verdrag financieel orde op zaken is gesteld en dat er geen enkele aanleiding is de akkoorden na vijftig jaar nog eens te herzien.
Het Joodse Wereldcongres is een andere mening toegedaan. Elan Steinberg: 'Volgens onze gegevens moet de waarde van de joodse tegoeden op Zwitserse rekeningen en van het verdachte goud in de bankdepots in de miljarden lopen. De banken hebben ons echter een maximale schatting van 32 miljoen gegeven. Dat gat is me iets te groot.’ Daarbij meent Steinberg uit de Safe Haven-documenten op te kunnen maken dat de Zwitserse diplomatieke missie in 1946, tijdens de onderhandelingen in Washington, onvolledige informatie heeft gegeven. 'De banken hebben veel meer nazi-goud en joodse tegoeden geaccepteerd dan de onderhandelaars destijds hebben willen doen geloven. De 250 miljoen Zwitserse franken die bij de akkoorden van Washington aan de geallieerden zijn uitgekeerd en de overige kleine restituties tot nu toe, staan in geen verhouding tot wat er destijds in werkelijkheid is geconfisqueerd. Genoeg reden, dunkt me, om de akkoorden te herzien.’
ER HEERST GROTE onduidelijkheid over hoeveel verdacht goud en gestolen joods kapitaal zich in Zwitserland heeft bevonden en heden ten dage nog bevindt. De Zwitserse bankassociatie sprak onlangs bij de presentatie van Zwitserse bankcijfers in de persoon van directeur Hans Meyer laconiek over 'peanuts’, waarmee hij de indruk probeerde te wekken dat er nooit veel joods kapitaal in Zwitserland zou zijn vastgezet. Inclusief alle rente die hier overheen is gekomen zouden de tegoeden, volgens Meyer, onmogelijk hoger kunnen zijn dan dertig miljoen Zwitserse francs. Omdat historici afhankelijk zijn van het researchmateriaal van dezelfde banken, wordt dit cijfer vaker gehanteerd. Het Joodse Wereldcongres beweert echter aan de hand van de Safe Haven-documenten met redelijke zekerheid vast te kunnen stellen dat er niet miljoenen maar miljarden aan kapitaal en goud bij de Zwitserse banken is gedeponeerd.
Het grote probleem is echter niet zozeer hoe vast te stellen om hoeveel tegoeden het precies gaat alswel om vast te stellen wie de oorspronkelijke rechthebbenden zijn. In 1934, een jaar nadat rijkskanselier Hitler zijn Derde Rijk had uitgeroepen, deed het Zwitserse bankgeheim zijn intrede. Voor joden was het in die jaren linke soep om in Zwitserland met een zak geld een bank binnen te stappen, zeker nadat de regering in Bern in 1938 een speciale maatregel afkondigde die feilloos aansloot op de gevoerde politiek van 'der grosse Nachbar’: aan 'niet-Ariërs’ en dragers van de letter J in officiële papieren zou voortaan de toegang tot het land worden geweigerd.
Niet bekend
Het Zwitserse volk volgt ondertussen nauwgezet het gedraai op het politieke wereldpodium met het spreekwoordelijke schaamrood op de kaken. Lyceum-scholiere Judith Levy voelt zich 'goed belazerd’: 'Ons is altijd geleerd trots te zijn op het Zwitserse neutraliteitsbeginsel; dat was iets heel bijzonders. Het blijkt al die tijd een façade geweest te zijn. En ik vrees dat de beerput nog niet leeg is.’ Marc Schlesser, eveneens scholier, maakt zich andere zorgen. 'De geschiedenisboekjes kloppen niet meer. Er staan pertinente leugens in. Wat nu? Wie gaat beslissen hoe deze verraderlijke erfenis ingepast wordt in het bestaande verhaal over Zwitserland in de Tweede Wereldoorlog?’ Student Robert Blaser daarentegen vindt dat Zwitserland naar het pijpen van de Amerikaanse verkiezingsmachine danst. 'Waarom juist nú al deze aantijgingen? Alle schuldigen zijn oud of al dood. En de huidige generatie kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor hetgeen onze grootvaders met de nazi’s hebben uitgevreten.’
In een onlangs uitgevoerde opiniepeiling onder het Zwitserse volk steekt de meerderheid van de Helvetiërs (53 procent) de hand in eigen boezem. Zij zijn van mening dat het duistere beleid van de banken in de periode 1934-1945 de basis heeft gelegd voor de Zwitserse welvaart van de afgelopen veertig jaar. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat onder de Zwitsers een tweederde meerderheid bestaat voor het opheffen van het bankgeheim waar het gaat om bedenkelijke financiële transacties.
JEAN ZIEGLER, schrijver en socialistisch parlementariër die sinds jaar en dag ten strijde trekt tegen corruptie en het witwassen van verdachte geldstromen, is ingenomen met deze ontwikkeling. 'Eindelijk begint er iets te dagen bij de mensen. Anderzijds merk ik echter ook dat Zwitserland nog erg veel moeite heeft om gedegen zelfkritiek te uiten. Het is bijzonder spijtig dat de actuele discussie niet gekoppeld wordt aan de huidige relaties tussen de Zwitserse banken en dictators in derde-wereldlanden, die in feite geen haar beter zijn dan Adolf Hitler destijds. Mobutu heeft hier vier miljard francs vaststaan en de fondsen van de overleden Filippijnse dictator Ferdinand Marcos herbergen vijfhonderd miljoen. Dat is allemaal geld waar bloed aan kleeft. Buiten het gedeporteerde kapitaal van deze oudgedienden heeft de nieuwe happy few van de Russische maffia ook de weg naar de Zwitserse geldmarkt gevonden.’
De autoriteiten verliezen het zicht op de wegen van deze ongrijpbare klant. Russische zwart-geldstromen worden niet ouderwets op banken vastgezet maar direct in het Zwitserse bedrijfsleven geïnvesteerd. Hierdoor verliest het zwarte geld binnen een mum van tijd de ware identiteit en valt voor de overheid nauwelijks meer na te trekken hoeveel geld hier jaarlijks mee gemoeid is.
POLITIEK BERN ZAL er niet wakker van liggen. Na de Amerikaanse verkiezingen hoopt het in rustiger vaarwater te raken. Tot zolang proberen ze het uit te zingen met vertragingstactieken. De Senaat zal de roemruchte regeringsnota onder de loep nemen en pas daarna, in het voorjaar van 1997, mag de speciale onderzoekscommissie de bankarchieven in duiken. De banken hebben dus nog een half jaar om orde op zaken te stellen voordat de kluis open moet. Drie jaar later zullen de eerste resultaten bekend worden en sommige historici hebben nu al laten weten weinig spectaculairs te verwachten. Werner Rings, die een flink oeuvre op zijn naam heeft staan over de Zwitserse banken in de Tweede Wereldoorlog, zegt hierover: 'De rivier met goud en overige gelden die eind 1941 pas echt goed kwam binnenstromen, is nog tijdens de oorlog voor een groot gedeelte verhandeld. Toen kwamen in 1946 de akkoorden van Washington, waarvoor ook weer een gedeelte is uitgetrokken. Vervolgens bleef er 133 miljoen over, maar dat zal inmiddels ook bijna of geheel verhandeld zijn. Als na tien jaar niemand aanspraak is komen maken op een rekening of een depot, slokt de bank dit tegoed op.’
Jean Ziegler, schrijver van het roemruchte Zwitserland wast witter, schat dat de Zwitserse economie sinds het bankgeheim voor zeventig procent is opgebouwd uit zwarte geldstromen van elders. Een stagnatie van geldstromen naar het 'mondiale Mekka der financiën’ zou desastreus zijn.
Met de huidige tweederde meerderheid voor opheffing van het bankgeheim bij verdachte transacties kan het Zwitserse volk nog roet in het eten gooien. Als er eenmaal 150 duizend handtekeningen worden ingediend, kan een referendum worden afgedwongen. In ’s werelds meest functionele democratie is het tenslotte de burger die het laatste woord heeft.